Chinezen stoken lustig door

Chinezen stoten per persoon inmiddels net zo veel CO2 uit als Europeanen. En ze zijn niet van plan daar binnenkort mee op te houden.

Redacteur Klimaat

Rotterdam. De gemiddelde uitstoot van broeikasgassen per Chinees is voor het eerst gestegen tot het niveau van Europeanen. Dat blijkt uit cijfers die het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie gisteren hebben gepubliceerd. Wereldwijd is de uitstoot vorig jaar met drie procent gestegen tot een record van 34 miljard ton.

De doelstelling van Kopenhagen 2009 om de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de 2 graden Celsius te houden, raakt daarmee verder uit het zicht. Veel wetenschappers gaan ervan uit dat overschrijding van die grens grote risico’s met zich meebrengt, zoals extreem weer, verandering van ecosystemen en voortgaande zeespiegelstijging. De voedselvoorziening, die toch al onder druk staat door een groeiende wereldbevolking, zal daaronder lijden.

Vooral de Chinese stijging van de uitstoot per hoofd van de bevolking is opmerkelijk. Broeikasgasemissies zijn in de afgelopen tien jaar met 150 procent gestegen, waardoor China de Verenigde Staten in 2006 is gepasseerd als grootste klimaatvervuiler ter wereld. Toch heeft de regering in Peking altijd volgehouden dat het als een ontwikkelingsland beschouwd moet worden, omdat het aandeel van die vervuiling per hoofd van de bevolking juist relatief gering was. In het Kyoto-protocol, het internationale klimaatverdrag uit 1997, is afgesproken dat ontwikkelingslanden niet verplicht kunnen worden hun CO2-uitstoot te reduceren – omdat dit de economische groei kan belemmeren.

Die scheiding tussen arm en rijk in het internationale klimaatbeleid is op basis van deze nieuwe cijfers lastig vol te houden. In Europa is de uitstoot van broeikasgassen vorig jaar gedaald met circa 3 procent, in de VS en Japan met zo’n 2 procent. Die daling is het gevolg van de hoge olieprijs, het bestaande klimaatbeleid (vooral in Europa) en van de economische crisis, die heeft geleid tot een daling van de industriële productiviteit.

De geïndustrialiseerde landen zijn nu gezamenlijk verantwoordelijk voor niet meer dan een derde van de CO2-uitstoot. Dat de productie van westerse consumptiegoederen is verplaatst naar China en andere ontwikkelingslanden draagt daaraan bij.

In ontwikkelingslanden is de uitstoot vorig jaar met gemiddeld 6 procent gestegen; in China zelfs met 9 procent. De stijgende emissies in China zijn het gevolg van het toenemende gebruik van steenkool en de productie van staal en cement, vooral voor infrastructurele projecten waarmee China zijn economische groei op gang probeert te houden.

In 2009 berekenden wetenschappers dat tot 2050 nog ongeveer 1.000 gigaton kooldioxide kan worden uitgestoten om onder de tweegradengrens te blijven. De cijfers van het PBL en het JRC laten zien dat daarvan nu al de helft is ‘opgebruikt’. Bij ongewijzigd beleid zal die 1.000 gigaton in 2025 zijn bereikt. Daarmee groeit de kans dat de aarde afstevent op een temperatuurstijging van mogelijk 3 tot 4 graden Celsius.

Zie ook Commentaar, pagina 17