Als het bergop gaat, is de witte Keniaan de meester

Christopher Froome (27) is de sensatie in de Tour de France. In de bergen is hij de sterkste. De Brit van Keniaanse afkomst is gehard in de ongerepte natuur rond Nairobi.

Redacteur Wielrennen

Bagnères-de-Luchon. Gebaartje met de rechterhand. Kom op nou! Geïrriteerd omkijken. Waar blijf je nou? Bijna achteloos reed Christopher Froome gisteren op de slotklim naar Peyragudes zijn kopman Bradley Wiggins uit het wiel. Om nogmaals te bewijzen dat hij de beste klimmer van de Tour de France is, beter dan geletruidrager Wiggins. En passant pakte de Brit van Keniaanse afkomst achter ritwinnaar Alejandro Valverde kostbare seconden in de strijd om de tweede plaats, die hem bijna niet meer kan ontgaan. „Chris is een geweldige ploegmaat”, prees de vijf jaar oudere Wiggins. „Op een dag kan hij de Tour winnen.”

Froome (27) zei alles in één zin. „I was just doing my job.” De tweede man van Team Sky beleeft ook een beslissende bergetappe in de Tour als een kind dat in zijn eigen wereld speelt. In de race vol vuur, daarbuiten mild glimlachend. Met ingehouden verbazing gaat hij om met de voor hem nieuwe situatie van toprenner in de spotlights.

Niets leidt hem af van zijn doel: kopman Wiggins in het geel naar Parijs brengen en zelf tweede worden. Hectiek? „Ik heb niet zo in de gaten wat anderen van mij denken”, sprak hij bedachtzaam, eerder deze week op de rustdag. „Ik zit nauwelijks op internet en lees geen kranten.”

Tot dertien jaar geleden speelde het leven van Froome zich voornamelijk buiten af, tussen de dieren in de ongerepte natuur rond de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Zijn ouders zijn van Britse komaf. Zijn vader organiseerde safari’s, zijn moeder was fysiotherapeut. Het gezin had vier jongens. Als de Froomes naar Zuid-Afrika verhuizen, gaat de veertienjarige Christopher naar een internaat in Johannesburg, gevolgd door een studie economie aan het sjieke Saint John College. Ook daar is de natuur nooit ver weg. „In Afrika groei je waarschijnlijk anders op dan kinderen in Europa. Daar komt mijn passie vandaan om buiten te leven, om te fietsen. Het is wat me nog altijd drijft: eropuit trekken, riding my bike.”

In de nationale kampioenstrui van Kenia – waar hij zonder tegenstand niet eens voor hoefde te rijden – valt hij op als wielrenner. Via het kleine Konica-Minolta (2007) volgt een contract voor 30.000 euro per jaar bij Barloworld, een Zuid-Afrikaans-Britse ploeg. Van Zuid-Afrika brengt het wielrennen hem naar Bergamo, Leuven en Toscane. Hij krijgt de Britse nationaliteit, vertrekt in 2010 naar de nieuwe ploeg Sky en verhuist een jaar later naar Monaco.

Sinds zijn verrassende tweede plaats in de Ronde van Spanje van vorig jaar geldt hij sportief en financieel als topper. Maar dit seizoen kampte ‘de witte Keniaan’ (een bijnaam die hij naar eigen zeggen ooit kreeg dankzij de speaker in de Amstel Goldrace) lange tijd met een hardnekkige bacteriële infectie. Die liep hij op in Kenia en die speelt de laatste jaren regelmatig op.

Het kostte hem bijna zijn Tourdeelname. „Dit is de beloning voor een heel zware periode”, zei hij na zijn zege bergop in de zesde etappe.

Heeft hij qua postuur wat weg van de succesvolle marathonlopers uit Afrika? Froome lacht en voelt aan zijn benen. „Ik ben in Eldoret [mekka van het Keniaanse hardlopen] geweest, niet om te trainen, maar om te kijken. Zoals ik heel Kenia heb gezien. Maar ik kan niet zeggen dat ik als een marathonloper heb geleefd.”

Is het een voordeel dat je in Afrika jarenlang op hoogte bent opgegroeid?

„Leven op hoogte is een kwestie van gewenning. Ik woonde in de buurt van Nairobi op 2.000 meter. Ook in Zuid-Afrika woonde ik op 1.800 meter hoogte. Maar ik ben geen wetenschapper. Ik weet niet of het me nu nog voordeel oplevert.”

Je lijkt nauwelijks vermoeid in de laatste Tourweek.

„Dat is waar deze sport om gaat, waar de Tour om gaat: het managen van de vermoeidheid. Ik voel me de laatste dagen uitstekend. Dat is de grootste sensatie die ik tijdens de Tour heb ervaren. Ik kijk uit naar de laatste dagen. Nu moeten we het afmaken.”

Had je zelf verwacht zo sterk te zijn?

„Ik wist voor dat ik aan de Tour begon niet hoe goed de anderen zouden zijn. Ik wist wel dat ik zelf in orde was. In trainingen bleek dat ik in dezelfde vorm was als vorig jaar in de Vuelta en misschien wel beter. Dan ben je er klaar voor. We staan nu op de eerste en tweede plaats in het algemeen klassement. Dan blijkt dat het gevoel klopt.”

In hoeverre speelt de wetenschappelijke begeleiding bij Team Sky een rol?

„De filosofie van onze ploeg is nieuwe dingen te vinden om te verbeteren. Wij komen niet voort uit een traditie van dertig of veertig jaar wegwielrennen. We hebben juist veel nieuwe brains in de sport gebracht. Op die manier zijn we de uitdaging aangegaan met de oudere methodes van wielrennen, die uitgaan van ervaring. Dat blijkt te werken.”

Wat is de kracht van de ploeg?

„We zijn als team zo’n sterke eenheid! Het is niet alleen Bradley en ikzelf. Het is ook Richie Porte, Mick Rogers, Christian Knees en Edvald Boasson Hagen. Iedereen stijgt boven zichzelf uit. Als we zo doorgaan als nu, zie ik geen reden waarom Sky niet nog jaren dominant kan zijn in deze sport. De sponsor gaat vier jaar door, ze hebben dus vertrouwen in ons. We zullen het beste van onszelf geven en hebben alles wat nodig is om te presteren.”

In de bergen leek je sterker dan Wiggins. Waarom reed je niet voor je eigen kans?

„Het was niet moeilijk om me in te houden voor Bradley. We zijn hier met een doel, en we liggen op koers. Het heeft geen zin voor mij om daar ineens van af te wijken. In een team moet iedereen iets opofferen. Dat is wat we doen. Dus waarom zouden we het anders doen?”

Wat verwacht je van volgend jaar?

„Het is te vroeg om al aan volgend jaar te denken. Ik zal blij zijn als we eerst deze Tour tot een goed einde brengen. Als we volgend jaar in dezelfde situatie zitten als nu, zal ik zeker weer voor Bradley werken.”

Kun je zelf ooit de Tour winnen?

„Ik zie mezelf als een toekomstig Tourwinnaar. Dat is wat ik op een dag hoop te worden.”