Er gaat niks boven 80 uur werken

Slapeloosheid. Paranoia. Dat krijg je als je altijd stijf staat van de adrenaline. Toch vinden sommige mensen niets leuker dan heel veel werken.

Een afspraak maken met Jeroen Latour (52, partner Blenheim advocaten) is lastig, al is hij ‘24/7’ bereikbaar zoals hij op een maandagavond om 23.33 uur mailt. Drie keer verzet hij het interview vanwege „zaken in mijn agenda waarover ik geen controle heb”. Fotograaf Reinier van der Aart (37), ook wel bekend als RVDA, is meer een ochtendmens. „Meestal sta ik om vier uur naast mijn bed, op heel drukke dagen om twee uur.”

Waarom werken mensen als Latour en Van der Aart zo hard, wat moeten ze ervoor laten en wat levert het ze op?

„Standaard 80 uur, zeven dagen per week”, zo ziet de werkweek van Reinier van der Aart eruit. Hij fotografeert „alles wat voorbijkomt”. Variërend van kunstenaar Damien Hirst en ontwerper Jan Taminiau, tot een Senseoapparaat of feestgangers op een Bacardi-evenement. „En ook die feestfoto’s benader ik allemaal als portret. Ogen oplichten, zweetplekjes weghalen, achtergrond donker maken. Nee, dat is niet normaal. Dat is waar ik om bekend sta. Dat is wat mensen mooi vinden aan mijn werk.”

Om tien over vier zit Van der Aart achter zijn computer, nog in pyjama. „Het voordeel van werken om vier uur ’s nachts is dat je weinig andere dingen kunt doen. Je kunt geen mensen bellen. Dus ik verzet dan meteen heel veel werk.” Dat houdt hij gemiddeld vol tot een uur of twaalf ’s nachts. „Er zijn dagen dat ik dan nog steeds in mijn pyjama zit.” Zondag is zijn ‘vrije dag’. „Dan werk ik ook nog zes tot acht uur. Maar tussendoor gaan we op babybezoek en komen er eters. Dus zondag is gewoon een heerlijke vrije dag.”

Hoe lang gaat zo’n tempo goed? Er bestaat geen regel voor wat ‘te’ hard werken is, zegt organisatieadviseur Marc Schabracq, verbonden aan de vakgroep arbeidspsychologie van de Universiteit van Amsterdam. Als hij een richtlijn moet noemen voor de ideale verdeling werk/privé, verwijst hij naar de 36-urige werkweek. „Maar wat een werknemer aankan, verschilt per persoon. Voor de een is tachtig uur in de week niet veel, de ander werkt het liefst helemaal niet.” Een werknemer die niet meer aanspreekbaar is, werkt te hard, zegt Schabracq. „Die zit vast in dezelfde rituelen en vergeet te delegeren. Probleem is dat de adrenaline die in het bloed zit, het gevoel van stress, ook een zeker gewenning geeft.”

„Het is gewoon verslavend”, zegt advocaat Jeroen Latour. „Ik ben vergroeid geraakt met mijn apparaatjes. Ik krijg de hele tijd mail binnen. Als ik een film kijk, pak ik na een kwartier mijn iPad. Met drie van de vier partners kan ik dag en nacht mailen.” Latour ‘schrijft’ standaard zestig uur per week en gaat daarnaast drie tot vier keer uit eten met zakelijke relaties. „Het werk gaat altijd door. Ook in het weekend. Er komen mensen langs met een fles wijn. Dan gaat het toch al snel weer over zaken. Werk of privé, de grens is soms dun. Klinkt dat heel oppervlakkig?”

Latour geeft zijn leven een tien. „Ik zou niet weten wat ik zou moeten verbeteren. Wat moet je anders op een vrije zaterdag? Grasmaaien doe ik niet, want ik heb kunstgras. Fitness doe ik doordeweeks. Drie keer in de week, een half uur op de crosstrainer. Verschrikkelijk, een soort fysiek corvee. En als de kinderen niet gaan sporten, zit ik toch vrij snel weer te werken in het weekend. Ik heb daar helemaal geen moeite mee. Ik vind het moeilijker om tijdens een vakantie niets te doen.”

