Elektronische klassiekers

Radiohead in het Westerpark in 2008 Foto Isabel Nabuurs

Electrospective: Electronic Music Since 1958

pop

Alle popmuziek is elektronisch, in aanmerking genomen dat zelfs de oudste analoge popplaten elektronisch werden opgenomen. Wie anno 2012 naar de radio luistert, zal geen nummer meer horen dat niet op de een of andere manier met elektronische middelen of instrumenten is gemaakt; zelfs de ‘unplugged’ versie van Triggerfingers I follow rivers bevat een drumtrack die afkomstig is uit een iPhone. Uit de jaren vijftig van de vorige eeuw stamt de toen nog futuristische gedachte dat violen en gitaren weggevaagd zouden gaan worden door elektronische instrumenten, nadat de ijle klank van de theremin opmars had gemaakt in sciencefictionfilms en zelfs in de klassieke muziek van Dmitri Sjostakovitsj. Pionierswerk op het gebied van elektronische muziek werd verricht bij Philips in Eindhoven en bij de WDR in Keulen, waar Karlheinz Stockhausen zijn invloed liet gelden op popmuzikanten als Kraftwerk en Can. Ook bij de Radiophonic Workshop van de BBC werd lustig geëxperimenteerd met de nieuwe mogelijkheden van het elektronische tijdperk, onder meer voor de sf-televisieserie Dr. Who. De themamuziek uit die serie opent de dubbel-cd Electrospective, een schappelijk geprijsd overzicht van elektronische popmuziek die sinds 1958 verscheen op de labels EMI, Virgin en Mute. Van Tangerine Dream tot Swedish House Mafia bieden de 39 tracks een verrassend coherente rondleiding door de verschillende genres die in de afgelopen vijftig jaar door ontwikkelingen in de elektronica werden aangestuurd. Dat begint met de ‘treatments’ die Brian Eno toepaste op de avant-garde rockmuziek van het vroege Roxy Music, met spacegeluiden en synthesizervegen die de muziek een vervreemdende, buitenaardse sfeer gaven. Het experiment van synthpoppioniers The Normal en Cabaret Voltaire baande het pad voor de hitmuziek van Human League en Pet Shop Boys, terwijl elektropunkgroep Nitzer Ebb de blauwdruk schiep voor de extremere vormen van techno. Het dancetijdperk bracht de toegankelijke technopop van Moby en Daft Punk, terwijl Soul II Soul en Massive Attack de lessen van hiphopdeejays vertaalden naar een nieuw soort soulmuziek. Radiohead, Chemical Brothers, Gorillaz en Deadmau5 passen naadloos in de ontwikkeling van muzikanten die hun instrumenten inruilden voor laptops met programma’s als ProTools en Ableton: de nieuwe sterren van de opnamestudio. Grote afwezige op Electrospective is het invloedrijke Kraftwerk zelf, dat zich te ver verheven boven de rest voelt om in compilatieverband naar buiten te treden. Het album gaat gepaard met de website electrospective.com die nog veel meer schatten uit de elektronische poparchieven laat horen.