Welke toezichthouder jokt in renteschandaal?

Het schandaal rond vervalste rentetarieven brengt twee versies van de waarheid aan het licht bij Amerikaanse en Britse toezichthouders.

Woedend pakt Bob Diamond, de Amerikaanse bankier van Barclays zijn Blackberry en stuurt een bericht aan de topambtenaar van het Amerikaanse ministerie van Financiën. „Slechter had het niet kunnen lopen. Zeer frustrerend. Little England.”

Het gebeurde op zondagmiddag 14 september 2008, de dag voordat de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers bankroet ging en zij de brandhaard werd van een wekenlange vlammenzee op de wereldwijde financiële markten.

Bob Diamond, die begin deze maand opstapte als topman van Barclays in het schandaal rond het manipuleren van internationaal belangrijke rentetarieven (zie kader), werkte aan de vooravond van de kredietcrisis een half jaar lang heimelijk aan een reddingsoperatie van Lehman Brothers. Journalist Andrew Ross Sorkin van The New York Times beschrijft het mislukte avontuur van Diamond uitvoerig in zijn Too big to fail, een nauwgezette reconstructie van de kredietcrisis vanuit Amerikaans perspectief.

Bob Diamond gold in 2008 als de talentvolle maar onbegrepen Amerikaanse bankier in de subtop van een Britse bank. Op die 14e september denken Bob Diamond en de top van de Amerikaanse centrale bank, de minister van Financiën van de VS en de top van toezichthouder SEC een deal te hebben: de Britse bank Barclays redt Lehman. Maar pas op die bewuste zondagmiddag, vlak voordat de beurzen in Azië weer opengaan, blijken de collega-toezichthouders uit het Verenigd Koninkrijk nog lang niet toe aan goedkeuring van dat besluit. De snel schakelende Amerikanen schatten de veel voorzichtiger opererende Britten volstrekt verkeerd in, met een Amerikaanse bankier in Britse dienst als de ongelukkige verbindingsofficier.

Wat gold als een van de vele fascinerende anekdotes van Sorkin over de crisis die op Wall Street begon, zou achteraf een belangrijke verklaring kunnen blijken voor het jongste schandaal in de financiële sector. Het zijn exact dezelfde hoofdrolspelers die in het zich nu ontvouwende renteschandaal grote vragen oproepen. Wat wisten Amerikaanse en Britse toezichthouders over het manipuleren van de Libor-rente? Die vragen spitsen zich precies toe op de periode dat Barclays’ Diamond in overleg met de Amerikaanse autoriteiten aan een redding van Lehman werkte.

Sir Mervyn King, de president van de Bank of England, verklaarde gisteren voor een parlementaire commissie dat hij tot twee weken geleden niets wist van „onbetrouwbare” handelaren die met de tarieven marchandeerden. Van „opzettelijke manipulatie” hoorde hij pas deze maand. Hij zei ook dat de Bank of England strikt genomen geen toezichthouder is. Het zou allemaal verklaren waarom de Britten niet zo snel ingrepen.

Maar Ben Bernanke, zijn evenknie van de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, zei even later voor het Amerikaanse Congres dat hij zich eind 2007 al zorgen maakte over de tarieven waartegen banken zeiden te kunnen lenen. Wilden zij zich sterker voordoen door te lage tarieven te noemen? Hoe gezonder een bank, hoe lager de tarieven waartegen zij kan lenen. Toen in april 2008 een klokkenluider zich bij de Fed meldde, informeerde de Fed direct de Britse collega’s.

Het contrast tussen de reactie van Amerikaanse en Britse autoriteiten op praktijken die zich in Londen afspeelden is groot. Terwijl de FBI en het Amerikaanse openbaar ministerie eind juni een schikking troffen met Barclays over het gesjoemel met de tarieven heeft de Britse justitie begin deze maand aangekondigd te onderzoeken of strafrechtelijke vervolging mogelijk is.