Het einde van de architectuur

Door de crisis zijn architecten genoodzaakt hun vak te herzien. Het is gedaan met de architectuur zoals we die nu kennen, zeggen Hans Ibelings en Nanne de Ru in hun pamflet Shifts.

Het peperdure prestigeproject Stad van Kunst en Wetenschap van sterarchitect Calatrava voor de Spaanse stad Valencia: IMAX-bioscoop en planetarium. Foto Angel Navarrete/ Bloomberg

Wij zijn getuigen van het einde van een tijdperk: het is gedaan met de architectuur zoals we die kennen. 95 procent van de gebouwen in de wereld komt tegenwoordig zonder architect tot stand, en zelfs in landen als Nederland, waar architecten een grote invloed hebben gehad op de omgeving, is er veel minder werk. Sinds het begin van de economische crisis in 2008 is de omzet van Nederlandse bureaus hier met de helft teruggelopen.

Dit is geen dip, maar een fundamentele verandering, zeggen architectuurcriticus Hans Ibelings en architect Nanne de Ru, medeoprichter van het bureau Powerhouse Company. Ze onderzoeken deze verschuiving in een pamflet en een tentoonstelling met de naam Shifts: Architecture after the 20th Century. Die was eerst te zien in de Londense Architecture Foundation en is op initiatief van het bureau Non-fiction overgebracht naar de Amsterdamse galerie Cityscapes. Met maquettes brengen ze de grote ontwikkelingen in beeld die bepalend zijn voor het wel en wee van de architectuur: de ontwikkeling van de huizenprijzen, van de economie, van de wereldbevolking waarbij Europa zakt en Azië omhoogschiet. Frappant is een wereldkaart in reliëf waarbij Amerika en Europa met de tekorten op hun handelsbalans diep wegzinken en Rusland en China met hun overschotten er glimmend bovenuit torenen. „Architectuur volgt het geld”, schrijven Ibelings en De Ru in Shifts. „Geen geld, geen gebouwen.”

Ibelings wijst naar een maquette bestaande uit een zee van identieke kleine huisjes met ertussen een enkel huisje met een glanzend dak – dat is de 5 procent die ‘onder architectuur’ wordt gebouwd, vooral in Europa. „Als je dit ziet, kun je moeilijk volhouden dat de architect zich onmisbaar heeft gemaakt”, zegt hij. Volgens hem is het idee van een architect die overal aan te pas moet komen voortgekomen uit de Industriële Revolutie en de burgerlijke samenleving, waarin alles om ons heen ontworpen werd. „In de negentiende eeuw kregen architecten de verantwoordelijkheid voor het vormgeven van de maatschappij, van de kussens op de bank tot de hele stad. Ze zijn gaan geloven dat ze alles kunnen, en dat alles beter wordt als zij zich ermee bemoeien. Politici en architecten zijn de enigen die altijd denken dat ze het beter doen dan hun voorgangers.”

De bloei van de architect-als-alleskunner was een uitzonderlijke periode die zich in een klein deel van de wereld voordeed, zegt de criticus. „Voor die tijd waren ze alleen nodig voor bijzondere gebouwen als kerken en paleizen. Ik denk dat we daarnaartoe teruggaan.”

Starchitects

De architectuur is volgens hem maar een van de ‘producten’ van de Industriële Revolutie die aan erosie onderhevig zijn. „Kijk maar hoe verbijsterend snel het postkantoor verdwenen is. Met de kolenmijnen ging het net zo: in 1958 bereikte de productie in Nederland een hoogtepunt, tien jaar later waren ze dicht.” Het is een harde boodschap voor de vakwereld, maar die heeft hem mede aan zichzelf te danken. „De afgelopen 25 jaar hebben we de opkomst van de starchitects gezien: Frank Gehry, Rem Koolhaas, Zaha Hadid, Calatrava, Sir Norman Foster. Toch lijkt de architectuur van 2010 nog heel veel op die van 1990.” In het boek Shifts hebben de auteurs een lijst opgenomen van de tien duurste gebouwen ter wereld. Het zijn bijna allemaal prestigeprojecten als casino’s, sportaccommodaties en bankgebouwen. „Allemaal uitingen van een merkwaardige architectonische wapenwedloop waarbij de overtreffende trap de norm is: groot, hoog, duur, spectaculair.”

