Stukken beter dan zo'n lullig plankje

Is het een grote surfplank of een klein skateboard? Op straat, in de tram, longboards zie je overal. De boards zijn stabiel, wendbaar en heel snel.

‘Gedurende de dag sta ik meer op mijn board dan op mijn voeten”, zegt Arjan Koek (32). Sinds kort werkt hij als verkoper bij Sickboards in Scheveningen. Niemand kijkt vreemd op als hij de klanten tegemoet treedt op zijn longboard. Behendig rolt hij op de lange plank van de werkplaats naar de kassa, en weer terug.

Koek is niet de enige met een ‘longboard’. Longboarden is hip. In alle grote steden worden bijna wekelijks meetings georganiseerd. De filmpjes van de Longboard Girls Crew, een Facebookgroep die boardende dames wereldwijd bijeen brengt, zijn al miljoenen keren bekeken. Een winkel als Sickboards kon uitgroeien van webshop tot echte winkel vanwege de toenemende vraag.

De straatsport combineert het beste van skateboarden en surfen: op een longboard kun je grote afstanden afleggen, maar je kunt er ook trucjes op doen. De plank is langer, waardoor je er harder mee kan dan met een normaal skateboard. En je bevindt je een stuk lager bij de grond, waardoor je stabieler staat en flexibeler kunt sturen.

„Ooit was ik skateboarder”, legt Vincent Bergman (30) uit. „Maar op een gegeven moment ben je de twintig voorbij en kun je jezelf niet meer vertonen op zo’n klein plankje. Dan sta je voor lul.” Hij durfde niet meer, maar hij miste de goede sfeer en de mensen. „Tot ik iemand op een longboard voorbij zag komen. Wat gaaf, dacht ik. Daar ben ik zeker niet te oud voor.”

Bergman ging daarom maar een keer naar de longboardmeeting die elke donderdag wordt gehouden op het Spui in Den Haag. Sinds die ene keer heeft hij nooit meer een bijeenkomst gemist. „Deze winter hebben we nog geboard bij -9 graden. Vijf onderbroeken over elkaar had ik aan, maar genieten dat ik deed! Het geeft een kick, vooral de sfeer is goud. Niets moet, alles mag.”

Anders dan bij skateboarden is er minder druk om trucjes te doen, zegt Arto Rohde (23), professioneel longboarder. „De sfeer is open. Mensen spreken af via sociale media en daar komen allerlei types op af. Je ziet ook steeds vaker vaders met kinderen of een heel gezin dat gaat longboarden.”

Bergman en Koek behoren tot de generatie die longboarden in Scheveningen op de kaart heeft gezet. Niet geheel verrassend werd de nieuwe sport uit Californië juist hier – net als surfen – als eerste opgemerkt. „Dit is toch het domein van de beachgirls en surfdudes”, weet Bergman. „Tien jaar geleden kwamen de surfers op hun longboard naar het strand. Nu gaan stedelingen ermee naar hun werk.”

Terwijl een opgeschoten tiener zich ‘dansend’ voortbeweegt, stuift een gezette vijftiger op zijn ‘cruiser’ langs het strand. Beiden houden zich zonder al te veel moeite overeind tussen de hordes toeristen op de boulevard. Dat komt volgens pro-boarder Rhode omdat de grotere boards stabieler zijn. „Dat maakt de sport toegankelijker, ook voor oudere mensen.”

Een longboard trekt niet alleen veel verschillende types, maar wordt ook op veel verschillende manieren gebruikt. Noah Depreytere (12) gebruikt zijn board vooral als vervoersmiddel. De jonge Vlaming, hippe cap en schuine lokken, woont in de Belgische badplaats Oostende, maar is nu met vakantie in Scheveningen. „In smalle steegjes in de stad, of op de boulevard, ben ik enorm wendbaar. Waarom zou ik de fiets pakken nu ik mij overal zo makkelijk tussendoor beweeg?”

„Oké”, fluistert hij vervolgens zacht, „longboarders zijn natuurlijk coole mensen. En dat wil ik zijn.”

Sarina Reilingh (29) surft al twee jaar. Door een filmpje op internet werd ze „door het virus aangestoken”. „Vroeger wilde ik altijd skateboarden. Ik kon één trucje – een ollie – maar ging altijd op mijn bek. Dit lijkt me stabieler en comfortabeler. Ik ben een ‘danser’. Trucjes vervelen volgens mij nooit.”

Terwijl het Koek dan weer niet om de trucjes, maar om de snelheid is te doen. Hij gaat vaak naar België, omdat je vanaf de heuveltoppen in de Ardennen „veel meer tempo kan maken”. Soms tot wel 100 kilometer per uur.

Wel waarschuwt hij beginners niet meteen een van de weinige Nederlandse ‘downhillspots’, zoals de Posbank bij Rheden, op te zoeken. „We moeten geen Jackass willen zijn. Als ik iemand tegenkom zonder helm, spreek ik hem daarop aan.”

De hechte gemeenschap. De combinatie tussen trucjes en lange afstanden. En het gebruiksgemak van een nieuw vervoersmiddel. Wie er eenmaal aan begint, kan niet meer stoppen, zeggen veel beoefenaars. Koek hoopt zijn afstandsrecord – 270 kilometer – nog eens te verbeteren. Op één van zijn twintig longboards.