‘Netanyahu kiest voor orthodoxen’

De grote coalitie in Israël heeft maar kort geduurd. Gisteren stapte de middenpartij Kadima weer op. In principe kan premier Netanyahu doorregeren.

‘De koning van Israël’ werd Benjamin Netanyahu genoemd toen hij begin mei een monstercoalitie had gesmeed van 94 van de 120 zetels in het Israëlische parlement. Amper zeventig dagen later is zijn vorstelijke voorkomen verwaaid.

Middenpartij Kadima, met 28 zetels de grootste coalitiepartner van premier Netanyahu, kondigde gisteravond aan uit het kabinet te stappen. In zijn ontslagbrief verweet Kadima-leider Shaul Mofaz de premier dat hij de belangen van ultra-orthodoxe joden liet prevaleren boven die van de seculiere meerderheid. Netanyahu beschuldigde Mofaz vervolgens van het „missen van een historische kans”.

Het conflict tussen Kadima en Netanyahu’s partij Likud draait om hervorming van de dienstplichtwet, die al zestig jaar de ultra-orthodoxen uitzondert van militaire dienst. Seculiere en orthodoxe Israëliërs dienen in principe vanaf hun 18de twee of drie jaar lang. Onlangs bepaalde het Hooggerechtshof dat de uitzondering voor de ultra-orthodoxe 10 procent van de bevolking illegaal is en de dienstplichtwet voor 1 augustus moet worden vervangen.

Juist om deze wet te hervormen was Kadima-leider Mofaz in de rechts-religieuze regering van Netanyahu gestapt. Volgens Mofaz bewees het voorstel dat Likud gisteren presenteerde – militaire dienstplicht voor de helft van de ultra-orthodoxen tot 23 jaar en burgerlijke dienst voor de andere helft na hun 23ste – dat Netanyahu had gekozen voor zijn religieuze coalitiepartners, die hevig tegen dienstplicht protesteerden. Daarop stemde de Kadima-fractie in met vertrek.

In de nasleep van de kabinetsbreuk presenteert Netanyahu zich als Realpolitiker, die rekening houdt met alle groepen in de samenleving. Mofaz wil de geschiedenisboeken in als idealist. Of Mofaz dat etiket krijgt, is echter de vraag. Kadima heeft in twee maanden regeren nagenoeg niets klaargespeeld. De partij beloofde in mei ook dat ze de vastgelopen vredesonderhandelingen met de Palestijnen zou vlottrekken. Maar in plaats daarvan joeg deze coalitie de Palestijnen nog meer tegen zich in het harnas door onder andere ontruiming van land van Palestijnse boeren uit te stellen, en – gisteren – een Israëlische onderwijsinstelling in bezet Palestijns gebied het predicaat universiteit te verlenen.

Om zijn gezicht te redden moet Mofaz wel aan zijn dienstplichtbelofte vasthouden en vertrekken. Zonder Kadima kan Netanyahu met een meerderheid van 66 zetels in het parlement verder regeren. De verwachting is echter dat hij vervroegd verkiezingen zal uitschrijven.

Hoewel de seculiere kiezers deze kabinetsbreuk ook Netanyahu zullen aanrekenen, wordt zijn Likud-partij bij nieuwe verkiezingen waarschijnlijk de grootste. Mofaz presteerde zo teleurstellend dat hij mogelijk moet aftreden als partijleider. In de coulissen zouden de vorige partijleider Tzipi Livni en de (onlangs voor misbruik van vertrouwen veroordeelde) oud-premier Ehud Olmert staan te trappelen. Een andere mogelijkheid is dat Kadima versplintert.

Commentatoren van Israëlische kranten wezen vanochtend het (niet-religieuze) publiek als de grote verliezer aan, omdat de eerste overwegend seculiere coalitie in jaren zo snel sneuvelde. Zo schreef Ari Shavit in Haaretz: „Dit bevestigt dat in dit land de cynici altijd gelijk hebben en de hopenden altijd ongelijk – en dat niets belangrijk genoeg is om ons te bevrijden uit dit moeras.”