HSBC in opspraak door witwasserij

Britse banken rollen de afge- lopen jaren van het ene schan- daal in het andere. Gisteren kwam HSBC in opspraak door witwaspraktijken.

Mexicaanse militairen ruimden vorige maand een graf bij het Chapalameer waarin slachtoffers van de drugsoorlog in de provincie Jacotepec waren gedumpt. Foto Reuters

Een nieuwe week, een nieuw schandaal rond een Britse bank. Nu blijkt er bij de Amerikaanse tak van de Britse bank HSBC zó weinig toezicht te zijn geweest, dat er de afgelopen zeven jaar miljarden dollars van Mexicaanse drugskartels kon worden witgewassen.

De Amerikaanse Senaat, die onderzoek deed naar de witwaspraktijken, had het gisteren zelfs over HSBC als „de toegangspoort tot het Amerikaanse financiële systeem”. Doordat de bank zich niet hield aan een verbod op financiële transacties met Iran en Cuba, kon bovendien geld uit die landen de VS bereiken.

Verdacht geld uit de Kaaimaneilanden en Saoedi-Arabië kon zonder al te veel controle van eigenaar wisselen via HSBC. En mogelijk zijn ook terreurorganisaties financieel gesteund doordat de controle van HSBC tekortschoot.

Gisteren nam David Bagley, hoofd toezicht sinds 2002, ontslag. Hij bood zijn excuses aan en zei dat „HSBC, ondanks de beste bedoelingen van betrokken werknemers, niet heeft voldaan aan onze eigen verwachtingen en de verwachtingen van de toezichthouders”.

Bagley maakte ook duidelijk dat hij weliswaar ‘hoofd toezicht’ was, maar dat alle afzonderlijke takken van HSBC, dat in tachtig landen zit en de grootste bank van het Verenigd Koninkrijk is, een eigen interne toezichthouder hebben en dat hij die niet kon controleren.

De Senaatscommissie had het over „een totaal verpeste cultuur”, waarin de leiding van de bank op de hoogte was van de problemen, maar die niet aanpakte. Ook de toezichthouder, de Office of the Comptroller of the Currency, bleef in gebreke. Nu worden er nieuwe procedures ingevoerd, maar „verantwoordelijkheid is net zo belangrijk als afschrikmiddelen, en die verantwoordelijkheid was juist wat ontbrak”. De bank krijgt een boete van mogelijk 1 miljard dollar.

De afgelopen jaren rollen Britse banken van het ene schandaal in het andere. Mervyn King, president van de Bank of England, moest zich gisteren in het Britse parlement verantwoorden voor het Liborschandaal, waarbij Barclays heeft geprobeerd internationale rentetarieven te manipuleren.

De consumententakken van een aantal Britse banken moeten ondertussen nog steeds schadeclaims uitbetalen wegens het onterecht verstrekken van verzekeringen op aflossingen (de zogenoemde PPI’s, payment protection insurance).

Twee weken geleden maakte toezichthouder FSA bekend dat banken het klein- en middenbedrijf dwongen om zich tegen renteverhogingen te verzekeren, via ingewikkelde financiële producten. Zo’n 28.000 bedrijven zouden, als voorwaarde voor een lening, gedwongen zijn een dergelijke verzekering af te sluiten.

Bestuursvoorzitter Mark Boleat van de City of London Corporation noemde de opeenvolging van schandalen schadelijk voor de internationale reputatie van het Londense financiële centrum en zei dat ze „onze critici in binnen- en buitenland goed uitkomen”.

In zijn wekelijkse column in de krant City AM schreef Boleat maandag: „Na weken waarin de problemen van banken de voorpagina’s van kranten haalden, is het tijd dat we stappen ondernemen om te zorgen dat het nieuws terugkeert naar waar het hoort: de economiepagina’s.”

De schandalen zijn ook een probleem voor de Bank of England. Volgend jaar gaat president Mervyn King met pensioen, en zijn mogelijke opvolgers zijn nu allen verwikkeld bij schandalen. In dagblad The Guardian zegt de econoom David Blanchflower, oud-lid van de monetaire commissie van de centrale bank, vanochtend dat er geen geloofwaardige Britse kandidaten meer zijn om King op te volgen.