Ruzie maken om rijk te worden

Mensen lezen graag en veel over conflicten tussen anderen. De showbizzindustrie weet hier als geen ander op in te spelen. Maar waar blijven de feiten, vraagt Marjolijn Februari zich af.

Het stond in The Sun. Het zal dus wel waar zijn. Zangeres Katy Perry – wie kent haar niet – draagt een bustehouder met ronddraaiende pepermuntlolly’s die regelmatig komen vast te zitten in haar pruik. Omdat de verzekeringsmaatschappij bang is dat ze door deze constellatie een van de spieren in haar nek verrekt, is het haar verboden het gevaar zettende ondergoed nog langer te dragen.

Zo gauw dit bericht wereldkundig werd, vlak voor het weekend, kwam de nieuwsgaring op gang. Journalisten doken in de kwestie en brachten feiten boven water rondom de „hysterische bh” (de Volkskrant), de „kinetische lingerie” (The Huffington Post), de Bra Lollipop (internationale kranten) en wisten bijvoorbeeld te melden dat „Perry het logo van de pepermuntlolly ook op haar enkel heeft getatoeëerd” (The Huffington Post).

Het is maar gelukkig dat ik altijd boven op het nieuws zit. Zo kon ik meteen reageren en besluiten de zaak-Perry naar een hoger plan te tillen. Want het mag dan zomer zijn, dat laat onverlet dat we kritisch moeten blijven op metaniveau. Zo op het oog was er misschien niet veel aan de hand. Katy Perry gaf toe dat ze af en toe de controle over haar bh verliest, maar ze bleef er laconiek onder. „Ik betwijfel ten zeerste of het dodelijk zou kunnen zijn.” De verzekeraars maakten ons niettemin duidelijk dat amusement een ernstig te nemen bedrijfstak is. Zou Perry vanwege nekklachten haar optredens moeten afzeggen, dan zouden de investeerders grote bedragen verliezen.

Nu valt op te merken dat deze strijd rondom de bedrijfskleding van Perry, hoe opmerkelijk ook, niet helemaal ongebruikelijk is. Slaan we de jurisprudentie erop na, dan zien we dat alleen al in Nederland de afgelopen jaren heel wat vergelijkbare conflicten zijn uitgevochten.

Zo oordeelde de rechter een tijdje terug dat HTM, voorheen de Haagsche Tramweg-Maatschappij, de damesbermuda terecht uit het kledingpakket had verwijderd. Ook al droeg de bermuda volgens de ondernemingsraad in belangrijke mate bij „aan het welzijn van het rijdend personeel tijdens de warme zomermaanden”. In rechtszaken over veilige kleding werd besloten dat aan lange rokken vanuit infectieoogpunt geen bezwaren kleven (Commissie Gelijke Behandeling), maar aan driekwart mouwen wel (kantonrechter), en dat een verpleegkundige haar dienstkleding niet zelf mag wassen.

De volgende stap in de analyse vergt enig denkwerk. Je zou op het eerste gezicht namelijk kunnen denken dat zo’n verschil van mening tussen een trambestuurder en een vervoersmaatschappij, of tussen een zangeres en haar verzekeraars, een nogal particuliere aangelegenheid is. Niet erg boeiend voor de rest voor de mensheid, tenzij je toevallig zelf ook een trambestuurder bent en een bermuda aan wilt.

Maar hier wordt de zaak interessant. In een interview met Patricia Paay las ik laatst waarom mensen zo geïnteresseerd zijn in de conflicten van anderen. De showbusiness is een ruzie-industrie, las ik. Tegenstellingen en conflicten worden gecreëerd omdat onenigheid nu eenmaal onweerstaanbaar amusant is. En dat woord ‘ruzie-industrie’ verklaarde in één klap hoe het kluwen van conflict, geld, nieuws en amusement in elkaar zit. Wist u bijvoorbeeld dat Patricia Paay eigenlijk nooit echt ruzie heeft gehad met Vanessa?

Wacht. Laat ik even recapituleren. Het is geen simpele materie, dat weet ik, en het is beter de gegevens nog eens op een rij te zetten. Je hebt dus de pepermuntlolly’s van Katy Perry, de bezwaren daartegen van de verzekeringsmaatschappij, en je hebt de ruzie-industrie, die zo’n botsing aangrijpt om spektakel te maken en geld te verdienen. De pers liep niet te hoop vanwege een paar ronddraaiende lolly’s, maar vanwege de onenigheid tussen een zangeres en een verzekeringsmaatschappij.

Niet een verbluffend nieuw inzicht, misschien, deze gedachte dat conflicten amusant zijn en winst opleveren. We weten wel dat artiesten, politieke partijen en zelfs hele landen conflicten genereren om er rijk mee te worden.

Maar het is toch verhelderend af en toe te zien dat hoe overheersend de menselijke behoefte aan amusement kan zijn. Toen ik probeerde de zaak van Perry te reconstrueren, kwam ik nergens de belangrijkste feiten tegen, zoals de naam van de betrokken verzekeringsmaatschappij of de hoogte van de verzekeringspremies. Wel vond ik de naam van de kunstenaar die bij Perry een pepermunttatoeage had gezet. Bang Bang heette hij. „De zangeres probeerde de naald even uit en gaf tatoeagekunstenaar Bang Bang dezelfde pepermuntstok die ze zelf had genomen.”

Eerlijk gezegd zou ik niet hebben geweten wat ik op deze plek had moeten zeggen over de geschiedenis van de ronddraaiende lolly’s als de hele wereld er niet zo opgewonden over was geworden. Hoogopgeleide lezers lieten zich lokken met verwijzingen naar films – A Bra Too Far –- en poëzie. De erudietste journaliste gooide Dylan Thomas in de strijd en schreef een necrologie over de bh. Peppermint Bra Spins Gently Into That Good Night. Het internationale publiek genoot.

Nou ja, ze doen maar, is mijn conclusie. Wij staan er gelukkig boven.