Maakt niet uit wat je kiest

Voor wie niet weet wat hij wil studeren, maar toch wil gaan studeren, organiseerde Hogeschool InHolland een ‘Speeddate Studiekeuze’: in twee uur inzicht krijgen in je interesses. Gegarandeerd resultaat: twee of drie passende studies, zodat deze probleemgroep in september net als studenten die wel weten wat hun interesses zijn lekker aan de slag kan. Het

Voor wie niet weet wat hij wil studeren, maar toch wil gaan studeren, organiseerde Hogeschool InHolland een ‘Speeddate Studiekeuze’: in twee uur inzicht krijgen in je interesses. Gegarandeerd resultaat: twee of drie passende studies, zodat deze probleemgroep in september net als studenten die wel weten wat hun interesses zijn lekker aan de slag kan. Het liefst bij Hogeschool InHolland natuurlijk. Op de uitnodiging stond: ‘Je ouders zijn natuurlijk ook welkom!’

Onbewust wreef hij het die ouders nog maar eens lekker in

Ik was geen ouder en ook geen student en ik stond tot overmaat van ramp ook niet op een lijst. Het stelde studiekeuze-adviseur Hans voor grote problemen. Hij ging bellen en overleggen en kwam terug met een papier met afspraken.

1: Hans had geen achternaam.

2: De locatie van de betreffende vestiging van InHolland bleef ‘geheim’.

3: Ik werd bij de ouders ingedeeld.

Punt 3 veranderde de insteek, maar eigenlijk waren de ouders van aankomende studenten die niet weten wat hun interesses zijn veel interessanter dan hun kinderen.

Sommigen waren de wanhoop nabij.

Een moeder, ze dacht overduidelijk dat ik iets was bij InHolland, over haar zoon: „Ik zeg: doe iets met economie, economie is je beste vak. Ik zeg: doe iets met economie, economie is je beste vak. Ik zeg: doe iets met economie, economie is je beste vak. Wat denkt u?”

„Ja, economie!”

Met twee woorden had ik iemand blij gemaakt.

We kregen een motiverend bedoelde speech van studiecoach Hans. Hij trok aan z’n oorlel en zei: „Uw kind komt straks misschien wel met iets heel raars van de speeddate terug, een studie die u vreemd in de oren klinkt… Keur dat niet meteen af, laat het sudderen. Wij noemen dat: naar je oren luisteren.”

Ik begreep meteen waarom we zijn achternaam niet mochten weten: luisteren naar je oren…

Om in jargon te blijven: wij noemen dat onzin.

Maar de ouders van de aankomende studenten zagen hem als een gids. Ze vonden het echt belangrijk wat hun kind ging studeren, belangrijker dan de kinderen zelf. Die zagen we vanaf een afstand lusteloos in groepjes hangen, wanhopig zoekend naar iets waar ze interesse in hadden.

„Sturen is zinloos”, zei Hans. „Probeer te coachen. Praat thuis in alle eerlijkheid over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Wij geven handvaten mee. Pak die vast! De tijd dringt!”

Onbewust wreef hij het die ouders nog maar eens lekker in, dat ze ouders waren van een student die geen idee had wat of hij wilde studeren.

Na twee uur kwamen ouders en aanstormende studenten weer bij elkaar.

Geweldige gesprekken.

„Heb je enig idee wat je wilt?”

„Ik wil koffie.”

En dan die studiekeuze-adviseurs – want Hans was intussen niet meer alleen, er waren meerdere Hansen – die de hele tijd zeiden dat Hogeschool InHolland een lunch verzorgde en dat het middaggedeelte nog interessanter werd.

Maar niet voor mij, ik had mijn conclusies al wel getrokken.

Hogeschool InHolland leek me ideaal voor studenten die niet weten wat ze interessant vinden, maar toch willen studeren. Het maakt daar niet zo gek veel uit wat je kiest: je diploma is toch waardeloos.

Voor die ouders is dat overigens wel zielig.