‘Ook Duitsland schuldig aan eurocrisis’

De eigenzinnige econoom Peter Bofinger souffleert bondskanselier Merkel. Volgens Bofinger profiteert de Duitse economie van de crisis. „Duitsland is een vijfsterren-economie met een driesterren-wisselkoers.”

Er zijn best Duitse economen die vinden dat de crisis niet alleen is veroorzaakt door falende Zuid-Europese politici. Je moet alleen reizen om ze te vinden.

Vanuit Nederland door het Ruhrgebied, langs Frankfurt. Uitstappen in Würzburg. Bij de Julius-Maximilians-Universität de trappen op en speuren naar kamer 482. Kloppen. Met wat geluk ontvangt Peter Bofinger met taart. „Gebakken door een van mijn studenten”, zegt hij.

Bofinger is een van de belangrijkste economen van Duitsland. Samen met vier anderen zit hij in de raad van wijzen, een adviesgroep die de bondskanselier adviseert over economisch beleid. Bofinger ziet dat Duitsers in toenemende mate eurokritisch worden. „Veel Duitsers, inclusief vooraanstaande academici, vinden dat hun regering geld gooit in een bodemloze put”, zegt hij. Ze willen liever van de euro af, meent hij. „Ze denken dat ze zich dan niet geen zorgen hoeven te maken over Spaanse problemen.” Bofinger vindt die redenering „nutteloos”. Duitsland is zelf een aanstichter van de crisis.

Waarom die ontevredenheid?

„De laatste twaalf jaar zijn de reële inkomens van veel Duitsers niet gestegen. Ze merken geen verbetering van hun economische situatie. Ze vragen zich af waarom zij moesten lijden, terwijl Italianen en Spanjaarden niet bereid zijn dat te doen.”

Bent u het met die redenering eens?

„Nee. Ze geloven het verkeerde succesverhaal. De arbeidsmarkthervormingen van 2003 en 2004 hebben Duitsland niet concurrerender gemaakt. De Duitse kleinere en middelgrote bedrijven zijn het echte succesverhaal. Het zijn bedrijven gespecialiseerd in machines en auto-onderdelen. Het zijn familiebedrijven die niet als beursgenoteerde bedrijven elk kwartaal verantwoording moeten afleggen. Ze zijn niet afhankelijk van de kapitaalmarkten. Zij zijn de stille Duitse kampioenen. Zelfs de grote Duitse kampioenen, BMW, Bertelsmann, Bosch en Würth, hebben die kernmerken.”

Maar die bedrijven zijn voor buitenlandse klanten aantrekkelijker als hun producten goedkoper zijn?

„Goede ingenieurs en ontwerpers. Goede technische universiteiten. Aantrekkelijke salarissen. Dat zijn de succesfactoren van BMW. Zo’n 15 procent van de kosten zal daar naar salarissen gaan. Zonder loonmatiging, was dat 18 procent geweest. Denk je echt dat dat uitmaakt voor een rijke Chinese klant? Dat is een belachelijk verhaal.”

Dus Duitsland profiteert van opkomende markten?

„We hebben gemazzeld. Duitsland maakt goederen die opkomende landen verlangen: auto’s en machines. Ze hebben onze machines nodig voor hun fabrieken. Sommigen in de opkomende wereld worden er zeer rijk mee en kopen veel Duitse auto’s. We verdienen dus aan de groeiende inkomensongelijkheid in de wereld. Spanje en Portugal verliezen. Zij waren belangrijke fabrikanten van schoenen, textiel en meubels. Precies de goederen die in China goedkoper gemaakt worden. Je kunt de euro niet overal de schuld van geven. Vergeet ook niet dat Duitsland heeft geprofiteerd van de wisselkoers. Door de komst van de euro heeft Duitsland opeens een vijfsterren-economie met een driesterren-wisselkoers. De relatief zwakke euro heeft tien keer meer gedaan voor de Duitse concurrentiekracht dan de arbeidsmarkthervormingen.”

De eurocrisis is dus niet alleen een probleem van het inefficiënte zuiden?