Een stad die met prestigieuze bouwprojecten gigantisch de mist in is gegaan is Valencia, de derde stad van Spanje. Die wilde zich in de jaren negentig profileren met een jachthaven, een themapark, een filmstudio en vooral de reusachtige Stad van Kunst en Wetenschap van Calatrava. Het budget van het vijftien jaar durende project – door The New York Times met de piramides van Egypte vergeleken – begon bij 300 miljoen euro maar groeide uit tot 1,1 miljard, volgens Calatrava omdat de opdrachtgever het steeds groter wilde. Inmiddels heeft de regio Valencia de op één na hoogste schuld en de hoogste werkloosheid van het land. Beschuldigende vingers wijzen behalve naar de politici, ook naar de architect met een honorarium van rond de 94 miljoen. Vorige maand liet hij zijn advocaat verklaren dat dit voor een project van een dergelijke omvang „bescheiden” is.

Ibelings legt de blaam niet geheel bij de architecten. „Ik geloof niet dat de sterren voor zichzelf bouwen. Ze zijn in zekere zin het slachtoffer van hun eigen succes en gedwongen tot offers they can’t refuse.”

Leegstaande kantoren

In het scheefgegroeide bouwklimaat zijn veel gebouwen niet gebouwd omdat ze nodig waren, maar louter om er geld aan te verdienen, zegt Hans Ibelings. „Kijk maar naar al die leegstaande kantoren in Nederland alleen al, en de één miljoen lege appartementen in Spanje. Ik verbaas me sowieso over de vanzelfsprekendheid waarmee we ervan uitgingen dat ons koophuis altijd meer waard wordt – terwijl je nieuwe auto meteen minder waard is op het moment dat je de showroom uitrijdt.”

Hoe dan ook zullen er in de toekomst minder gebouwen nodig zijn – door de vergrijzing, het dalende aantal huishoudens, de kleiner wordende beroepsbevolking, het overschot aan leegstaande kantoren. Een double whammy voor Europa met zijn relatief hoge aantal architecten. Boden de Nederlandse architectenbureaus in 2008 nog 22.500 banen, volgens de Bond van Nederlandse Architecten zullen het er in 2030 – in het slechtste scenario – nog maar 13.500 zijn. De grote bureaus halen inmiddels eenderde van hun omzet uit het buitenland.

Hoe nu verder? „Ik ben architect, ik móét wel optimistisch zijn”, lacht Nanne de Ru. „De meeste bureaus zullen weer kleiner worden, met meer nadruk op vakmanschap en kwaliteit. Goed gebouwde gebouwen gaan langer mee en dus heb je minder nieuwbouw nodig. We zullen ons meer toeleggen, net als in de hele economie, op de gebouwen die we al hebben en hoe we die kunnen aanpassen en opnieuw gebruiken.”

Een klein aantal grote bureaus zal internationaal werken, verwacht hij – waarbij zij aangemerkt dat een groot bureau in Nederland nog niet te vergelijken is met Chinese bureaus waar duizend man werken. De Ru: „Globalisering leek een mooi exportmodel voor de westerse architectuur – maar nu hebben veel Chinezen in het buitenland gestudeerd en komen ze zelf met designinnovaties.”

Zowel Ibelings als De Ru maakt zich zorgen over de opleidingen, die maar doorgaan met het opleiden van architecten – architecten die een veel te beperkt beeld van hun vak hebben en te weinig vaardigheden om allround te kunnen werken.

De Ru onderscheidt drie typen architect: de starchitects, de do-gooders en de esthetische consultants. Vooral de laatsten hebben de architectuur geen goed gedaan, vindt hij, het werd te veel een designsausje. Dat gaat veranderen, architecten kunnen en moeten meer. Ze gaan bijvoorbeeld zelf meer projecten ontwikkelen, verwacht De Ru, en dus meer risico nemen.

„Met Powerhouse Company hebben we zowel particuliere villa’s gebouwd als sociale woningbouw. Nu zijn we met twee jonge ontwikkelaars bezig een serie prefabwoningen onder de naam Being Home op de markt te brengen, die je aan je eigen wensen kunt aanpassen. We kregen ook laatst een verzoek van een opdrachtgever die een aantal bijzondere woningen wil ontwikkelen. Hij vraagt ons én de markt te onderzoeken, én het ontwerp te maken, én de exploitatie uit te knobbelen.”

Is dat niet de architect van de Industriële Revolutie die nog steeds gelooft dat de wereld beter wordt als hij zich tegen alles aan bemoeit? De Ru: „Ha, zo naïef ben ik niet. Maar via de achterdeur van de crisis krijgt de architect wel weer een centrale rol in het bouwproces.”

‘Shifts’ t/m 4 aug. bij Cityscapes Gallery, Gabriël Metsustraat 8, Amsterdam. Vr en za 13-18u en op afspraak: 06-28570889. Publicatie ‘Shifts: Architecture after the 20th century’, € 18,-Inl. architectureobserver.eu