Politieke uitweg nóg moeilijker

Nieuwsanalyse

Machteloos heeft de wereld de afgelopen tijd toegekeken hoe de situatie in Syrië uit de hand liep. Maar er is geen alternatief voor diplomatie.

Naarmate het geweld in Syrië heviger wordt, slinkt in de buitenwereld het vertrouwen dat een politieke oplossing nog mogelijk is. Vooral in het Westen groeide afgelopen weken het ongeduld met de diplomatieke missie van VN-gezant Kofi Annan. Zijn vredesplan is van het begin af aan vrijwel genegeerd door beide partijen in het conflict.

Maar een reëel alternatief voor de diplomatieke weg heeft de internationale gemeenschap niet. En dus blijft ze zo goed als machteloos langs de kant staan, terwijl de situatie in Syrië, zoals de Amerikaanse minister van Defensie Panetta gisteren zei, snel onbeheersbaar wordt.

De risico’s van een geweldsswpiraal en toenemende chaos zijn groot, niet alleen voor Syrië maar voor de hele regio. Het land heeft een groot leger, rijk voorzien van conventionele en chemische wapens. Na de aanslag van gisteren zal president Assad nog minder dan voorheen bereid zijn tot een compromis met de rebellen. En de rebellen zullen, nu ze de wind in de rug hebben, ook niet opeens met hun gehate tegenstander om de tafel willen gaan zitten.

Meteen na de aanslag, waarbij drie leden van de inner circle van Assad omkwamen, werd alom herhaald dat hiermee nu echt het einde van het regime is ingeluid. Dat valt nog te bezien, maar ook als het bewaarheid wordt is het nauwelijks een geruststelling. Want wat er na een eventuele val van Assad zal gebeuren, blijft volstrekt onduidelijk.

De politieke en de gewapende oppositie zijn intens verdeeld en ze hebben ongetwijfeld verschillende plannen met het land, al weet niemand precies welke. Hun wahabitische sponsors in Saoedi-Arabië hebben er vast andere verwachtingen van dan hun supporters in het Westen. Dat de burgeroorlog steeds meer een sektarisch karakter heeft, maakt de situatie nog onheilspellender.

De machteloosheid van de internationale gemeenschap om een politieke oplossing voor de burgeroorlog te vinden was afgelopen maanden pijnlijk zichtbaar in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Daar verweten westerse landen Rusland en China dat ze een oplossing in de weg stonden door Assad de hand boven het hoofd te blijven houden en maar niet akkoord te gaan met sancties tegen het regime. Rusland op zijn beurt verweet het Westen de situatie erger te maken door de rebellen te steunen. De Verenigde Naties zou zich niet met revoluties moeten inlaten.

Vandaag zou de Veiligheidsraad, na het ter perse gaan van deze krant, stemmen over een resolutie, ingediend door de Verenigde Staten, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Portugal. Hiermee zouden Syrië sancties worden opgelegd als het regime het gebruik van zware wapens niet staakt en niet binnen tien dagen zijn troepen uit steden terugtrekt.

Op verzoek van bemiddelaar Kofi Annan was een stemming hierover gisteren, toen een veto van Rusland en China onvermijdelijk leek, met een dag uitgesteld. Annan zag nog mogelijkheden voor een compromis, zei hij. De presidenten Poetin en Obama hebben gisteravond per telefoon over Syrië gesproken, maar of ze iets nader tot elkaar zijn gekomen zou waarschijnlijk pas later vandaag in de Veiligheidsraad blijken.

Ruslands bezwaren richtten zich niet alleen tegen een eenzijdige veroordeling van zijn bondgenoot Assad, maar ook tegen de eis van de westerse landen dat de resolutie moet worden aangenomen onder hoofdstuk 7 van het VN-handvest, wat inhoudt dat ze zo nodig met militaire middelen afgedwongen kan worden. Rusland, en ook China, zijn daar fel tegen gekant. Ze willen geen herhaling van het scenario dat zich vorig jaar met Libië afspeelde. Toen onthielden Moskou en Peking zich van stemming, waardoor een resolutie tegen het regime van Moammar Gaddafi kon worden aangenomen, die de NAVO uitlegde als toestemming voor de gewapende interventie die meteen van start ging.

Maar hoezeer de Veiligheidsraad de afgelopen tijd ook verdeeld is geweest over Syrië, het is maar de vraag of die verdeeldheid ook de oorzaak was van de machteloosheid van de internationale gemeenschap. Zonder die verdeeldheid had een oplossing niet opeens binnen handbereik gelegen.

Als Rusland en China maanden geleden bijvoorbeeld hadden ingestemd met sancties tegen Syrië, dan zou dat Assad wel meer onder druk hebben gezet. Maar of het zijn bereidheid had vergroot om tot een vergelijk te komen met zijn tegenstanders, valt zeer te betwijfelen. Want zowel de oppositie als de westerse landen hebben steeds duidelijk gemaakt dat ze alleen kunnen instemmen met een oplossing waarbij Assad van het toneel verdwijnt.

En ook al was er allang een eendrachtige Veiligheidsraad geweest, voor militair ingrijpen is ook in het Westen amper steun – afgezien van enkele Republikeinen in het Congres en een altijd strijdlustige schare commentatoren op Amerikaanse opiniepagina’s.