Gedwongen samenwerken – het woord fusie is nog taboe

Geen samenwerking, geen geld. Culturele instellingen die van staatssecretaris Zijlstra zouden moeten fuseren, zoeken onder tijdsdruk naar oplossingen.

Mijdt het f-woord. De culturele instellingen die maandag samenwerkingsplannen moesten inleveren bij de Raad voor Cultuur lijken er alles aan doen om het woord fusie maar niet te hoeven gebruiken.

De Rijksakademie en De Ateliers spreken van een krachtenbundeling, het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest van „één orkestvoorziening met twee standplaatsen”, het Letterkundig Museum en Museum Meermanno komen niet verder dan „een intentie om te gaan samenwerken”.

Het toont de angstvalligheid waarmee instellingen die elkaars concurrent waren maar nu moeten samenwerken van staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) toenadering zoeken tot elkaar. In Zijlstra’s bezuinigingsbeleid gaat het niet alleen om de hoogte van de korting. Voor sommige instellingen geldt: geen samenwerking, geen geld.

De tijdsdruk heeft partijen bij elkaar gebracht. Ook instellingen van wie dat pakweg een jaar geleden nog niet verwacht zou zijn. Neem de Rijksakademie en De Ateliers. De twee Amsterdamse instellingen geven nu nog allebei talentvolle kunstenaars atelierruimte en begeleiding om zich te ontwikkelen. Samengaan ligt voor buitenstaanders voor de hand. Maar hun culturen zijn totaal verschillend. De één een meer dan een eeuw oude, voormalige rijksinstelling. De andere door kunstenaars zelf opgericht en bestuurd. Zoals directeur Els van Odijk van de Rijksakademie zegt: „Zij zijn meer een soort familie, wij een grotere organisatie die met de Prix de Rome en een eigen collectie meer taken had.”

Al een jaar geleden is ze gesprekken begonnen met Dominic van den Boogerd, directeur van De Ateliers. Pas in de afgelopen weken kwamen die in een stroomversnelling, nadat een kwartiermaker was aangesteld. Rijksakademie en Ateliers gaan samen één nieuw topinstituut vormen. „We hebben gekozen voor een grote sprong voorwaarts”, zegt Van Odijk. „Dat is beter dan ieder apart door de enorme bezuinigingen weg te kwijnen.” Maar de tijd was te kort om de organisatorische vorm en structuur al te bepalen. „Daarom gebruiken wij het woord fusie niet.”

Het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest zijn veel vager over hun plan. Eerder dit jaar kwamen ze er samen niet uit en werden hun vier afzonderlijke aanvragen afgewezen door de Raad voor Cultuur. Nu hebben ze met kwartiermaker Winnie Sorgdrager wel overeenstemming bereikt. Veel meer dan dat er één orkestvoorziening komt met twee standplaatsen, zeggen ze niet. Of de orkesten aan de eis van de Raad voor Cultuur voldoen dat er één organisatie komt met één directie en één chef-dirigent willen ze niet laten weten. Een gezamenlijk persbericht sluit af met de mededeling dat „tot de uitspraak van de Raad voor Cultuur er verder geen mededelingen worden verstrekt aan de pers”.

Toch is de aankondiging van de orkesten meer dan het Letterkundig Museum en Meermanno openbaar maakten. In juni lieten ze Zijlstra in een brief weten dat ze het niet zouden halen. Nu spreken ze in een korte verklaring niet meer uit dan de intentie om te gaan samenwerken.

Alleen het Architectuurinstituut (NAi), het Premsela Instituut (voor mode en design) en het Virtueel Platform draaien niet meer om het f-woord heen. Zij kregen al ruim een jaar geleden de opdracht van Zijlstra om samen één kennisinstituut voor de creatieve sector te vormen. In mei wees de Raad hun subsidieverzoek in eerste instantie af. Zij moesten een beter beleidsplan opstellen.

„Een fusie is geen sinecure”, schrijven ze in de slotalinea’s van het plan van 68 pagina’s dat ze maandag indienden. „Elke fusie is hard werken”, zegt directeur Gitta Luiten van het Premsela Instituut. „Daarbij maakt het niet uit of het om een grote of kleine organisatie gaat. Heel veel is saai juridisch en bureaucratisch werk. Maar verder moet je goed kijken welke overeenkomsten en verschillen er zitten tussen instituten met heel verschillende achtergronden, culturen, visies en doelstellingen. Ook van de verschillen moet je de goede zien te behouden.”

De drie instituten zien inmiddels de meerwaarde van de fusie. Luiten: „Ze zullen niet meer alleen gericht zijn op wat goed is voor hun discipline en sector. Simpel gezegd kunnen ze meer invloed hebben bij grote maatschappelijke issues.”

Toch ligt ook bij Niadec nog niet alles vast. Niadec stelt namelijk binnenkort een nieuwe directeur aan. Luiten: „Die moet ook de kans hebben zijn eigen visie te ontwikkelen.”