Mali wil onderzoek Strafhof - bericht over moord en verkrachting

Islamitische politie op patrouille in Gao, in het noorden van Mali, waar de sharia-wetgeving is ingevoerd. Foto AFP / Issouf Sanogo

De Malinese minister van justitie heeft het Internationaal Strafhof (ICC) gevraagd een onderzoek te openen naar misdaden die dit jaar in het West-Afrikaanse land zijn gepleegd. Malick Coulibaly wil dat wordt vastgesteld of er mensen zijn die moeten worden vervolgd voor het geweld sinds de coup begin dit jaar.

Het is al maanden onrustig in Mali, nadat in maart het leger de macht greep in hoofdstad Bamako en de democratisch gekozen president afzette. Vervolgens scheidde het noorden, dat vlak daarna werd ingenomen door Touaregrebellen en aan Al-Qaeda-gerelateerde groepen, zich van het zuiden van Mali af.

Fundamentalistische islamieten in het gebied begonnen daarop met het vernielen van eeuwenoude niet-islamitische heiligdommen. Ook voerden zij in steden als Timboektoe de islamitische sharia-wetgeving in.

Volgens de aanklager van het ICC, Fatou Bensouda, hebben “meerdere bronnen” bericht over moorden, verkrachtingen en het ronselen van kindsoldaten in Mali.

Bensouda zei eerder deze maand ook dat de verwoesting van heiligdommen in Timboektoe mogelijk oorlogsmisdaden zijn. Ze zei dat ze haar team opdracht heeft gegeven zo snel mogelijk een verkennend onderzoek uit te voeren om te bepalen of het hof de zaak op zich kan nemen.

Mali is na Uganda, Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek het vierde land dat het ICC heeft gevraagd een onderzoek te starten naar gruwelen die binnen de eigen landsgrenzen zijn gepleegd.