Werkloosheid gestegen tot 6,3 procent in juni

De werkloosheid is vorige maand gestegen tot 6,3 procent. In juni vorig jaar was de werkloosheid nog 5 procent. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek vanmorgen bekendgemaakt.

495.000 Nederlanders zaten vorige maand zonder baan. Dat zijn er 6.000 meer dan in mei.

Vergeleken met vorig jaar is vooral de werkloosheid in de bouw toegenomen, aldus het CBS. In een jaar tijd nam het aantal werkloosheidsuitkeringen in de bouw toe met 46 procent tot 14.000. Volgens het CBS is het aantal nieuwe WW-uitkeringen in de sectoren industrie en bestuur veel beperkter.

Van jongeren die deel uitmaken van de beroepsbevolking was 12,2 procent werkloos. Vorig jaar juni was dat 9,3 procent. In totaal is de werkloosheid onder vrouwen (6,4 procent) iets hoger dan onder mannen (6,2 procent). Volgens voorspellingen van het Centraal Planbureau loopt de werkloosheid volgend jaar op tot 7 procent.

De Nederlandse werkloosheid ligt nog steeds onder het gemiddelde in de eurozone en de Europese Unie. Eurostat hanteert een andere definitie van werkloosheid dan het CBS. Het CBS rekent iemand als ‘werkend’ bij een baan van minimaal twaalf uur per week. Eurostat hanteert deze ondergrens niet. Volgens Eurostat is de werkloosheid in Nederland 5,1 procent. Voor de hele EU is dat 10,3 procent en voor de eurozone 11,1 procent. Spanje kampt met de hoogst gemeten werkloosheid van 24,6 procent. Voor Griekenland zijn geen Eurostatcijfers bekend.

Ogenschijnlijk in strijd met de stijgende werkloosheid is het consumentenvertrouwen volgens het CBS licht verbeterd. Het CBS hanteert een stemmingsindicator. Consumenten krijgen vragen voorgelegd en op basis van het aantal positieve en negatieve antwoorden vormt het CBS een index. Als er per saldo evenveel positieve als negatieve antwoorden gegeven worden, is het consumentenvertrouwen neutraal op nul.

Deze maand staat het consumentenvertrouwen op -32, in juni was dat -40, een dieptepunt in de afgelopen vier jaar. Consumenten waren positiever over de stand van de economie. Ook toonden ze zich meer bereid aankopen te doen.