'Onze acties worden venijniger, regering Curaçao moet weg'

Curaçao moet de begroting op orde brengen. Ontevreden eilandbewoners zijn blij dat nu iets gebeurt. Er worden „harde acties” verwacht.

„De maat is vol”, zegt Yudeska Susana per telefoon vanuit Curaçao. „Het wordt tijd voor harde acties.” Met haar pressiegroep Frente Sivil ijvert zij al maanden voor „een stabiele en integere eilandsregering”. Sinds vorige week vrijdag kan Susana op meer steunbetuigingen rekenen.

Toen besloot de Rijksministerraad de regering van Curaçao te dwingen haar begroting op orde te krijgen. Het eiland heeft een gat van 70 miljoen euro. Het College financieel toezicht voor Sint Maarten en Curaçao spoorde de regering-Schotte diverse keren aan maatregelen te nemen. Omdat die uitbleven adviseerde het College een zogenoemde ‘aanwijzing’ te geven. Curaçao moet voor 1 september dekking zoeken voor 25 miljoen euro. Dat kunnen bezuinigingen zijn of bijvoorbeeld belastingverhoging.

Vorige zomer, bij de publicatie van een uiterst kritisch rapport van Paul Rosenmöller, bleek al hoe ernstig de situatie op het eiland is. Premier Schotte en enkele ministers zouden niet door een integriteitsscreening zijn gekomen als die was uitgevoerd, oordeelde de commissie onder leiding van voormalig partijleider van GroenLinks. Het rapport leidde tot woedende reacties bij politici op Curaçao, dat sinds 2010 de status van land binnen het Koninkrijk der Nederlanden heeft.

Wat heeft Frente Sivil tot nu toe bereikt?

Susana: „Wij hebben tal van manifestaties georganiseerd om de bevolking te informeren over de corruptie, belangenverstrengeling en financiële wantoestanden op het eiland. Het parlement heeft de gelegenheid gekregen de situatie op Curaçao te verbeteren. Daar is niets van terecht gekomen. Dat maakt harde acties noodzakelijk.”

Waar denkt u aan?

„Wij willen onze statenleden en regering dwingen af te treden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Omdat wij de bevolking vandaag gaan informeren, wil ik niet te veel op onze plannen vooruitlopen. Frente Sivil opereert binnen de grenzen van de wet, maar ik sluit niet uit dat het uit de hand loopt. Hoe langer de regering aanblijft, hoe venijniger de acties worden.”

In 1969 vielen er twee doden bij een volksopstand op het eiland. Is de situatie nu vergelijkbaar met die van toen?

„Nee. Die opstand was het gevolg van een staking bij de olieraffinaderij van Shell. Ik ben tegen geweld en ga ervan uit dat het niet tot dergelijke onlusten hoeft te komen.”

Na een periode van afzijdigheid tikte de Rijksministerraad Curaçao vorige week op de vingers. Een goede zaak?

„Die aanwijzing moest er een keer van komen. Zo’n terechtwijzing is genant, Curaçaoënaars willen niet graag aan het rokje van Nederland hangen. Maar het kan wel als een stok achter de deur werken. De bevolking van Curaçao heeft nu officieel bevestigd gekregen: het is flink uit de hand gelopen.”

Sommige Curaçaoënaars, maar ook Nederlanders, willen dat het eiland onafhankelijk wordt. Is dat realistisch?

„Curaçao heeft de afgelopen jaren twee referenda gehouden over de toekomst van het eiland. Slechts 5 procent van de bevolking sprak zich vóór onafhankelijkheid uit. De eilandbewoners zouden het niet accepteren als Nederland Curaçao uit het koninkrijk schopt door het wangedrag van Schotte.”

Hoe zou die onvrede zich uiten?

„Tegen Schotte, niet tegen Nederland. Hij heeft er een potje van gemaakt.”

U steekt uw nek uit als actieleider. Bent u wel eens bedreigd?

„Ja, maar ik ben niet de enige. Via e-mail heb ik bedreigingen ontvangen, maar daarmee krijgen ze mij niet klein. Ik ben bereid te sterven voor mijn eiland.”