Sloopkunst: krot groeit uit tot kijkdoos

Kunstenares Marjan Teeuwen vormt een afgedankt huizenblok om tot indrukwekkend sculptuur. Niet om in te wonen, maar om in rond te gluren.

Van buiten is er weinig bijzonders te zien. Twee rijtjespanden uit 1920 in de Rotterdamse wijk Bloemhof. Vier voordeuren van sociale woningen. Voor de meeste deuren zijn platen geschroefd, net als voor de ramen op de begane grond. Want de panden staan leeg en zullen worden gesloopt. Op straat scharrelen luidruchtige meeuwen tussen het afval uit opengescheurde vuilniszakken. Aan de overkant: een groentewinkel, een Turkse kleermaker, een seksshop.

Eén van de vier deuren kan nog open. Eenmaal binnen sta je verbaasd. De vier smalle gangen zijn volledig opengebroken, in de breedte en ook in de hoogte: je kijkt tegen het dakbeschot op de zolderverdieping aan. De trappen staan nog overeind, maar ze gaan nergens meer naartoe. En aan weerszijden van de gangen zijn alle kamers van de vier woningen opengemaakt. Een poppenhuis op menselijke maat. Samen zijn de kleine woningen een enorme ruimte geworden en het duurt even voordat je die ruimte bevatten kunt, voordat je de structuur doorgrondt. Je ziet veel meer dan je normaal gesproken van zo’n gebouw kunt zien.

Beeldend kunstenaar Marjan Teeuwen (1953) geeft uitleg. Drie maanden hebben zij en haar assistenten hier „als bouwvakkers” gewerkt. Ze hebben de gangen gesloopt en een deel van de wanden. Tegen de muren die nog overeind stonden, stapelde Teeuwen wekenlang geduldig verzaagd sloopafval op. Planken, plaatjes en puinbrokken, uit dit pand en uit panden uit de buurt. Tot aan het plafond, zodat de oorspronkelijke muren niet meer te zien zijn en het lijkt of alle kamers uit stapels zijn opgebouwd. Die stapels wijken of hellen over, hebben rondingen en punten. Het pand is één grote sculptuur geworden. Een theatraal uitgelicht, duizelingwekkend beeld over drie bouwlagen.

Teeuwen maakt al een paar jaar werk van slooppanden. Eerder nam ze gebouwen in Den Bosch, Amsterdam en het Russische Krasnoyarsk onder handen. Ze hakt telkens ruimtes open en stapelt die vervolgens weer gedeeltelijk dicht met op kleur gesorteerd sloopmateriaal. Ieder ‘Verwoest huis’ levert haar twee kunstwerken op. Eerst is er de tijdelijke installatie ter plaatse: ‘Verwoest huis Bloemhof’ in Rotterdam is dezer weken ieder weekend te bezichtigen. Het tweede kunstwerk is blijvend: een foto van de situatie. Of eigenlijk, het líjkt een foto, want in feite is het beeld samengesteld uit vele detailfoto’s. Het geheel is niet in één keer vast te leggen.

Ook met de foto is Teeuwen dus nog weken bezig, samen met een professionele fotograaf en een beroeps-photoshopper. „Eigenlijk is het fotograferen ook weer een proces van opbouwen”, zegt ze. „De uiteindelijke foto geeft wel getrouw de werkelijkheid weer, maar je zou hem in werkelijkheid niet kunnen maken.”

Eind dit jaar gaat ze aan de slag in het Nicolaaslyceum, nabij de Zuidas in Amsterdam-Zuid. Dat wordt een nog omvangrijker werk, met klaslokalen op vier verdiepingen.

In Rotterdam heeft ze nu naar een afgewogen abstract beeld gezocht, vertelt ze, maar in het Amsterdamse schoolgebouw wil ze grovere vormen aanbrengen. Meer chaos en schuine lijnen. Ze wil de verwoesting benadrukken.

„Ik ben al heel lang gefascineerd door gebouwen die bij de sloop op de knieën worden gedwongen met springstof. In dat lyceum wil ik van een aantal kolommen een stukje af halen zodat de vloeren erboven scheef komen te staan. Niet met springstof hoor, maar met beleid.”

‘Verwoest Huis Bloemhof’, Putsebocht 58/60, Rotterdam. T/m 29 juli, za en zo. Daarna op 5/8, 2/9, 7/10 en 14/10. Foto’s t/m 26/8 in het Nederlands Fotomuseum.