De Bovenbazen (55)

‘Wat zei je?’ riep hij met overslaande stem. ‘Heeft obb de Solium?’

‘Ja,’ verklaarde de heer Steinhacker bedremmeld, ‘die nieuweling, je weet wel.’

‘Niks nieuweling!’ tierde de ander. ‘Die spinnen hebben mij mijn maaimachines gekost. Die knoeier is tot alles in staat. Niets is hem heilig!’

‘Ach kom,’ suste de oliemagnaat geschrokken. ‘Je overdrijft, ng. Het gaat om het spel en niet om de knikkers, want wij hebben alle knikkers. En het spel was vermakelijk, zeg nu zelf!’ Doch de heer Grind zag het anders. Hij was een van die spelers die niet tegen zijn verlies kan – en daarom riep hij in grote drift: ‘Houd die obb in de gaten! Hij is gevaarlijk, dat voorspel ik je! Als er iets met de energie verkeerd gaat, zitten we fout! Vooruit! Er op af!’

aws gaf zich gewonnen. In zijn hart was hij ook niet geheel gerust en daarom besteeg hij zuchtend het hefschroefvliegtuigje, dat altijd tot dit doel gereedstond.

Niet lang daarna kon men het toestel op het grasveld achter Bommelstein zien landen; doch daar dit weinig gerucht maakte trok het niet de aandacht. Heer Bommel had het trouwens te druk om op zijn omgeving te letten. Hij zat oplettend tegenover het vreemde toestelletje dat Kwetal op zijn verzoek op het gazon had neergezet en staarde naar het snorrende wiel.