De roman hoeft niks en mag alles

Marcel Möring

De roman is een hoer geworden, schreef Marcel Möring twee weken geleden. Hij kreeg de wind van voren. Nu is Möring weer aan zet.

Kijken hoe het staat met de roman en er ook nog iets over schrijven, is als een gaslek zoeken met een brandende lucifer. Boem! Nou kun je een lekke gasleiding beter met een sopje opsporen, maar als het om kunst gaat (De Roman, De Abstractie, De Opera in het Huidige Tijdsgewricht) is een ‘bang’ beter dan een ‘whimper’.

Schrijf dat de roman entertainment voor de middenklasse is geworden en je kunt wachten op voorbeelden van spannende, andere romans. Ja, die zijn er. Ik kan ze met mijn ogen dicht aanwijzen. A.H.J. Dautzenbergs Samaritaan is een goed voorbeeld. Qua vorm, inhoud en inzet een van de boeiendste boeken die ik in de afgelopen twee jaar las. En Atte Jongstra is al vanaf zijn debuut een van de meest onderzoekende en tegelijkertijd meest leesbare schrijvers van Nederland. Om te zwijgen over Vlaanderen, waar Leo Pleysier, Peter Verhelst, de oude Ivo Michiels en een stoet anderen durft te gaan waar, bijna, niemand ging.

Het laatste wat ik wil is voorschrijven hoe de roman moet zijn. Integendeel. Maar ik wil wel aandacht voor het bijzondere en het andere in een tijd die wordt beheerst door commerciële mainstream. Niet dat ik iets tegen die mainstream heb. Ik heb in de afgelopen twintig jaar honderden leesclubs bezocht en ben er wel achter gekomen dat de vrouwen daar (meestal is alleen de voorzitter een man) zich aan god noch literair gebod storen. Ze lezen de ene maand de nieuwe Faulkner-vertaling, dan Herman Koch en als ik langskom hebben ze allemaal op Dis zitten puzzelen.

De roman hoeft niets en mag alles zijn. Maar mogen is nog geen kunnen en kunnen is steeds moeilijker geworden. De tafels van de boekhandel zijn veranderd in Clone Wars.

Rob van Essen (Boeken, 12.07.12) verbaasde zich over mijn opvatting dat de roman de wereld heel kan maken. Waarom niet versplinteren, vraagt hij. Inderdaad, waarom niet? En waarom kan versplintering, verbijstering, ontluistering, noem maar op, niet leiden tot het scheppen van een nieuwe wereld?

Joyce maakt in Ulysses de wereld van de zwervende ex-katholiek Stephen Dedalus en de zoekende Jood Leopold Bloom heel door de oude wereld af te breken en een nieuwe, die van hén, te schilderen. Dirk van Weelden schreef een even magistrale als genegeerde roman, Het Middel, waarin alles kapot gaat, zelfs de mensen, en schept daarmee een complete, onverwachte hele wereld.

Ik schrijf over de roman in de termen die ik bezig, omdat ik weet dat jonge schrijvers denken over nieuwe vormen, nieuwe manieren en andere verhalen. En ik weet hoe moeilijk ze het hebben om het afwijkende onder de aandacht te brengen.

Daan Heerma van Voss schrijft op zijn blog: ‘De roman heeft altijd gedraaid om het bevredigen van de klant, soms door grootse ideeën te poneren, soms door hem te tuchtigen, soms door hem te idealiseren. En zoals een goede hoer betaamt, moet de schrijver zijn best doen om zijn vak zo goed mogelijk uit te voeren.’ Kijk, dat is nou het cynische pragmatisme cliëntelisme waar ik bang voor ben.

Marcel Möring