Schoenmakers van De Stijl

Schoenmakers Thijs en Evert Rinsema uit Drachten raakten in de jaren tien van de vorige eeuw begeesterd door De Stijl. Hun werk is te zien in het Mondriaanhuis.

De Stijlkunstenaars bouwden een wereld met rood, geel en blauw. Mondriaan schilderde met primaire kleuren, Theo van Doesburg paste ze toe in zijn ‘kleuroplossingen’ voor de interieurs van woningen, scholen en cafés, Gerrit Rietveld gebruikte ze voor zijn meubels en gebouwen. Ook de schoenmakers Evert en Thijs Rinsema, die met groot enthousiasme de Stijlprincipes hadden omarmd, zouden graag schoenen hebben gemaakt in rood, geel of blauw. Op 28 augustus 1921 schreef Evert Rinsema aan zijn vriend Van Doesburg: „Van den zomer ontvingen we van een handelaar in leer een vel rood leer, zoó mooi, dat je het zoudt stelen. Jammer dat de mensen liever bruin hebben en ik mag wel zeggen, liefst de kleur zoo flauw en smerig mogelijk. Waarom geen flinke, pure kleur?”

De twee broers hadden samen een schoenmakerij in Drachten. Evert Rinsema (1877-1947) had literaire aspiraties en een belangstelling voor filosofie. Thijs Rinsema (1880-1958) schilderde in zijn vrije tijd en ontwierp meubels die hij liet uitvoeren door de plaatselijke timmerman. In de schoenmakerswerkplaats hingen schilderijen van Van Doesburg en er stond een sculptuur van constructivist Alexander Archipenko, een kleine, elegante vrouwentorso van terracotta uit 1914. Af en toe maakten de broers een expositie in de etalage van hun winkel, met de sculptuur van Archipenko, schilderijen van Van Doesburg en nummers van De Stijl, het tijdschrift waarop ze vanaf het eerste nummer, dat in oktober 1917 verscheen, waren geabonneerd.

In het Mondriaanhuis in Amersfoort, gevestigd in het geboortehuis van Piet Mondriaan, is nu een tentoonstelling gewijd aan de twee broers en aan hun vriendschap met de onvermoeibare pleitbezorger van De Stijl Theo van Doesburg, getiteld Rins en Does bij Mondriaan (Does was de koosnaam voor Theo van Doesburg van zijn vrouw Nelly, waar Rins vandaan komt wordt niet vermeld). Er zijn werken uit de collectie van de Rinsema’s en schilderijen van Thijs Rinsema te zien. Meubels ontworpen door Thijs zijn opgesteld in reconstructies van de kamers van de broers, compleet met muurpanelen in primaire kleuren. Ook wordt aandacht besteed aan de architectuurontwerpen en ‘kleuroplossingen’ die Van Doesburg in samenwerking met gemeentearchitect Cees Rienk de Boer heeft gemaakt voor woningen in Drachten en aan de briefwisseling tussen Evert Rinsema en Van Doesburg. De expositie sluit mooi aan bij de documentaire tentoonstelling over leven en werk van Mondriaan die permanent in het Mondriaanhuis te zien is.

Mobilisatie

Hoe waren de twee Friese schoenmakers in aanraking gekomen met De Stijl? In de zomer van 1914 ontmoetten Van Doesburg en Evert Rinsema elkaar tijdens de mobilisatie, toen ze beiden waren ingedeeld bij een militaire veldpost in Noord-Brabant, net buiten Tilburg. Op een foto zien we de twee kompanen, gekleed in soldatenjas met glimmende knopen, op hun post, vlak voor een bosrand. Van Doesburg zit ineengezakt achter een tafeltje met paperassen, Evert staat ernaast met een fiets aan de hand. Zij zouden tot aan Van Doesburgs dood in 1931 met elkaar bevriend blijven.

