De superheld als gebroken man

Het afsluitende deel van Nolans Batman-trilogie heeft opnieuw een sublieme schurk. En een vroeg-oude man als superheld, op zoek naar zichzelf.

Filmrecensent

Hoe beter de schurk, hoe beter de film. Als iemand dat motto van Hitchcock goed in zijn oren heeft geknoopt, is dat Christopher Nolan, die de kijkers in zijn Batman-trilogie drie meer dan memorabele schurken voorschotelt. In Batman Begins (2005) was dat de zieke psychiater Jonathan Crane, die zijn slachtoffers bedwelmde en liet geloven in hun eigen wanen, in The Dark Knight (2008) was er de onvergetelijke Joker, de angstaanjagende verbeelding van de duistere krochten van het menselijk driftleven, en nu in The Dark Knight Rises is er de gemaskerde bruut Bane: een woeste spierbundel, die ook een begaafd volksmenner blijkt te zijn die de gave van het woord heeft.

Net als eerder The Joker krijgt Bane (Tom Hardy) de beste oneliners in Nolans derde (en laatste) Batman-film: „Kom kom, dit is niet het moment om bang te zijn”, zegt hij tegen een van zijn slachtoffers. „Dat komt later.”

Nolan begrijpt als geen ander dat de mythologie van de superheld zich niet alleen leent voor wensdromen (van jongens die later groot en sterk willen worden), maar ook voor diepe angsten. Nolan gaat daarbij zo ver als hij kan gaan in het genre van de superheldenfilm. Hij breekt de wetten van de blockbuster niet, maar rekt ze wel tot het uiterste op, in de beste superheldenfilms die er ooit gemaakt zijn.

Nolan neemt de popmythologie van Batman en de talrijke bijfiguren in Gotham City uiterst serieus, en neemt zo ook zijn publiek serieus. Alleen Nolan kan op het idee zijn gekomen om van de held in een film op de schaal van The Dark Knight Rises een vroeg-oude man te maken, die worstelt met een zwakke gezondheid, die de meeste van zijn trucs is verleerd en het langste deel van de film nodig heeft om de weg terug te vinden naar zijn oude, heroïsche zelf.

De superheld als gebroken man, met Christian Bale als Batman die kromloopt van de pijn en met diepe wallen onder zijn ogen – dat is Nolans bijna letterlijke invulling van het begrip ‘volwassen thematiek’, en dat in een genre dat lang gold als het exclusieve domein van adolescente jongens. Zie de zachtaardige, innemende versie van Spiderman in The Amazing Spider-Man voor een perfect voorbeeld van de superheldenfilm als een traditionele rite de passage: de film laat, heel klassiek, zien hoe een jongen een man wordt, van nerd tot held. Maar bij Nolan gebeurt het tegenovergestelde: een man probeert met stijgende wanhoop zijn jeugd te hervinden.

De adolescenten komen ook aan hun trekken, daar niet van. Nolan heeft zijn innerlijke James Bond-fan de vrije loop gelaten en zijn held een aantal nieuwe gadgets meegegeven, inclusief een nieuw vervoermiddel. Niet helemaal succesvol: Batmans nieuwe vechthelikopter (‘The Bat’) blijft een vaag, onduidelijk gevaarte.

Voor glamour en een lichte toets zorgt de introductie van sexy meester-inbreekster Catwoman (Anne Hathaway). Nolans films vielen tot nu toe niet op door hun interessante vrouwenrollen. In The Dark Knight Rises brengt hij er zelfs twee: naast Hathaway speelt Marion Cotillard een zakenvrouw en filantrope die de leiding van Wayne Enterprises op zich neemt. Die onverwachte feminisering blijkt Batman uitstekend te kunnen verdragen.

The Joker in The Dark Knight was nog impliciet een verbeelding van de westerse angst voor de megaterrorist, die dood en verderf zaait zonder verklaarbare reden. Bane in The Dark Knight Rises is expliciet een politieke crimineel, die zich aan het hoofd stelt van een nihilistische revolutie. Hij jaagt de klassenstrijd aan die ook Gotham City heeft bereikt; de beurs moet het ontgelden in een brute overval, de superrijken worden uit hun appartementen gejaagd. Een revolutionair tribunaal spreekt met wellust de doodstraf uit („Uw schuld staat vast. We zijn er alleen om de straf te bepalen”). Zo speelt de film met de woede en onvrede over de excessen van Wall Street en de daaropvolgende kredietcrisis. De elite van superrijken (de ‘1 procent’) staat er niet best op. Teken des tijds: multimiljonair Bruce Wayne raakt al zijn geld kwijt in de film, wellicht om het krediet van het publiek niet te verspelen. Maar ook de spreekwoordelijke man in de straat, de ‘99 procent’, komt er slecht af.

In Nolans duistere universum bestaat er niets wat zo angstaanjagend is als de ontketende, vrije mens. Zijn Batman-wereld is in wezen conservatief: doordrongen van het tragisch besef dat goed en kwaad aan elkaar verwant zijn, en zeker geen tegenpolen. Batman draagt zijn masker over zijn ogen en laat zijn mond vrij; Bane draagt zijn masker over zijn mond en laat zijn ogen vrij. Het geloof dat de wereld maakbaar is, is in The Dark Knight Rises bepaald broos – al helemaal voor een superheldenfilm. Nolans wereld kent fatsoenlijke lui en zelfs een verdwaalde idealist, maar met veel zijn ze niet. En of zijn held Batman tot hen behoort, is maar de vraag.

Nolans film heeft iets te veel tijd nodig om zijn ritme te vinden, de theatrale overval op de beurs is aardig, maar heeft een onduidelijke functie in het verhaal, en Gotham lijkt soms merkwaardig leeg, alsof er nauwelijks mensen wonen in wat toch een heuse metropool moet voorstellen.

Maar met The Dark Knight Rises knoopt Nolan de losse eindjes in de trilogie wel op een uiterst bevredigende manier samen. Waar de eerste twee films op zichzelf genomen bijna elkaars tegenpool zijn (in trefwoorden: gepolijst versus rauw) vormen de drie films samen, in het licht van dit afsluitende, epische deel van bijna drie uur, toch een imposant en afgerond geheel. Dit is storytelling, zoals dat momenteel in het filmjargon heet, van het allerhoogste niveau.

The Dark Knight Rises.

Regie: Christopher Nolan. Met: Christian Bale, Tom Hardy, Gary Oldman, Anne Hathaway, Marion Cotillard, Michael Caine. In: 189 bioscopen.