Ook Roderik Verkaik (27), corporate finance adviseur bij Boer & Croon, vindt minimaal zestig uur per week bedrijven adviseren „goed te doen”. Gemiddeld drie avonden in de week eet hij op kantoor. Alleen op donderdag heeft hij hockey, maar ook dat is niet heilig. Verkaik vindt het prima, zolang hij maar een weekenddag vrijhoudt. „Ik weet ook niet goed wat ik zou moeten doen als ik om vijf uur thuiskom. Tv kijken?”

Van der Aart zou wel „veel meer willen sporten”. „Of op safari, ik wil mijn hele leven al olifanten zien. Maar ik voel dat ik nu eerst een ontwikkeling moet doormaken in mijn vak. Ik ben gierend onzeker, een echte vis. Als een opdrachtgever binnen het uur terugbelt nadat ik foto’s heb gestuurd, neem ik nooit op. Ik ben als de dood dat het niet goed is.”

Toch is voldoende vrije tijd belangrijk om het adrenalineniveau in je bloed weer omlaag te brengen, zegt Marc Schabracq. Anders dreigt slapeloosheid, oververmoeidheid, irritatie en paranoia. Uiteindelijk ligt algehele instorting op de loer. „Je weerstand vermindert, je kunt ineens een longontsteking krijgen. Zelfs kanker, hart- en vaatziekten. Mensen gaan houterig lopen, letten ook niet meer op. Iemand kan zo de straat oversteken en tegen een auto aanlopen. Dat ziet eruit als zelfmoord, maar dat is het allerminst. Het gezegde dat je van hard werken niet doodgaat, is gewoon niet waar.”

Als Van der Aart om zes uur ’s ochtends thuiskomt na een nacht fotograferen op het Bacardi- evenement, valt twee uur later opstaan hem zwaar. Hoe lost hij dat op? „Niet.” Gekscherend: „Met rimpels en grijze haren.” Bijslapen doet hij vrijwel nooit. „Ik kan na het afronden van een klus wel heel goed twee uur buiten op het terras gaan zitten met een boek. Dan laat ik alles helemaal los.”

Dat is het geheim achter zijn strikte arbeidsethos, denkt Van der Aart. „Veel mensen zijn vooraf en achteraf te druk bezig met het werk in hun hoofd. Zij maken zich druk hoe ze al die afspraken combineren op een dag. Ik ben alleen bezig met het moment.” En Van der Aart heeft goede genen: „Mijn broer en zus werken ook allebei keihard, mijn vader was vroeger commissionair bloembollen. Die stond in de zomer om zes uur op en ging om één uur naar bed.”

Jeroen Latour denkt dat er sprake is van een generatiekloof. „De jonkies op de afdeling, dat is een totaal andere generatie. Zij hebben zo’n totaal ander ambitieniveau. Dat zijn mensen die na zessen geen advocaat meer zijn. Ze zien er dan ook niet meer zo uit. Om zes uur gaan de gympen al aan op kantoor. Ik begrijp dat niet. Wij droegen vroeger dag en nacht gaatjesschoenen. Jongeren trekken veel meer een scheiding tussen werk en privé. Ze spreken het ook zo uit. Ze gaan ‘chillen op de bank’ en allemaal ‘leuke dingen doen’.”

Zelf vindt Latour niks leuker dan werk. „Een beetje stoeien met regeltjes. Ik weet het graag beter.”

Toch vindt ook ‘jonkie’ Roderik Verkaik zijn werk vooral ‘leuk’. „Je werkt heel zelfstandig. En de kick van een deal is echt iets unieks. Dat houdt je op de been.” En hij heeft leuke collega’s. „Iedereen heeft een beetje praatjes. Je bent een team, maar je probeert elkaar ook af te bluffen. Mannetjesgedrag. Dat is gewoon mooi.”

Aan het harde werken houdt hij een salaris richting de 6.000 euro per maand over. Latour verdient „ruim boven de Balkenendenorm”, Van der Aart verdient „net zoveel als oud-studiegenoten die nu medisch specialist zijn”. Toch is geld voor geen van drieën de prikkel voor hun harde werk. Van der Aart: „Dan was ik wel in het ziekenhuis gebleven. Ik studeerde ooit geneeskunde, kon beginnen aan een opleiding voor orthopeed. Maar ik wilde een leuker leven. Kijk, je moet je voorstellen, morgen fotografeer ik een polo-evenement. Dan sta ik met een glaasje champagne in een mooie omgeving foto’s te maken. ’s Nachts maak ik daar dan mooie foto’s van. Ik zit geen vergaderstukken na te kijken om vier uur ’s ochtends.”