Zwemmachine

Was ik maar in Frankrijk gebleven, lijkt Sharon van Rouwendaal te denken. Daar waar de zon wel schijnt. Daar waar er nog zoiets bestaat als de zomer. De zwemster uit Baarn verhuisde op jonge leeftijd met haar ouders naar Zuid-Frankrijk. Ze had ook voor de Franse zwembond kunnen uitkomen. Maar ze koos voor Nederland. En daar krijg je het Hollandse zomerweer gratis bij.

Kijk naar Sharon van Rouwendaal op het droge en je ziet een bleek meisje, met gespierde schouders en machtige heupen. Ze weet zich geen houding te geven voor de camera. ‘Moet die hand in mijn zij? En waar laat ik die andere arm?’

Sharon weet het niet. Maar kijk nog eens als ze in het water duikt. Het meisje verandert in een machine. De slagen zijn krachtig, het lichaam perfect in balans en de ogen – verstopt achter een duikbril – gericht op oneindig.

Van Rouwendaal is het grootste Nederlandse zwemtalent van dit moment. Ze kwalificeerde zich op negentienjarige leeftijd voor de Olympische Spelen in Londen, waar ze aan twee nummers meedoet. Op de rugslag is ze nu al de beste Nederlandse zwemster ooit. Het Nederlandse zwemmen rekent op haar als toekomstig olympisch kampioen.

Van Rouwendaal laat zich niet afleiden door die hoge verwachtingen. Laat haar maar zwemmen, zo veel en zo hard mogelijk. Daarom koos ze ook voor Nederland. Omdat ze hier mocht doen wat ze wilde. Weg van die strenge Franse trainers en hun belachelijke methodes. Dat is in Nederland beter geregeld. Geen Spartaanse trainingen meer, maar gewoon plezier in je sport. Dat heeft ze hier gevonden. En het Zuid-Franse zomerweer? Daar merk je in het zwembad weinig van.

In aanloop naar de Olympische Spelen (27 juli-12 augustus) publiceert nrc.next iedere dinsdag en donderdag foto’s van Nederlandse deelnemers. De foto’s zijn gemaakt voor het fotoboek Olympisme, over bloed, zweet en tranen van Lars van den Brink en Tom van Heel. Kijk op www.olympisme.eu