De Eerste Wereldoorlog veranderde Van Doesburg, die eerder humanistische idealen koesterde, in een activist. Hij vond dat er een radicaal nieuwe kunst nodig was. Om die mogelijk te maken diende de oude kunst volledig te worden afgebroken. Zo kwam het dat hij behalve gangmaker van De Stijl ook voorman werd van Dada, hoewel de principes van Dada lijnrecht tegenover die van De Stijl stonden. In 1922 reisde Van Doesburg met Nelly naar Weimar voor een internationaal congres van constructivisten en dadaïsten. Hier planden zij samen met Kurt Schwitters een Dada-tournee door Nederland, die in 1923 plaatsvond. De opzet was om zoveel mogelijk tumult te veroorzaken en het publiek op te ruien. Nelly, die pianiste was, speelde onder andere een treurmars voor een krokodil en een militaire mars voor mieren, Schwitters droeg absurdistische gedichten voor en onderbrak van Doesburgs lezing Wat is Dada? op gezette tijden met hondengeblaf en andere vreemde geluiden. De Dada-tournee deed ook het dropje Drachten aan waar de Rinsema’s woonden. Schwitters logeerde toen bij hen thuis.

Geïnspireerd door Schwitters maakte Thijs Rinsema collages en ontwerpen voor kleine houten doosjes met collage-achtige patronen, bestemd voor bijvoorbeeld sigaretten. Prachtige kleine doosjes zijn het, van multiplex met fineer, in bruin, rood en geel en met zwarte letters. De grote charme van de dingen die Thijs maakte is dat het steeds vrij letterlijke vertalingen of verwerkingen zijn van zijn voorbeelden, op een weerbarstige en onhandige en tegelijk liefdevolle manier. De meubels die hij ontwierp naar afbeeldingen van meubels van Rietveld, zijn minder inventief en plomper dan die van Rietveld, maar toch heel aantrekkelijk. De lange schuine rugleuning van de befaamde Rietveldstoel, in zwart met primaire kleuren, is door Thijs Rinsema rechterop gezet en de zijkanten van zijn stoel hebben rood geschilderde latten die niet rechthoekig zijn, maar tegen alle regels in taps toelopen. Misschien heeft Rinsema de perspectivische lijnen van een foto van de Rietveldstoel verkeerd geïnterpreteerd.

Van Thijs Rinsema zijn ook twee mooie, bijna futuristische gouaches te zien van kleurige voetballers, samengesteld uit spitse, driehoekige vormen.

Verzamelde Volzinnen

Evert Rinsema schreef gedichten en aforismen. In 1920 publiceerde Van Doesburg een selectie van de aforismen als Stijl-uitgave, onder de titel Verzamelde Volzinnen, waarbij de schoenmaker de helft van de kosten op zich nam. „de mensch is van nature/ hoekig”, zo luidt aforisme 76, en nummer 103: „de daad is de verlosser/ der gedachte”. Van Doesburg probeerde het boek voor een gulden per stuk te verkopen via zijn Stijl-abonnees.

Van Doesburg heeft enkele werken op papier en een paar kleine, vroege schilderijen aan de broers geschonken. Ook hadden zij enkele schilderijen van Van Doesburg uit de Stijlperiode in hun bezit. Er is in ieder geval één geval bekend van een ruil van een schilderij voor een paar schoenen. Van Doesburg was modebewust en hield erg van excentrieke kleding. Vanuit Weimar schreef hij aan Evert: „Ik had hier met iemand een phylosofisch gesprek over het nieuwe model schoen: geheel vlak en met spitsen teen en platte hak. Hieruit bleek ook dat in de schoen de ronde lijn meer verstrakt wordt en het horizontale loopen tegenover de verticalen lichaamstaal sterker geaccentueerd wordt.”

Thijs heeft verschillende schilderijen van Van Doesburg gekocht, waaronder Compositie XXII (1922), dat in de collectie van het Van Abbemuseum zit en nu in Amersfoort te zien is, een abstracte compositie van rechthoekige en vierkante kleurvlakken. De vlakken zijn tegen elkaar aan geschilderd, in blauw, zwart, rood en wit. Het meest in het oog springt een groot goudgeel vlak, dat boven de andere vlakken lijkt te zweven. Thijs Rinsema vond het „prachtig”: „Wat ’n zuiver geel”. Hij hing het op zijn „kamertje boven”, dat hij in primaire kleuren geschilderd had, met een „geheel gele zoldering”.

De Stijl en Dada hebben veel goeds teweeggebracht in Drachten. De twee schoenmakers hebben een rijk leven gehad.

Rins en Does bij Mondriaan. Mondriaanhuis, Kortegracht 11, Amersfoort. T/m 29 sept. Di t/m vr 11-17u, za-zo 12-17u. Inl. mondriaanhuis.nl