Hij heeft ook geen werk, afgekeurd

Twee buurten naast elkaar: een gegoede en een wat minder rijke. Welk werk hebben de mensen uit die buurten? Of eigenlijk: hadden. De een heeft geen werk meer vanwege de slechte economie. De ander vanwege een slechte schouder. Door Sheila Kamerman en Dick Wittenberg

Hij heeft net de dertig jaar niet gehaald als voorman van de productie bij tabaksverwerkend bedrijf Deli-HTL. In ploegendienst. Vorig jaar is hij afgekeurd vanwege een versleten schouder. Het zit hem nog altijd dwars.

Zij werkt vier halve dagen in de week bij de Belastingtelefoon. Als vraagbaak voor specialisten. Particulieren krijgt ze nooit aan de lijn.

Samen ontvangen ze maandelijks 2.400 euro netto. Hij 1.800. Zij 600.

Tineke (56) en Frans (59) Alsemgeest. Twee volwassen dochters. Die wonen ook in deze buurt. Ze zijn hier geboren. Net zoals hun moeder. Tineke is voorzitter van het huurderscomité.

Na de mavo kwam ze als jongste bediende bij de Boerenleenbank, tegenwoordig Rabobank. Binnen vier jaar was ze plaatsvervangend kantoorbeheerder. Hoger kon ze niet reiken. De kantoorbeheerder was per definitie een man. Na de bevalling van de eerste zou ze blijven werken. Frans zou huisman worden. Hij zat in die tijd zonder werk. Eén van hen moest er voor de kinderen zijn. Toen Frans opeens die baan bij Deli-HTL kreeg, hebben ze alsnog geruild.

Negen was de jongste. Tineke ging weer aan het werk. Eerst in een sigarenzaak, een buurtwinkel. Later bij de klantenservice van de plaatselijke krant. Totdat het werk daar zo werd uitgekleed dat ze geen service meer kon verlenen. Dat kan ze bij de Belastingtelefoon gelukkig weer wel. Zolang het duurt. Haar contract loopt in oktober af.

Goed werk leveren. Dat dreef ook Frans jaren voort. Misschien gaat hij vrijwilligerswerk doen bij een voetbalclub, administratief. Stilzitten wil hij niet.