Dienstplicht

Afgelopen week viel er bij mijn broer een brief van de Turkse ambassade op de deurmat. Het was een oproep om zijn openstaande dienstplicht in het Turkse leger te vervullen. Dat verbaasde hem. Niet omdat hij was vergeten dat hij nog maar vier jaar had om die hele kwestie af te handelen (iedere Turkse man moet voor zijn 39ste levensjaar het leger in), maar omdat mijn broer al drie jaar lang beroepsmilitair is geweest. In de jaren 1999-2002 werkte hij bij de koninklijke landmacht. Eerst bij de luchtmobiele brigade en daarna bij de genie. Hij weet dus veel meer van het militaire apparaat dan de gemiddelde dienstplichtige na zijn opleiding.

Maar dat maakt geen indruk op Turkije. Hij moet, hoe vreemd dit ook klinkt, straks een ander uniform dan dat van de Hollandse krijgsmacht gaan dragen. „Lach maar”, zegt mijn broer over de telefoon. „Jij gaat dit ook nog meemaken en dan lach ik!” Daar wil ik nog even niet aan denken. Ik ben tegen oorlog en leger, behalve bij Risk en computerspelletjes. Maar het leger hoort bij de Turkse man. De Turkse man wordt geboren, gaat naar school, leert een vak, gaat het leger in, trouwt, krijgt kinderen. Als een van die kinderen een zoon is, herhaalt deze cyclus zich. Er zijn in Nederland 30.000 mannen die, net als mijn broer en ik, nog in Turkije het leger in moeten.

Je kan daar overigens onderuit komen, op drie manieren: je kunt het afkopen (sinds kort voor het bescheiden bedrag van 10.000 euro, waarmee je wel de oorlogsmachine spekt), je kunt deserteren of je paspoort inleveren. Alle drie geen kattenpis.

Als je je paspoort afstaat, krijg je er een blauwe kaart voor terug, leer ik van mijn broer. Daardoor behoud je veel van de rechten die je met het paspoort ook zou hebben, maar je verliest zowel je actieve als passieve stemrecht.

„Dus je kunt nooit president van Turkije worden?” vraag ik hem. Hij lacht: „Nee, niet als ik die kaart neem.”

Ik stel voor: mijn broer en ik proberen er niet onderuit te komen. Gaan vijftien maanden het leger in. Beginnen een carrière in de Turkse politiek, worden verkozen tot president (mijn broer, natuurlijk) en ik zijn minister-president. Vervolgens brengen president Kirmiziyüz en zijn Eerste Minister verzoening in het Midden-Oosten. Treden ze met Turkije toe tot de EU. En schaffen ze ten slotte die hele dienstplicht rigoureus af.