Geduld met Grieken bijna op

Griekenland loopt achter met beloofde hervormingen en saneringen. Maar de nieuwe regering krijgt van zijn europartners waar- schijnlijk nog tot half september respijt.

Werknemers van de Griekse spoorbedrijf ISAP staakten gisteren vier uur uit protest tegen de hervorming van het Griekse pensioenbestel. Foto AFP

Eurolanden geven Griekenland tot september om achterstallige hervormingen en bezuinigingen door te voeren. Daarna valt onherroepelijk de beslissing: blijft het land in de eurozone of niet?

De kans dat het nee wordt, is tamelijk groot. Welingelichte bronnen vertellen deze krant dat er „zeven of acht eurolanden” zijn die Griekenland eruit willen zetten als het land zijn beloftes niet nakomt.

Nederland en Finland stellen zich het hardst op. Ook in Duitsland, Estland, Oostenrijk, Luxemburg en Slowakije gaan stemmen op om Griekenland niet opnieuw het voordeel van de twijfel te geven. Deze sentimenten leven het sterkst op nationale ministeries van Financiën. Centrale banken zijn minder radicaal, ook in Nederland, uit bezorgdheid over bredere geopolitieke consequenties van een ‘grexit’.

Athene tekende begin maart een tweede contract met overige eurolanden, IMF en de Europese Centrale Bank, waarbij het 130 miljard euro aan leningen kreeg toegezegd in ruil voor bezuinigingen en hervormingen. In 2010 kreeg het land al 109 miljard aan leningen.

Door de verkiezingen van vorige maand is Griekenland ernstig achterop geraakt. „Het programma is compleet van de rails”, zegt een Europese functionaris. „Bezuinigingen, privatiseringen, het is hopeloos. Hoe kunnen wij leningen blijven sturen?”

Dé vraag is of de nieuwe Griekse regering de achterstand voor september kan inhalen. Griekenland wilde eerst uitstel vragen. In juni suggereerden Europese functionarissen en diplomaten dat daar een mouw aan te passen was. „In verkiezingstijd kun je geen wetten maken of privatiseren”, klonk het toen.

Maar dit soort begrip hoor je steeds minder. De opluchting over het feit dat Griekenland er binnen de eurozone het beste van wilde maken, is verdampt. Het geduld van andere eurolanden, IMF en ECB raakt op.

Als Griekenland uitstel vraagt voor hervormingen en bezuinigingen, moeten de leningen langer doorlopen. Dus moeten er meer financiële garanties komen. Garanties zijn geen cash. Toch heeft een aantal eurolanden, waaronder Nederland, er geen zin meer in.

„Feit is dat de Griekse regering het programma niet, zoals afgesproken, heeft uitgevoerd”, zei eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker begin deze week in het Duitse weekblad Der Spiegel op de vraag of het land in de eurozone blijft. ECB-directielid Jörg Asmussen zei onlangs dat Athene „geen kostbare tijd moet verliezen met het omzeilen of versoepelen van het programma”.

Een definitief besluit valt niet vóór half september. Politici lopen op hun tandvlees na een uitputtend jaar. Iedereen wil even vakantie. Vrijdagmiddag hechten euroministers via een videovergadering de overeenkomst af die ze met Spanje hebben gesloten. Griekenland, verzekeren betrokkenen, komt dan niet ter sprake. Volgende week gaat de trojka naar Athene om te kijken hoe groot het probleem is en welke oplossingen er nog zijn. Dit duurt weken.

Op 20 augustus verschijnt de eerste Griekse ‘blip’ aan de horizon: het land moet 3,5 miljard afbetalen aan de ECB en centrale banken in eurolanden. Griekenland heeft geen geld. Niet terugbetalen is geen optie. Eurolanden proberen daar nu „iets op te vinden, zodat er geen probleem is tot september”. Hoewel dit met unanimiteit moet, hopen velen dat er een oplossing wordt gevonden.

Op 14 en 15 september gaan de handschoenen uit. Dan vindt de eerste ministersvergadering na de zomer plaats, in Nicosia. Dit is pal ná de Nederlandse verkiezingen en de uitspraak van het Duitse Constitutionele Hof over het noodfonds ESM, op 12 september. Van deze twee gebeurtenissen noemt iedereen zonder aarzelen de Nederlandse verkiezingen als de meest zorgelijke.

„Nederland is overal tegen”, zegt de één. „We kunnen het nu zelfs niet over leningen voor Cyprus hebben. Nederland neemt de eurozone in gijzeling.” Een ander vergelijkt de Nederlandse situatie met „de Weimarrepubliek: politieke extremen links en rechts verpletteren het midden”. Het feit dat er vóór 12 september geen besluit mogelijk is, biedt de Griekse minister van Financiën Yannis Stournaras wel nog één kans om alles uit de kast te halen.

Stournaras moet 11,7 miljard euro vinden. Velen denken dat hij de boodschap begrepen heeft. Hij praat over Griekse „plichten” en niet meer over uitstel. Maar de socialistische Pasok dreigt alweer uit de regering te stappen. „Veel Griekse politici denken nog steeds: ze zetten ons er toch niet uit”, zegt een betrokkene. „Ik ben daar niet zeker meer van.”

Griekenland kan er formeel niet uitgezet worden. Maar als eurolanden geen geld meer geven, komen Griekse banken snel bij de ECB om leningen vragen met waardeloos onderpand. De ECB moet dan beslissen of zij dat accepteert of niet.

Het is ondenkbaar dat niet gekozen functionarissen in Frankfurt dit op eigen houtje beslissen. Het is té politiek. Sommigen denken dat dit het begin van het einde wordt voor de eurozone, vanwege de symboliek of acute besmetting van andere landen. Anderen zeggen dat het meevalt. Maar allen beamen dat „het duurder is de Grieken eruit te zetten dan ze erin te houden”.

Het lot van Griekenland zal op een top van regeringsleiders bezegeld moeten worden. Dit najaar nog, tenzij er wonderen gebeuren.