Eigen baas in Cuba

Een vleugje kapitalisme in Cuba: inwoners mogen een eigen bedrijf beginnen. Taxi rijden of een kapperszaak openen is toegestaan, onder strenge voorwaarden.

Redacteur Noord- en Zuid-Amerika

Een broodje ham. Een broodje ei. Een broodje boter. De keuze is karig op het menubord van La Sonrisa. Zo ook het inkomen van de eigenaar, Ivan Hernández, die zijn staatsbaan opgaf en in januari zijn eetstalletje begon in Vedado, een rustige woonwijk in Havana.

Hij maakt gebruik van de kans die president Raúl Castro biedt om een eigen bedrijfje te beginnen. Maar vrij ondernemen binnen een socialistisch systeem is lastig. „Na het betalen van mijn mensen blijft er een klein beetje winst over”, zegt de 39-jarige Hernández, die de vissers uit het haventje om de hoek kleine kopjes koffie schenkt voor 1 Cubaanse peso (3 eurocent) en hen bijpraat over de buurt. „De concurrentie is groot. Al is er ook veel kameraadschap.”

De afgelopen drie maanden is de Calle 24, een tot voor kort slaperige straat met vervallen villa’s, veranderd een economisch experiment met langs beide stoepen hoopvolle, worstelende en improviserende ondernemers. In de straat van een kilometer zitten nu negen eetcafeetjes en restaurants. Nog geen jaar geleden waren dat er twee.

Castro gaf in het najaar van 2010 een lijst van 178 beroepen vrij, maar omdat het een tijd duurt om alle vergunningen te regelen en een startkapitaal bij elkaar te sparen, zijn de resultaten pas sinds een paar maanden goed merkbaar in de straten van Havana. Verdwenen zijn de lange rijen voor de bussen nu Cubanen hun oldtimers mogen gebruiken als collectieve taxi’s. Er zijn private kappers, bouwvakkers, ziekenverzorgers en timmerlieden. Straatverkopers venten pinda’s en popcorn.

Het openen van de private sector – parallel aan het ontslag van honderdduizenden ambtenaren – wordt wel vergeleken met de Chinese transitie naar het kapitalisme, maar dat is onjuist, zegt Joaquín Infante, vicevoorzitter van de Nationale Vereniging van Cubaanse Economen. „Cuba kijkt naar de ervaringen van anderen, maar dat passen we aan aan ons eigen land”, zegt Infante, die betrokken is bij de invoeringen van de hervormingsagenda van Raúl Castro, de zogeheten ‘Richtlijnen’. „We willen geen concentratie van rijkdom; geen miljonairs zoals in China. Een zelfstandige mag één bedrijf hebben, niet twee of drie. ”

Het aanmoedigen van zelfredzaamheid is geen knieval voor de vrije markt, maar een kwestie van gezond verstand. Op 11,2 miljoen inwoners telt Cuba 5 miljoen overheidsfunctionarissen, een duizelingwekkend en onhoudbaar aantal. Het regime heeft zich tot doel gesteld om binnen vijf jaar 1,5 miljoen banen in de publieke sector op te heffen. Maar Infante ontkent stellig dat Cuba afscheid neemt van het socialisme. De veranderingen onder Raúl Castro, die zijn broer Fidel in 2006 verving en later opvolgde, moeten het systeem juist versterken. „De staat blijft verantwoordelijk voor essentiële sectoren. Maar Karl Marx heeft nooit gezegd dat haren knippen een taak van de overheid is.”

De regels voor de ondernemers van Calle 24 laten zien dat de nieuwe vrijheid met strenge beperkingen komt. Adverteren is verboden, grote logo’s op de gevel ook. Restaurants mogen niet meer dan vijftig stoelen hebben. Inspecteurs vragen de ondernemers om bonnetjes om te controleren of ze geen inkopen doen op de zwarte markt. En waar mogelijk probeert de overheid te verdienen aan de nieuwe bedrijvigheid, bijvoorbeeld door belasting te heffen.

De restricties zijn niet de grootste zorg voor Cubanen, opgegroeid in een byzantijnse wereld. De meest gehoorde klacht is de schaarste aan betaalbare basisproducten. „Er bestaan geen groothandels. Onze ingrediënten kopen we in de supermarkt”, vertelt medewerkster Yaritza Nuñez (25) van Italianito, een eetcafeetje schuin tegenover La Sonrisa, dat zich onderscheidt van de rest met een broodje met twee plakken ham.

Het probleem wordt verergerd door de dubbele munteenheid. Alles wat het eiland importeert – en dat is veel – wordt berekend in ‘wisselbare pesos’, een harde munt die gekoppeld is aan de Amerikaanse dollar. Zoals het grillijzer waarmee Nuñez haar broodjes hamburger verwarmt.

Maar net als alle zaakjes in Calle 24 verkoopt Italianito in Cubaanse pesos, de nagenoeg waardeloze munt waarin salarissen en pensioenen worden betaald.

