Meedoen is belangrijker dan winnen

Talent genoeg in Suriname, maar ook een gebrek aan geld, accommodaties en mentaliteit. Minder verwend zijn ze in de binnenlanden.

Letitia Vriesde liep op de Spelen van ’92 de finale net mis. Foto ANP/P. Stolk

Aan de rand van de wijk Zorg en Hoop in Paramaribo liggen de sportvelden van SOSIS (Stichting Ontwikkeling Sport in Suriname). Hier trainen de talenten van atletiekvereniging Profosoe, zes keer in de week twee uur. De junioren rennen afwisselend 200, 150, 100 en 75 meter. Sommigen sprinten blootsvoets over de baan die bestaat uit een zandpad met hier en daar grind en steentjes en is afgezet door autobanden die half uit de grond steken. De bochten zijn scherp waardoor de lopers telkens vaart moeten minderen.

Verre van ideale omstandigheden; trainer Ruben Vaarnold is de eerste om het toe te geven. Een alternatief heeft hij niet. Waar zouden ze geld vandaan moeten halen om het complex op te knappen? De weinige overheidssubsidie gaat grotendeels op aan de reizen voor toernooien in de Caraïbische regio. Een vergoeding voor training en coaching zit er niet in, laat staan dat er ruimte is voor medische begeleiding of uitgebalanceerde voeding. En sponsors zijn nu eenmaal lastig te vinden in Suriname, zegt Vaarnold.

Toch dienst zich geregeld talent aan. Neem Ramona van der Vloot, 17 jaar en vorig jaar de nummer zeven bij het WK jeugd op de 100 meter. Volgens Vaarnold zou ze allang met een sportbeurs in de VS of Jamaica moeten zitten. Van collega’s en scouts kreeg hij laatst op Bermuda nog de complimenten over haar prestaties.

Maar een verblijf aan een Amerikaanse high school is volgens Vaarnold lastig te realiseren. „Probeer maar eens een geschikt gastgezin te vinden. In Amerika zijn ze meer geïnteresseerd in football, honkbal en basketbal. Daar zit ook het geld.”

Van der Vloot voldeed de afgelopen weken niet aan de limiet voor deelname aan de Spelen. Suriname wordt in Londen op de dubbele sprintafstand vertegenwoordigd door Kirsten Nieuwendam, die wel in Amerika traint. De twintigjarige atlete liep in mei van dit jaar een persoonlijk record op de 200 meter in 23.47 seconden. Hoewel ze daarmee net te kort kwam voor de limiet, staat ze in Londen toch in de startblokken dankzij een soort wild card voor sporters die de potentie hebben zich te kwalificeren, veelbelovende prestaties hebben neergezet en de kans krijgen ervaring op te doen.

Wanneer Nieuwendam in Londen haar beste tijd in de olympische series benadert, haalt ze misschien de kwartfinale. Ook voor 100 meterloper Jurgen Themen is het olympische toernooi geslaagd wanneer hij de series overleeft. In mei liep Themen een persoonlijk record van 10.38. Ook voor badmintonner Virgil Soeroredjo (221ste van de wereld) is deelnemen belangrijker dan winnen.

De Surinaamse afvaardiging wordt gecompleteerd door twee zwemmers. Diguan Pigot staat ingeschreven voor de 100 meter schoolslag bij de mannen en speelt vermoedelijk een bijrol. Van zijn zus Chinyere Pigot (50 meter vrije slag), drie jaar achtereen uitgeroepen tot sportvrouw van het jaar in Suriname, mogen evenmin wonderen worden verwacht. Chinyere was in 2008 met haar vijftien jaar de jongste sporter op de Spelen en eindigde als 54ste van de negentig deelnemers.

Ze hoopt nu op een plaats in de halve finale en heeft als doel over vier jaar in Rio de finale te zwemmen.

Bij gebrek aan tegenstand en echte accommodaties in Suriname, waar alleen in 25-meterbaden wordt gezwommen, wonen en trainen de Pigots al een paar jaar in Miami.

Zo zal het nog wel even duren voor Anthony Nesty navolging krijgt als olympische medaillewinnaar voor Suriname. Verder dan Nesty’s goud op de Spelen in Seoul in 1988 op de 100 meter vlinderslag en zijn bronzen plak vier jaar later op hetzelfde nummer in Barcelona is Suriname tot dusver niet gekomen. Letitia Vriesde kwam nog het dichtst in de buurt. De 800-meterloopster kwam vijf keer uit op de Olympische Spelen. In 2004 was ze op haar 39ste de oudste deelnemer in Athene. Keer op keer miste ze de finale, al scheelde het in Barcelona maar een honderdste van een seconde.

Guno van der Jagt, secretaris-generaal van het SOC, erkent dat het nationale sportklimaat te wensen overlaat. Met de huisvesting van de Regionale Sport Academie voor het Caraïbisch gebied moet daarin vanaf volgend jaar verandering komen, hoopt Van der Jagt.

Ook op andere fronten zitten overheid en SOC volgens hem niet stil. Zo kan sprintster Nieuwendam mede dankzij een beurs van het SOC in Amerika trainen. Daarnaast is voor de lopende regeerperiode bijna zeven miljoen euro uitgetrokken voor topsport. „Het sportbeleid is erop gericht de talenten voortaan in eigen land te houden en trainers uit het buitenland aan te trekken”, zegt Van der Jagt.

Daarmee zijn nog niet alle problemen opgelost. Atletiektrainer Ruben Vaarnold wijst ook op het gebrek aan mentaliteit. Volgens hem zijn jonge sporters in Suriname geneigd om via hun sport een bepaalde status te veroveren waarvan ze in het uitgaansleven volop profijt hebben. „Hebben ze eenmaal een bepaald niveau bereikt, dan blijft het daar bij. Af en toe duikt een jongen uit de binnenlanden op die zich wil onderscheiden en wil ontsnappen uit zijn omgeving. Zo’n struggle for life zie je vaak bij atleten uit Guyana en Jamaica. Daar bereik je veel meer mee.”