Fries Museum wil ook 's avonds reuring

Architect Abe Bonnema zette met een legaat van 18 miljoen Leeuwarden voor het blok: voor nieuwbouw van het Fries Museum moest de gemeente hetzelfde bedrag bijleggen.

Elf jaar nadat de Friese architect Abe Bonnema een legaat van 18 miljoen euro had nagelaten voor een nieuw gebouw voor het Fries Museum, is dat gebouw opgeleverd. Het is een ontwerp van de Brabantse architect Hubert-Jan Henket, die zonder dat hij het zelf wist door Bonnema in zijn legaat als de ontwerper van het nieuwe museum werd aangewezen, in samenwerking met Bonnema’s eigen bureau. Voor het publiek gaat het museum aan het plein het Zaailand in Leeuwarden volgend jaar open.

De bouw heeft niet voor niets zo lang geduurd: bij de gemeente lag het plan zeer gevoelig. Weliswaar werd het bestaande gebouw van het museum, een achttiende-eeuws woonhuis dat telkens weer is uitgebreid, lastig in het gebruik gevonden, maar Bonnema zette de gemeente met zijn legaat voor het blok. Bovendien waren zijn 18 miljoen weliswaar het grootste bedrag dat een Nederlands museum ooit van een particulier heeft gekregen, het was niet genoeg voor het hele gebouw: uiteindelijk heeft de provincie nog eens 18 miljoen gefourneerd. De inrichting zal naar verwachting 2,7 miljoen kosten.

Het gebouw is een strakke doos onder een heel brede luifel. De begane grond is de ‘stadshal’ die vooral een openbare functie heeft, als passage tussen twee kanten van het winkelgebied met grand café en museumwinkel. Op de tussenverdieping komt het Filmhuis met drie zalen en het Verzetsmuseum. Daarboven heeft het museum een klassieke, bijna 19de-eeuwse indeling, met drie grote, rustige, witte zalen boven elkaar, alle met getemperd daglicht van boven. Het doet meer aan het Gemeentemuseum Den Haag en Boijmans denken dan aan de Kunsthal in Rotterdam. „Geen grappen en grollen met scheve wanden”, zegt directeur Saskia Bak. De oppervlakte is hetzelfde als in het oude museum, zegt ze, maar veel handiger in het gebruik.

De ‘stadshal’ is helemaal van glas en de genereuze houten trappen lopen langs grote glazen gevels. „Ik noem het een stedelijke vitrine”, zegt architect Henket. „Er moet ook ’s avonds reuring zijn, daarom zijn we blij met het café en het Filmhuis. Het is een overdekte openbare ruimte onder een brede luifel, waarbij het licht en de grote trappen het uitnodigend maken om naar boven te gaan.” Helemaal boven komen maquettes van vijf gebouwen van gulle gever Bonnema, onder andere zijn wolkenkrabber voor Nationale-Nederlanden/ING aan het Weena in Rotterdam. De kolommen onder de grote luifel van het museum verwijzen naar de zuilen van het gerechtshof.

Bonnema maakte er geen geheim van het Zaailand „het lelijkste plein ter wereld” te vinden. Tegelijk met de bouw van het museum is het plein nu opnieuw ingericht en is er een nieuw blok winkels en woningen gebouwd, een neotraditioneel ontwerp van Soeters en Van Eldonk. Het vormt een groot contrast met het ingetogen modernisme van Henkets museum en met het strenge neoklassieke gerechtshof aan het andere uiteinde van het plein.

Een stilistische eenheid is het Zaailand daarmee niet geworden, maar overzichtelijker en gezelliger is het in ieder geval wel.