Cuba heeft door de dubbele munteenheid twee parallelle economieën. Eén waar alles net zo duur is als in Europa en één op het niveau van een ontwikkelingsland. Veel ondernemers maken onkosten in de dure economie, terwijl ze hun producten en diensten afzetten in de goedkope economie. „Mijn baas wordt hier niet rijk van”, zegt Nuñez.

Sceptici zeggen dat de ruimte voor bedrijfjes en andere hervormingen onder Raúl Castro de bevolking net genoeg vrijheid geeft om de grootste ontevredenheid weg te nemen, zonder dat het Cubaanse socialisme in gevaar komt. Veranderen om te behouden is de strategie, bevestigen overheidsfunctionarissen in Havana.

Er zijn intussen 400.000 cuentapropistas, zoals de zelfstandigen worden genoemd – ‘zij die voor eigen rekening werken’ – en dat aantal zal stijgen. Maar het plan om 1 miljoen Cubaanse staatsbanen te schrappen, is vertraagd. De private sector is nog niet sterk genoeg om zoveel mensen op te nemen.

Het is niet voor het eerst dat Cuba zo’n experiment uitvoert. Calle 24 heeft twee fietsenmakers die beiden in 1994 begonnen, het jaar dat Fidel Castro zich gedwongen zag hervormingen door te voeren na het wegvallen van de Sovjet-Unie. Maar zodra de ergste nood voorbij was, werden er geen nieuwe vergunningen meer verstrekt. Veel bedrijfjes stopten weer. Ze konden niet concurreren tegen de staat.

De overheid probeert dit keer een beter klimaat te scheppen voor ondernemers, zegt Idalmys Álvarez, een hoge ambtenaar op het ministerie van werk en sociale zaken. Aanvragen worden snel verwerkt en er zijn informatiepunten voor nieuwe ondernemers. „We willen zorgen dat iedere persoon het werkt doet waarvoor hij het meest nodig is.”

Manuel Monteagudo, een bewoner van Calle 24, komt net thuis van zijn werk als cuentapropista en drinkt koffie bij een stalletje voor zijn deur. Een jaar geleden was hij nog in dienst bij een transportbedrijf van de staat, nu maakt hij wc’s schoon bij een benzinestation – nummer 29 op de lijst van vrijgegeven beroepen. „Ik krijg alleen fooien. Daarmee verdien ik meer dan vroeger.”

Fotograaf Niurka Rivero bekijkt de veranderingen in haar straat met argwaan. Zij en haar man behoren tot de weinige overgebleven ondernemers van 1994 en de regels zijn zo mogelijk nog strenger geworden dan toen, zegt ze. Ze willen een groter bord ophangen voor hun huis, iets wat speciaal moet worden aangevraagd. „Ik heb de maten opgeven. Dat gaat weer meer kosten.”

De concurrentie is groot. Rivero kan drie restaurantjes opnoemen in de straat die vlak na opening alweer failliet zijn gegaan. Ook voor fotografen is het moeilijk. „De zaken gaan slecht. Vroeger had bijna niemand de chemicaliën om foto’s te ontwikkelen, maar met een digitale camera kan iedereen het.”

Ze is de muren aan het schilderen van een studio voor fotoreportages. Ze mikt op bruidsparen en meisjes die vijftien worden, traditioneel een groot feest. Familieleden in de Verenigde Staten hebben jurken opgestuurd waarin de quinceañeras kunnen poseren. „We kunnen niet achterblijven”, zegt de 44-jarige Rivero. „In een kelder verderop is net weer een fotograaf begonnen.”

Welke beroepen mogen Cubanen nu zoal uitoefenen? Ambulante sapverkoper, bandenreparateur, automonteur, blikslager, boekbinder, boekhouder, borstelmaker, brillenmaker, clown, dakdekker, decorateur, dierenkapper, dierentrainer, , draaibankwerker, feestorganisator, glazenzetter, goochelaar, hekkenmaker, hoefsmid, houtzager, huismeester, huisschilder, instrumentenbouwer, juwelenmaker, kapper, kinderoppas, kleermaker, kolenboer, koperpoetser, kostuumverhuurder, kruier, loodgieter, maker van gipsen figuren, manicure, masseur, matrassenmaker, metselaar, molenaar, muziekleraar, naaister, pakezeldrijver, palmbomenverzorger, parkeerwachter, ‘plastificeerder’, reparateur van ijskasten en andere elektrische apparaten, reparateur van lattenbodems, restauranthouder (tot 20 tafels), rietvlechter, rij-instructeur, schilder van winkelborden, schoenmaker, schoenpoetser, schoenverkoper, slotenmaker, sportinstructeur (behalve vechtsporten), steenhouwer, stoffeerder, tv-installateur, typist, uitbater van door dieren getrokken bolderkarren, wasvrouw, waterverkoper, wegenbouwer, wijnhandelaar, zadelmaker.