Camera's langs de grens? De krant wacht op antwoord

Wie iets van de overheid wil weten dient een WOB-verzoek in. Een antwoord kan maanden duren. Als er al een antwoord komt.

Is er echt geen alternatief voor die nieuwe snelweg door mijn achtertuin? Als burger wil je weleens wat weten van de overheid. Als vragen aan het gemeenteloket niets oplevert, is er altijd nog de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). Die tovert die studie naar een alternatieve snelwegroute misschien zo boven tafel.

Wie via de WOB weleens documenten opvraagt, merkt echter dat na een week of drie vaak een uitstelbrief in de bus valt. Als er überhaupt al antwoord komt. Deze week bleek bijvoorbeeld dat de provincie Gelderland weigert volledige openheid te geven over het declaratiegedrag van provinciebestuurders.

En de regels om niets vrij te hoeven geven zijn zo breed dat bij gevoelige onderwerpen, neem een nieuwe snelweg, ook na maanden wachten de teleurstelling vaak overheerst.

Tweede Kamerlid Mariko Peters (GroenLinks), die na de verkiezingen niet terugkeert in de Kamer, heeft daarom net een wetsvoorstel voor een nieuwe WOB voor advies naar de Raad van State gestuurd. Haar plan dwingt de overheid sneller te beslissen en kent minder uitzonderingen.

Bezwaren van burgers, journalisten en wetenschappers tegen de huidige WOB zijn er genoeg. Besluiten over het vrijgeven van informatie worden al snel uitgesteld, omdat het verzoek ‘te algemeen geformuleerd’ zou zijn.

Soms wordt helemaal geen reden voor uitstel gegeven. Zoals vorig jaar, bij de vraag van NRC aan ministeries om documenten over een nieuw camerasysteem langs de grenzen met Duitsland en België. De marechaussee wilde pas rond de ingebruikname vertellen waar die precies voor dienden. Volgens de krant willen lezers op tijd worden geïnformeerd over een camerasysteem, dat van elk voertuig een gedetailleerde foto maakt en bijhoudt wie wanneer de grens passeert. Dus diende de krant op 3 oktober WOB-verzoeken in. Het ministerie van Veiligheid en Justitie schreef na bijna een maand zonder opgaaf van reden het besluit met nog eens vier weken uit te stellen. Het ministerie van Defensie, dat verantwoordelijk is voor de marechaussee, vond het WOB-verzoek te ruim geformuleerd en vroeg om preciezere informatie.

Het uiteindelijke WOB-besluit van Defensie volgde op 5 maart, oftewel drie maanden te laat. Na artikelen in NRC Handelsblad en nrc.next en aandacht van het NOS Journaal had de Europese Commissie ondertussen om opheldering gevraagd. De Commissie wilde weten of Nederland zich wel hield aan EU-regels voor vrij verkeer van personen. Daarop maakte het ministerie bekend dat de camera’s voorlopig niet zouden flitsen. In het WOB-besluit schreef Defensie dat die beslissing was genomen door de bestuursraad van de marechaussee. Maar waarom er precies een ‘verlengde testfase’ moest komen, bleef geheim, want het verslag van de vergadering bevatte ‘persoonlijke beleidsopvattingen’.

Zo krijgen burgers en journalisten vaak het idee dat de overheid gevoelige documenten bijna altijd kan achterhouden. „Dat is ook zo”, zegt Taco Brandsen, hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „Op papier zijn de uitzonderingsgronden redelijk, in de praktijk wordt er vaak misbruik van gemaakt.” Naar de rechter stappen kan, maar het eindoordeel laat vaak anderhalf jaar op zich wachten.

In haar wetsvoorstel voor een nieuwe, verbeterde WOB beperkt Mariko Peters (GroenLinks) de maximale beslistermijn nu tot een maand. Als de overheid openbaarmaking weigert, dan loopt een bezwaarprocedure niet langer bij diezelfde overheid, maar naar buitenlands voorbeeld bij een onafhankelijke informatiecommissaris. „Een grote vooruitgang”, vindt juridisch adviseur en WOB-expert Roger Vleugels. Hij is een van de stuwende krachten achter het wetsvoorstel. „Dit ontlast de rechter en de eiser krijgt waarschijnlijk sneller zijn spullen.” Volgens het voorstel kunnen medewerkers van de informatiecommissaris ook zelf documenten bij de overheid opsporen.

„Maar het meest ingrijpende is misschien wel het grote aantal instellingen dat onder de nieuwe wet zou vallen”, zegt Vleugels. „Denk aan geprivatiseerde ziekenhuizen of verzelfstandigde en geprivatiseerde organisaties als Schiphol, de NS of vervoersbedrijf Connexxion. Vroeger vielen zij ook onder de WOB, na hun verzelfstandiging niet meer.”

Vanuit het oogpunt van transparantie lijkt het voorstel van Peters dus een flinke vooruitgang. Maar komt het er ook echt van? In de huidige Tweede Kamer leek een meerderheid van PvdA, GroenLinks, SP, D66 en PVV voor de nieuwe WOB. Het is de vraag of dat na de verkiezingen nog steeds zo is. Binnen de PVV was Hero Brinkman een voortrekker, maar het is afwachten of hij met zijn partij terugkeert in de Kamer. Een PVV-woordvoerder laat weten dat Geert Wilders pas na 12 september zijn standpunt bepaalt.

Ondertussen heeft demissionair minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) op de valreep zelf een wetsvoorstel voor een heel wat minder ambitieuze WOB geschreven. Daarin staat onder meer dat de overheid „onredelijke verzoeken” niet in behandeling hoeft te nemen. Zo zou het Korps Landelijke Politie Diensten veel WOB-aanvragen ontvangen van flitspaalhaters. Uit onderzoek van Vleugels blijkt dat de Nederlandse overheid in vergelijking met andere landen betrekkelijk weinig WOB-verzoeken ontvangt. Mogelijk komen delen van het voorstel van Spies in een nieuwe WOB terecht.

Volgens Karin Bregman, WOB-ambtenaar bij het ministerie van Defensie, kunnen verzoeken inderdaad sneller worden afgehandeld, maar verschilt dat wel enorm per aanvraag. „Als een burger documenten vraagt over de renovatie van een historische schietbaan dan geven wij die snel vrij. Maar wij hebben ook te maken met informatie die interessant kan zijn voor buitenlandse inlichtingendiensten of terroristen. Dan moet je een uitgebreide inhoudelijke afweging maken. Dat kost tijd.”

Bregman verwacht niet dat er straks papieren boven tafel komen waarvan het bestaan nu geheim blijft. „Wij proberen nu ook al volledig te zijn. Er zijn altijd mensen die weten van het bestaan van documenten. Als zij later in media verklaren dat die zijn achtergehouden, dan hebben wij pas echt een probleem.”

Desondanks meent hoogleraar Brandsen dat er sprake is van een cultuurprobleem in Nederland. „Neem Zweden. Daar leeft veel meer het besef dat burgers daadwerkelijk recht hebben op informatie. Ik verwacht niet dat een nieuwe wet alle problemen oplost, want slimme ambtenaren vinden altijd wel manieren om informatie achter te houden. Maar het wordt ze nu wel erg makkelijk gemaakt.”