Bericht van het Syrische front

De oorlog heeft Syrische bloggers veranderd in doorgewinterde opstandelingen. Een van hen, Razan Ghazzawi, vertelt. „Syrië is niet meer zoals het was, het is veel mooier.”

Dat achter de sombere krantenkoppen over Syrië een angstaanjagende realiteit schuilt, wordt duidelijk wanneer we contact zoeken met Razan Ghazzawi, een in Damascus woonachtige blogster. Tegen middernacht meldt ze zich op Facebook: „Hi, ik ben niet veel online, maar ik zal m’n best doen je vragen te beantwoorden, stuur ze ajb.”

Tja, waar te beginnen?

„Hoe gaat het?”

Razan: „Niet goed. De beschieting van Damascus is begonnen. Het wordt allemaal erger, maar we zijn hoopvol. Ik ben inmiddels gewend aan het geluid van geweren en de explosies. Maar gisteren hadden sluipschutters het op ons voorzien. Ik zag de gewonden om me heen, het bloed, en ik hield een martelaar in mijn armen. Ik ben blij dat de strijd om Damascus eindelijk is begonnen, want alleen dan weten we dat het einde van Assad nabij is.”

Toen we Razan twee jaar geleden ontmoetten in het kader van een project voor nrc.next over persvrijheid was ze ook bezorgd. Destijds omdat er twee tafeltjes achter ons, in de tuin van het Nationaal Museum in Damascus, een gezette man met snor en zonnebril was gaan zitten die opzichtig zijn krant las. Razan fluisterde ons toe dat ze vreesde dat hij van de geheime dienst was. Zo was het dus gesteld met de persvrijheid in Syrië.

Achteraf gezien waren dat ‘kleinigheden’, zegt ze nu. „Destijds richtte ik me op maatschappelijke problemen, niet zozeer op de overheid. Nu is de maatschappij in opstand gekomen en vinden er radicale veranderingen plaats. Zelfs de zogenaamde oppositie heeft geen vat op de dynamiek van de straat.”

„In de wijken en steden die betrokken zijn bij de opstand bestaat geen normaal leven meer. Inwoners worden aangehouden voor hun deelname aan stakingen of demonstraties, scherpschutters en veiligheidsdiensten bewaken de toegangswegen, controleren identiteitsbewijzen en lopen rond met namenlijsten van door het regime gezochte mensen.”

In 2010, vóór de opstand, streden de Syrische bloggers die we ontmoetten zelfverzekerd voor meer burgerrechten. Nu vechten ze voor hun toekomst en, vooral, voor hun leven.

Neem Hussein Ghreir, een rustige softwareprogrammeur van in de dertig. Twee jaar geleden was hij niet erg onder de indruk van het verbod op Facebook dat toen in Syrië van kracht was. „Internet is toch niet tegen te houden”, zei hij zelfverzekerd. „De jeugd is veel slimmer. Via Saoedische proxyservers (omleidingen op internet, red.) komt iedereen toch wel internet op.”

Hij vergeleek het met satelliettelevisie: ook dat had het regime in de jaren tachtig proberen te verbieden. „Kijk nu maar eens om je heen in Damascus”, zei Hussein. „Er is bijna geen huis zonder schotel te vinden.”

Nu zit Hussein Ghreir in een cel. Op 16 februari werd hij opgepakt, tijdens een inval bij het Syrische Centrum voor Media en Vrijheid van Meningsuiting, een verzamelplaats van dissidente bloggers. Vorige week kwam via een vrijgelaten medegevangene naar buiten dat Hussein in hongerstaking is gegaan, uit protest tegen het feit dat hij, zonder enige vorm van proces, al twee keer langer vastzit dan wettelijk is toegestaan.

„We weten niet waar hij wordt vastgehouden of hoe lang het nog gaat duren”, laat Razan via Facebook weten. „Hij is vader van twee kinderen en heeft ernstige gezondheidsproblemen.” Razan werd tijdens dezelfde inval eveneens aangehouden. Na drie dagen, waarover ze alleen kwijt wil dat ze „de moeilijkste van mijn leven” waren, werd de blogster weer vrijgelaten. „Ik ben niet zo gevaarlijk voor het regime. Als je af en toe wat blogt of post op Facebook loop je weinig gevaar. Dat is anders voor professionele journalisten en mensen met meer geldingskracht in wijken en steden.”

Nog altijd is internet een van de wapens van de Syrische revolutionairen. Gruwelijke foto’s en schokkerige beelden tonen het grove geweld waarmee het Syrische regime de opstand probeert te stuiten. Facebookpagina’s van activisten staan vol met ooggetuigenverslagen, berichten over arrestaties en campagnes om medeactivisten vrij te krijgen. Het zijn vaak de enige brokjes informatie uit het land (21 miljoen inwoners), waar buitenlandse journalisten niet of nauwelijks welkom zijn.

Razan en haar medebloggers lopen niet alleen op straat groot gevaar, maar ook op internet. De blogster maakt, vertelt ze, steevast gebruik van Tor, een netwerk dat anonieme communicatie mogelijk maakt. „Ik wis altijd al mijn e-mails, Facebook- en twitterberichten. Mijn posts op die netwerken gaan alleen over nieuws, nóóit over hoe we onszelf organiseren.”

Ze is bescheiden over haar eigen rol. „In heel Syrië wagen mensen dagelijks hun leven om de misdaden van het regime vast te leggen. Zij zijn anoniem, maar cruciaal voor de nieuwsvoorziening, en zij vallen bij bosjes.”

De belangrijkste taak van de bloggers, vertelt ze, is ervoor zorgen dat informatie onafgebroken wordt rondgepompt, niet alleen voor journalistieke doeleinden, maar vooral ook om het binnenlandse netwerk aan vrijwilligers draaiende te houden. „Als het regime een wijk met granaten en mortieren bestookt, dan weet je dat er vluchtelingen zullen zijn, met allerlei behoeftes”, zegt Razan. Vrijwilligers helpen slachtoffers van geweld, weten waar de veilige noodhospitalen zijn, zorgen voor onderdak, voedsel en kleding.

Wat de toekomst zal brengen, weet Razan niet. Ze kan zich er ook niets bij voorstellen. „Ik denk over het moment, het nu, en ik dank God dat ik op een punt ben gekomen waar ik niet meer bang ben voor de dood. Wat er gaat gebeuren kan me niet zo veel schelen, zo lang Assad maar vertrekt en het bloedvergieten stopt.”

Het regime is aan de verliezende hand – dat durft ze wel te stellen. „Langzaam maar zeker verliest het de controle over de hoofdstad. De prijs die we moeten betalen is bijna onmenselijk hoog. Maar het is de wil van de mensen om deze opstand door te zetten tot het einde. Syrië is niet meer zoals het was, het is veel mooier.”

Lees de blogs die Janno Lanjouw en Dirk Wanrooij in 2010 voor nrc.next schreven op nrcnext.nl/blog/author/jannodirk.Volg Razan Ghazzawi op twitter via @RedRazan en lees haar blog op razanghazzawi.org.