„Nee. Het speelt een rol, maar is zeker niet het enige probleem. Even belangrijk is het overheidsfalen in Griekenland, waar overheidsuitgaven te hoog lagen voor het belastingtarief. Tegelijkertijd had Duitsland tien jaar lang een neurotische neiging tot loonsmatiging. Die leidde tot een extreem lage inflatie. Dat resulteerde weer in een lage rentestand in de eurozone. Zo droeg Duitsland ongestraft bij aan de scheefgroei in de eurozone. De lage rente maakte het voor banken in Spanje en Ierland aantrekkelijk om de bouwwoede te financieren. Het gedrag van banken is geen europrobleem. Wereldwijd beseften banken niet wat de risico’s waren. Het was een collectieve blindheid. Ik zag het ook niet.”

Wie had dit wel moeten zien?

„De ECB. Met zevenhonderd economen hadden ze toch door moeten hebben dat er iets mis was in Ierland, Spanje en de eurozone. Waarom hebben ze de regeringen niet gewaarschuwd? Ze hadden ook Duitsland kunnen aanspreken op de excessieve loonmatiging. Of ze konden Duitse banken waarschuwen die leningen verstrekten aan Spanje. Ook de ECB had niet door hoe gevaarlijk de situatie was. De ECB was zó gericht op het bewaken van prijsstabiliteit, dat ze te weinig oog had voor de financiële stabiliteit. Je hebt weinig aan een lage inflatie als je muntunie op imploderen staat.”

Is de crisis de schuld van de Noord-Europese banken, die bleven lenen aan het zuiden?

„Duitsland had een enorm handelsoverschot en er werd veel gespaard. Jarenlang was er geen kredietgroei. Dus banken konden binnen Duitsland hun geld niet kwijt. Ze moesten wel aan het buitenland leningen verstrekken. Wat was het alternatief? Tegen spaarders zeggen dat hun geld ongewenst was? Matrassen en spaarpotten uitdelen?”

Hoe overleeft de eurozone?

„De ECB zal massaal staatsobligaties moeten opkopen. Het Verenigd Koninkrijk en Spanje staan er allebei economisch niet goed voor. Maar Spanje betaalt 7 procent rente en de Britten 1,7 procent. Hoe komt dat? Iedereen weet dat de Bank of England het land niet failliet laat gaan. De ECB moet dat ook doen. Tussen nu en eind dit jaar hangt er nog veel economische narigheid in de lucht. De ECB zal voor Kerst bereid moeten zijn in te grijpen. Doet zij dat niet, dan valt de eurozone uiteen. Er is op dit moment geen effectief reddingsmechanisme. Je kunt niet nog meer verwachten van de noodfondsen EFSF en ESM. Als het Duitse constitutionele hof het ESM-verdrag toestaat, zal het duidelijk maken dat de grens is bereikt. Bovendien zit er te weinig geld in de fondsen.”

En wat moeten regeringen doen?

„Er zal een middel moeten komen om de staatsschulden te collectiviseren. Er zal een Europees instituut moeten komen dat begrotingen controleert en bij overschrijding van de regels kan ingrijpen. Wellicht moet dat de taak zijn van een Europese minister van Financiën die gecontroleerd worden door het Europees Parlement. Soevereiniteit is toch al een mythe. Als de Franse president aankondigt uitgaven met 10 procent te verhogen en belastingen te verlagen, staat hij onmiddellijk onder druk op de obligatiemarkten.”

Kan een Duitse politicus met die boodschap verkiezingen winnen?

„Het alternatief is constateren dat er geen vertrouwen is tussen eurolanden. Ze moeten dan alleen verder. Als Nederlanders willen weten hoe dat er uitziet, moeten ze naar Zwitserland kijken. Er zal veel geld naar Nederland vloeien. Als gevolg bezit het land bergen buitenlandse reserves. Elke dollar- of yencrisis zal Nederland raken. Tegelijkertijd zal de nieuwe Nederlandse munt schrikbarend duur zijn, met gevolgen voor de concurrentiekracht. Het is het slechtste van twee werelden. De idylle van een beschermd, teruggetrokken en gelukkig bestaan is weg. De geglobaliseerde wereldeconomie is geen fijne plek om alleen te staan.”