Petje-op-petje-af bij klassiek concert

The Stolz Quartet neemt de oproep van staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) voor „meer marktwerking in cultuur” letterlijk: het publiek mag laten zien wat het van het concert vindt. Het testpubliek krijgt deze week in de Melkweg een groen petje en een rood petje. De instructies zijn helder: opzetten wanneer een moment je wel, of juist niet bevalt.

Het bureau Trendbox kreeg de opdracht de voorstelling Exil in Halbe te onderwerpen aan een marktonderzoek. Zo werd Exil in Halbe, met muziek van Diego Soifer, behandeld als de nieuwste shampoo. Het publiek vulde vragenlijsten in en het petjesgedrag werd gefilmd.

Het onderzoek had een bijna satirische ondertoon. Zo mocht men dinsdag na afloop met uit tijdschriften geknipte plaatjes collages maken, waarin „je gevoelens over de voorstelling tot uitdrukking komen”.

De petjes geven interessante resultaten. Bij aanvang van de voorstelling zitten de vier musici in glazen cellen, afgesloten van elkaar. Bij een stotterende klaagzang van de hoboïste gaan de eerste rode petjes omhoog. De vier musici kruipen uit de cellen en zoeken elkaars contact. Naarmate het samenspel groeit en de muziek aan tonale weelderigheid wint, worden rode door groene petjes vervangen. Een muziekloze overgang krijgt rood.

Veel luisteraars vonden het klagend dissonante begin moeizaam. Maar de positieve reacties waren in de meerderheid. „Ik ben onmuzikaal”, zei een man, „maar deze voorstelling ging voor mij over de hokjesgeest van de huidige maatschappij, en hoe dit met samenspel doorbroken kan worden.”

Liesbeth Steffens, zakelijk leider en altvioliste, is enthousiast . „Het publiek was grotendeels onervaren met moderne muziek. Maar iedereen begreep waar het over ging. Het begin, dat inderdaad moeizaam en pijnlijk bedoeld was, kreeg veel rood en riep dus de juiste emoties op.”

Met haar ensemble probeert ze de traditionele concertpraktijk te doorbreken. Steffens: „Exil in Halbe maakt een knipoog naar de politiek. Maar het gaat ons vooral om het publiek, met wie we willen delen wat we mooi vinden. Al gaan we deze voorstelling niet naar hun opmerkingen aanpassen.”