Als twijfel toeslaat kan regime uiteenvallen

Voor het eerst zijn hoge Syrische functionarissen gedood bij een aanslag. Een lijfwacht van een van de leiders zou de dader zijn. De implicatie is dat niemand meer te vertrouwen is.

Voor het eerst is het Syrische regime in het hart getroffen. Niet meteen dodelijk. De defensietop is zwaar gehavend door de zelfmoordaanslag van gisteren in het gebouw van de nationale veiligheidsdienst in Damascus: de minister van Defensie is dood, zijn voorganger is dood, president Assads zwager, onderminister van Defensie Asef Shawkat, is dood. Maar de minister van Defensie is meteen vervangen en het leger zwoer in een communiqué nog meer vastbesloten te zijn dan het al was om „het vaderland te zuiveren van wat er rest van terroristische bendes”.

Hoe vastbesloten het regime ook klinkt, de vijand is voor het eerst binnengedrongen in de binnenste verdedigingslinies. Shawkat, die was getrouwd met Assads zus Bushra en ondanks zijn ogenschijnlijk ondergeschikte positie een zeer invloedrijke rol in het defensieapparaat speelde, was een van de vier, vijf belangrijkste mensen van het regime. Voorzover er binnen de Syrische leiding al niet iets van twijfel aan haar overleven was ontstaan, dan is die er nu. Temeer omdat de aanslag samenvalt met het oprukken van rebellen tot in Damascus zelf.

Het Vrije Syrische Leger claimde gisteren meteen de verantwoordelijkheid voor de aanslag en kondigde „grote operaties” aan die „erop zijn gericht Assad ten val te brengen samen met het geheel van zuilen en symbolen van het regime”. Die claim was opmerkelijk, want bij de serie eerdere, dodelijke explosies bij gebouwen van inlichtingendiensten en leger zei het altijd dat het regime zélf de aanslagen had gepleegd om de oppositie in diskrediet te brengen. Maar nu Syrische leiders zijn omgekomen ligt de zaak opeens anders.

Volgens rebellenleider kolonel Riad al-Asaad hadden rebellen een bom geplaatst in de kamer waar de defensietop en andere hoge functionarissen bijeenkwamen. Dat is precies wat de oppositie bij die eerdere aanslagen altijd als onmogelijk uitsloot wegens de zware bewaking van dit soort gebouwen.

Veel waarschijnlijker klinkt de lezing van de Syrische staatstelevisie, een anonieme Syrische veiligheidsfunctionaris en, als eerste, de televisie van Syriës Libanese bondgenoot Hezbollah, dat een lijfwacht van een van de aanwezige leiders een zelfmoordaanslag pleegde of explosieven de vergaderzaal had binnengebracht en die later tot ontploffing had gebracht. Onheilspellender ook voor het regime: want wie is er dan nog te vertrouwen?

Het Saoedische televisiestation Al-Arabiya zond tegelijkertijd videobeelden uit van tientallen juichende rebellen die een gebouw van een veiligheidsdienst in Hajar al-Aswad in het zuiden van de hoofdstad bestormden. Er is geen onafhankelijke bevestiging dat de beelden inderdaad te zien gaven wat de zender meldde dat er zich afspeelde. Dat is het permanente probleem met de strijd in Syrië: dat niet precies is vast te stellen hoe de oorlog verloopt. De 300 ongewapende VN-waarnemers die nog in Syrië zijn, komen niet in de buurt van de fronten; buitenlandse journalisten worden slechts mondjesmaat toegelaten.

Zo is niet duidelijk of de huidige gevechten in het zuiden van Damascus een directe bedreiging voor het regime vormen. Op videobeelden is zwarte rook te zien, er worden vluchtelingen gemeld en inwoners zeggen dat het leger helikopters inzet. Maar hoeveel rebellen zijn er actief en komen ze dichterbij het centrum van de stad? Zeker is dat het regeringsleger een groot overwicht houdt in bewapening.

De belangrijkste vraag is of de elitetroepen die Damascus verdedigen het regime trouw blijven nu voor het eerst hoge regimevertegenwoordigers zijn gedood. Tienduizenden militairen zijn de afgelopen maanden overgelopen, inclusief inmiddels zo’n twintig generaals. Maar zij komen niet uit de legereenheden waarop het regime steunt. De Vierde pantserdivisie van Assads hardhandige broer Maher is nog intact gebleven. Maar als de twijfel toeslaat kan het veiligheidsapparaat snel uit elkaar vallen.