Leven met en zonder voorhuid

Besnijdenis is kindermishandeling, oordeelde een Duitse rechter. Voormalig voorhuidbezitter Bart Braun pleit voor pragmatisme.

Eerst even de spelregels: wie de uitspraak van de Duitse rechters dat besnijdenis kindermishandeling is vergelijkt met de Holocaust, mag in de hoek gaan staan tot het schuim rond de mond is opgetrokken. Tegenstanders van besnijdenis die de ingreep vergelijken met de genitale verminking bij vrouwen die eufemistisch ook ‘besnijdenis’ genoemd wordt, mogen in de andere hoek. Onder die omstandigheden, beste lezer, wil ik het met u hebben over penissen in het algemeen en die van mij in het bijzonder.

Een interessantere vergelijking: stel dat er in Nederland nu een nieuwe sekte opkwam, de volgelingen van Yog-Sothoth. Hun godheid eist dat zijn beeltenis direct na de geboorte op babybilletjes wordt getatoeëerd. Geen tatoeage-studio zou eraan meewerken, laat staan een arts. Ouders die zelf in de weer gingen met een aangescherpte ballpoint zouden uit de ouderlijke macht worden ontzet.

Toch is het makkelijker om een tattoo te verwijderen dan om een voorhuid te herstellen. Een plaatje op de bil is misschien niet zo aantrekkelijk voor de partner, maar verder heeft het geen invloed op het seksleven van de eigenaar. Dat is met besnijdenissen wel anders. Ik ben zelf besneden op mijn vijfentwintigste en weet dus hoe het is om met en zonder voorhuid te leven. Het is niet hetzelfde: de gevoeligheid vermindert en is na de ingreep vergelijkbaar met het dragen van een condoom. Geen ramp, maar ook niet iets wat je je medemens op zou willen leggen zonder medische reden.

De medische redenen die gegeven worden voor besnijdenis, snijden weinig hout. Dat het alcoholisme zou voorkomen is onvoorstelbaar, en als we Joodse schrijvers moeten geloven is de ingreep ook niet zo succesvol in het ontmoedigen van masturbatie. In Oudtestamentische tijden viel er nog wat te zeggen voor besnijden uit het oogpunt van hygiëne, maar ook toen was het niet essentieel: de onbesneden buurvolken van de Joden vochten terug, ongehinderd door voorhuidproblematiek. In deze tijden van zeep en stromend water zijn piemels met slurfje prima schoon te houden.

Het lijkt erop dat besnijdenis de kans op peniskanker verkleint: de ziekte komt vrijwel niet voor bij besneden mannen. Ook bij voorhuidbezitters is het echter zeldzaam: in Nederland gaat het om zo’n tachtig gevallen per jaar. Ook hier valt met wassen een hoop te voorkomen en al helemaal met vaccinaties tegen het kankerverwekkende HPV-virus.

Dan is er nog de bewering dat besnijdenis de kans op besmetting met hiv ruwweg halveert. Die is gebaseerd op een overzichtsstudie uit 2008 en lijkt te kloppen. Voor Afrika.

Stel nou dat er uit dat onderzoek het tegenovergestelde was gekomen: dat besnijdenis de kans op hiv juist vergroot. Dan hadden de voorstanders erop gewezen dat wij hier niet in Afrika wonen en de kans op besmetting via heteroseks vrij klein is. Dat je het hier – in de gevallen waarbij de voorhuid überhaupt een rol speelt – vooral krijgt via anale seks, prostitueebezoek of uitbundig veel sekspartners. Allemaal dingen die hùn zoontje, als goede jood of moslim, natuurlijk nooit gaat doen. En dan zouden ze erop gewezen hebben dat een halvering niet echt zoden aan de dijk zet: wie geen hiv wil, moet nog steeds een condoom om.

De medische argumenten zijn zwak, maar het zijn vooral pseudo-argumenten. Jongensbesnijdenis gebeurt helemaal niet vanuit gezondheidsredenen, en als besnijden juist ongezonder zou zijn, zouden joden en moslims het nog steeds doen. Tegelijkertijd maakt de ingreep wel inbreuk op iemands seksualiteit en lichamelijke integriteit. Tel daarbij het kleine maar aanwezige risico op complicaties op, en u ziet dat als het nu ineens op zou duiken als religieus verschijnsel, het niet eens verboden zou hoeven worden. Het zou al verboden zijn. Terecht adviseert de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst haar leden om zich ‘terughoudend’ op te stellen als ouders aan de slag willen met de voorhuid van hun zoon.

Het is echter niet nieuw; het gebeurt al duizenden jaren. Het psychisch leed van de ingreep valt reuze mee; in sommige landen zijn vrijwel alle mannen besneden zonder dat dit massale trauma’s met zich meebrengt.

Er is ook niet echt een alternatief. Mijn denkbeeldige Yog-Sothoth-aanbidders kunnen met een watervaste stift aan de slag. Als het ritueel slachten ooit verboden wordt in Nederland, kunnen moslims en joden vegetarisch eten zonder dat dat hun gezondheid in gevaar brengt. Er bestaat echter niet zoiets als een vegetarische besnijdenis.

Het zou gelovigen sieren als ze zouden wachten met de besnijdenis totdat de jongen oud genoeg is om zelf voor het geloof en de bijbehorende stammenrituelen te kiezen. Maar zelfs als dat niet gebeurt, moeten we ons hoeden om in navolging van Duitsland voor een verbod te kiezen. Het equivalent van de aangeslepen balpen van de Yog-Sothoth-ouders is een doodnerveuze vader, of een imam met trillende handen en een roestige schaar. Dan maar de Nederlandse polderoplossing, met besnijdeniscentra waar moslimartsen tegen kostprijs en onder steriele omstandigheden te werk gaan. In godsnaam.