Koerdische advocaten zijn nu het mikpunt in Turkije

Na journalisten en militairen worden nu tientallen advocaten, allen Koerdisch, in Turkije berecht voor het uitoefenen van hun vak.

Correspondent Turkije

ISTANBUL. Warme lichamen persen zich door de deur van de rechtszaal. Binnen is het al zo vol dat het publiek op de stoelen is gaan staan, met de bezwete rug tegen de muur. Vrouwen wapperen met kladblokken en bezwaarschriften om maar een beetje lucht in de zaal te krijgen. „Zijn er alleen maar advocaten in deze zaal?”, buldert rechter Mehmet Ekinci boven het lawaai uit. „Advocaten maken anders toch niet zo veel lawaai?”

Na de militairen, de journalisten, de vakbondsleden en de studenten staat nu de advocatuur terecht in het splinternieuwe rechtsgebouw van Istanbul, de grootste rechtbank van Europa. Liefst 36 advocaten worden hier berecht in een megaproces dat in de Turkse geschiedenis zijn gelijke niet kent. Met hen zijn nog eens veertien anderen aangeklaagd, chauffeurs, een journalist, verleners van hand-en-spandiensten.

Alle verdachten zijn Koerden. Ze werden afgelopen november opgepakt op beschuldiging van banden met een organisatie die de KCK wordt genoemd en door de Turkse regering wordt gezien als de stedelijke vleugel van de Koerdische PKK die sinds begin jaren tachtig gewapend strijdt voor Koerdisch zelfbestuur.

De advocaten werkten voor staatsvijand nummer één in dit land: Abdullah Öcalan, de PKK-leider die sinds 1999 een levenslange celstraf uitzit op het gevangeniseiland Imrali voor de kust van Istanbul. Ze adviseerden Öcalan in andere rechtszaken, zoals het hoger beroep tegen zijn eenzame opsluiting, voor het Europese Hof voor de Mensenrechten.

Volgens de aanklagers handelden de advocaten ook als koeriers van Öcalan, en gaven ze na hun bezoeken aan de gevangenis zijn berichten en opdrachten door aan de strijders in de Kandilbergen, in het noorden van Irak. „Wij zijn bang dat hier advocaten worden vervolgd gewoon omdat ze hun werk deden”, zegt Judith Lichtenberg van Lawyers for Lawyers, die met een handvol andere advocaten uit Nederland en andere Europese landen naar Istanbul is gereisd om het proces bij te wonen. „Het is een politieke rechtszaak.”

In de rechtszaal worden dozen vol flessen water binnen gebracht. „Niet voor de bewakers”, snauwt de verkoper. „Voor de advocaten.” Voor in de rechtszaal speelt zich een toneelstuk af dat zich het best laat vergelijken met het proces van Franz Kafka. „Hoe kunt u mijn bezwaarschrift weigeren, zonder dat u het heeft gelezen?”, vraagt een van de raadsmannen aan rechter Ekinci, die onderwijl geeuwend zoekt naar de iPhone in zijn binnenzak. „Als een rechter zich zo gedraagt, waarom zou er dan iemand in dit land nog rechten gaan studeren?”

De advocaten worden berecht voor een „bijzonder geautoriseerde rechtbank”, die is opgericht voor alle verdachten die worden beschuldigd van terroristische activiteiten. Voor deze rechtbanken geldt niet het principe van onschuldig, maar schuldig totdat het tegendeel bewezen is. Veel verdachten worden berecht op basis van schuld door associatie en nattevingerwerk.

Het principe van een verdachte die niet tweemaal voor hetzelfde vergrijp kan worden vervolgd, geldt ook niet. Hoewel het parlement recentelijk een wet aannam die de speciale rechtbanken afschaft, zijn ze nog steeds in gebruik.

In de afgelopen drie jaar zijn meer dan 6.000 Turken opgepakt vanwege vermeende banden met de KCK. Activisten, burgemeesters, parlementsleden. Zelfs medicijnenstudenten die demonstreerden voor betere gezondheidszorg in het Koerdische zuidoosten van het land gingen achter de tralies.

„Dit proces is onderdeel van een veel bredere strafcampagne tegen legale Koerdische politiek”, zegt Emma Sinclair-Webb van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. „Dit begint steeds meer te lijken op de complete verwijdering van alle dissidente geluiden uit de Turkse maatschappij.”

Het begin van die campagne ligt vlak na de gemeenteraadsverkiezingen van 2009, die in het Koerdische zuidoosten werden gewonnen door de Koerdische politieke partij, toen nog DTP geheten. Dat was een klap in het gezicht van de regeringspartij van premier Erdogan, die sinds het aantreden in 2002 tal van hervormingen voor de Koerden had beloofd. Er kwam een staatszender met uitzendingen in de Koerdische taal, en het taboe op Koerdische onderwijs werd doorbroken.

Maar de Koerden kozen voor hun eigen politici. Direct na de verkiezingen begonnen de arrestaties. Strijders van de PKK die zich vrijwillig overgaven aan de Turkse autoriteiten als aanzet voor verdere vredesbesprekingen werden opgepakt, „wegens banden met een terroristische organisatie”. De Koerdische partij DTP werd verboden. Een paar maanden later beëindigde de PKK het eenzijdige staakt-het-vuren en sindsdien koppen de Turkse kranten weer dagelijks over gedode „martelaren” en „terroristen”.

„95 procent van alle arrestaties betreffen Koerden”, zegt mensenrechtenactivist Sinclair-Webb. „En het meest zorgwekkende is dat noch Europa noch de Verenigde Staten er een woord aan vuilmaken. Die staren zich blind op de groei van de Turkse economie en de hoop van Turkije als rolmodel voor het Midden-Oosten.”