Consument moet China redden

De Chinese groei is opnieuw gedaald. Peking wil de binnenlandse consumptie stimuleren, maar aarzelt omdat de begroting daarmee „onhoudbaar” kan worden.

Oscar Garschagen

Louis Vuitton opent morgen in Shanghai zijn grootste maison in China, een vier etages tellend kooppaleis van marmer en groen glas, waarvan de etalages zijn ingericht als vooroorlogse eersteklascoupés.

Slechte timing van het Franse LVMH-concern, zo lijkt het. De Chinese groei (7,6 procent) daalt naar het laagste niveau sinds 1999; 230 Chinese topondernemingen, waaronder ZTE, Huawei en Li Ning, sturen winstwaarschuwingen rond; de beurs daalt; en het aantal faillissementen stijgt.

Maar Yves Carcelle, president-directeur van Louis Vuitton wuift deze golf van slecht economisch nieuws weg. Hij is al evenmin onder de indruk van de waarschuwing van het Internationaal Monetair Fonds, dat „een harde landing” van de tweede economie van de wereld als gevolg van de recessies in Europa en de Verenigde Staten „niet uitgesloten” is.

„Onze markt is de bovenlaag van de Chinese middenklasse, de nieuwe rijken, en die blijft groeien. De Chinese markt voor luxegoederen zal in de komende drie jaar die van Japan en de VS overvleugelen”, aldus Carcelle tijdens een voorbezichtiging van het warenhuis met vergulde trappen, beelden van topkunstenaars en een aparte verdieping waar „speciale en unieke” kledingwensen worden vervuld door Franse designers. Zelfs een mahjongtafel van slangenhuid behoort tot de mogelijkheden.

Wie op een broeierige vrijdagochtend ronddwaalt in het prettig gekoelde Shanghaise Plaza 66, waar behalve Louis Vuitton, ook Prada, Burberry, Chanel en vele andere luxemerken zijn gevestigd, vraagt zich af waar de Chinese autoriteiten, de economische media en ook het IMF zich zo druk over maken. Van de voorspelde „crash’’ (China Business News en The Wall Street Journal) is hier geen spoor te bekennen.

Buiten deelt een jongen kranten uit waarin de Communistische Partij de opening van deze Louis Vuitton-vestiging verwelkomt. De communistische leiders die morgen aanwezig zullen zijn bij de opening van het nieuwe en grootste filiaal van Louis Vuitton zijn wel de laatsten die zich storen aan de overdaad van luxe.

Econoom Liang Youcai van het economisch Staatsinformatiecentrum kan dat makkelijk verklaren: „De overheid wil de binnenlandse consumptie bevorderen. Het is beter als ook de nieuwe rijken hun yuans in Shanghai of andere steden spenderen dan in Hongkong, Tokio, Parijs, Londen of New York.”

Nu de groei voor het zesde achtereenvolgende kwartaal daalt (naar 7,6 procent van ruim 10 procent in 2010) willen de autoriteiten dat de consumenten meer gaan uitgeven. Shoppen is dus patriottistisch.

Het hervormen van de exportafhankelijke economie naar een economie die wordt gedreven door binnenlandse consumptie staat al enkele jaren hoog op de politieke agenda, maar heeft nog weinig resultaat opgeleverd. Nog steeds is binnenlandse consumptie slechts goed voor 35 procent van het Chinese bruto binnenlands product. Niet verwonderlijk, want de gemiddelde inkomens zijn vergeleken met die in de VS en Europa laag (3.000 euro op het platteland en 7.000 euro in de grote steden) en Chinezen moeten veel sparen voor pensioenen, medische zorg en huisvesting.

„De realiteit is dat consumptief gedrag niet snel te beïnvloeden is en niet snel resultaten afwerpt. We kunnen dus niet zonder nieuwe investeringen in infrastructuur, in de vastgoedsector en in de staatsbedrijven. We hebben net als in 2008 meer staatsinvesteringen nodig om de economische neergang af te stoppen”, aldus Liang Youcai.

In november van dat internationale crisisjaar reageerde de Chinese regering razendsnel met een stimuleringspakket van ruim 450 miljard euro. Zij redde daarmee China en de wereldeconomie. De keerzijde van operatie wordt gevormd door speculatieve vastgoedbellen, slechte leningen en grote schulden die in het Chinese systeem vooral op het conto komen van de provinciale overheden. Die moeten de komende jaren en decennia zo’n 1.150 miljard euro afbetalen. Premier Wen Jiabao karakteriseerde de Chinese economie daarom als een „onevenwichtige, ongecoördineerde en uiteindelijk onhoudbare” staatshuishouding.

„Het recept van 2008 is niet voor herhaling vatbaar als we uit deze doodlopende steeg willen komen”, schrijven de staatsmedia. Zij besteden ook veel aandacht aan lege wegen, ongebruikte bruggen en vrijwel onbewoonde nieuwe woonwijken.

De druk op premier Wen om de voet van de monetaire en begrotingsrem te halen, wordt echter met de maand groter. Zeker nu de inflatie daalt en de voorspelde crisis op de vastgoedmarkt als gevolg van afkoelingsmaatregelen is uitgebleven, is er ruimte om de economie weer ouderwets staatskapitalistisch te stimuleren, zo luidt de redenering.

Er is ook een politiek argument om hoge groeicijfers te bereiken. De Communistische Partij ontleent legitimiteit aan concrete economische resultaten en is altijd geducht voor sociale onrust. Bovendien vindt in oktober het 18e Partijcongres plaats. Daarna neemt een nieuwe generatie leiders de macht over.

China-watchers als Andy Rothman van CSLA Sinology en Jou Zhou van Société Générale denken dat de zittende leiders al hebben besloten de noodzakelijke hervormingen over te laten aan de opvolgers en in stilte al zijn begonnen met het aanjagen van de economie door nieuwe investeringen in infrastructuur. Aanwijzingen daarvoor zijn de toenemende bankleningen aan lokale overheden voor nieuwe huizen, wegen en het vervroegd aanleggen van nieuwe vliegvelden.

„Met opgetrokken neus slikt China een vies medicijn en het zal daardoor dit jaar uitkomen op relatief hoge groei”, voorspelt Rothman. Dat is precies wat de directie van Louis Vuitton graag wil horen.