CPB is te rechts, nee te links

Het oordeel van het Centraal Planbureau is voor de politieke partijen van groot belang. Maar kun je met de grote onzekerheden in de economie wel zinvolle voorspellingen doen? Drie economen beoordelen de rekenmeester.

Aan kritiek zijn de 85 economen en econometristen van het Centraal Planbureau (CPB) wel gewend. Het CPB is te links. Het CPB is te rechts. Het CPB kan niet voorspellen. Het CPB doet omstreden politieke aannames. Het CPB laat zich beïnvloeden door het kabinet.

Kritiek hoort erbij. De analyses, voorspellingen en adviezen van het CPB gáán namelijk ergens over, en er hangt voor regeringen en politieke partijen veel vanaf. Wat is het effect van het beleid van regeringen en partijen op de economie, bijvoorbeeld op de groei en werkgelegenheid? Die vraag beantwoordt het CPB, en een negatief oordeel valt moeilijk te negeren.

Komen de analyses politieke partijen goed uit, dan is het CPB gezaghebbend en een instituut om mee te schermen. „Wij zijn volgens het CPB de banenkampioen!” (Mark Rutte in 2010). Komen de analyses slecht uit, dan deugt er al snel iets niet aan het CPB of aan zijn rekenmethodes. „Het CPB heeft een rode bril op.” (Geert Wilders in 2010)

Hoe goed zijn die methodes eigenlijk? Welke zwaktes kennen de economische modellen die het CPB gebruikt om zijn voorspellingen te doen? Drie gezaghebbende economen op het gebied van overheidsfinanciën en economisch beleid – Marcel Canoy, Bas Jacobs en Sweder van Wijnbergen – hebben daar wel wat kritisch’ over te zeggen.

Maar eerst even de kritiek die nergens op slaat.

Eén: het Centraal Planbureau kan niet voorspellen. „Het is een misvatting dat een voorspelling die niet uitkomt per se een slechte voorspelling is”, zegt Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. In 2010 zat hij in de visitatiecommissie die het CPB wetenschappelijk doorlichtte. „Er is serieuze onzekerheid in de wereld, zeker nu. Een voorspelling is de beste inschatting die je kan maken.” Het CPB is bovendien de eerste om op die onzekerheden te wijzen.

Twee: het Centraal Planbureau is niet neutraal, maar hanteert een bepaald wereldbeeld. Onzin, zeggen Canoy, Jacobs en Van Wijnbergen. Ja, natuurlijk moet het CPB zijn modellen baseren op bepaalde veronderstellingen, maar die zijn niet links of rechts. „Het zit diep in de genen van het CPB om te proberen neutraal naar de wereld te kijken”, zegt Marcel Canoy, hoogleraar en hoofdeconoom van adviesbureau Ecorys en voorheen 10 jaar werkzaam bij het CPB. „Ik heb nooit enige ideologische vooringenomenheid kunnen bespeuren”, zegt Bas Jacobs, nu hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en voorheen 5 jaar werkzaam bij het CPB.

Daarmee is niet gezegd dat de modellen van het CPB perfect zijn. Zowel linkse als rechtse partijen dienen maatregelen in waarvan het CPB de economische effecten niet kan berekenen. Simpelweg omdat in de wetenschap niet hard genoeg vaststaat wat de effecten zijn. Canoy: „Neem bezuinigingen op wat ik ‘internationale solidariteit’ noem, op defensie en op ontwikkelingssamenwerking. Partijen die hier extreem hard op bezuinigen, komen goed uit de bus want het CPB kent daar geen economische schade aan toe. Hetzelfde geldt voor het plan van Wilders om uit de EU te stappen. Daar kan het CPB niks mee, terwijl duidelijk is dat het economisch schadelijk is.” Jacobs noemt de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s daarom een „kromme meetlat”. „Zo is het voor sommige partijen nadelig dat onderwijsuitgaven geen economisch rendement kennen in de doorrekening.”

Deze onvolkomenheden zijn onvermijdelijk: modellen zijn niet perfect. Erger is het dat de modellen oud zijn, en dat onduidelijk is hoe ze precies werken. Ze blijven een blackbox, hoe transparant het CPB er ook over communiceert. Jacobs: „Ik weet vaak niet welke invloed een kleine aanpassing van een belangrijke veronderstelling heeft op de uitkomsten.” Jacobs zou willen dat het CPB meer de discussie met wetenschappers zoekt.

Van Wijnbergen vindt de modellen van het CPB bovendien „archaïsch”, ouderwets. Dat wringt des te meer omdat economische modellen sinds de crisis onder vuur liggen. Zo ontbreekt de financiële sector in de modellen die de economie beschrijven. Dat is vreemd, gezien de grote rol van de financiële sector in westerse economieën. Dat ligt niet aan het CPB, de economische wetenschap is gewoon nog niet zover. Jacobs: „Ook bij De Nederlandsche Bank, de OESO en het IMF zit de financiële sector niet of nauwelijks in de modellen.”

Juist daarom was het onverstandig van CPB-baas Coen Teulings om zich te mengen in het politieke debat over wel of niet bezuinigingen de komende jaren, vindt Van Wijnbergen. Teulings pleit tegen al te harde, snelle bezuinigingen, in februari zelfs via een ingezonden stuk in The Financial Times. „Hij deed dat op basis van ouderwetse argumenten. Hij negeert de interactie met de kapitaalmarkten totaal. Nederland is een klein land. Overheidsuitgaven lekken weg naar het buitenland en het vertrouwen van de financiële markten kan snel verdwijnen. Het CPB weet veel te weinig van finance om daar iets over te kunnen zeggen.” Bovendien, zegt Van Wijnbergen, kan je geen arbiter meer zijn als je deel van de discussie bent geworden.

Canoy en Van Wijnbergen hebben niet alleen kritiek op de modellen maar ook op het effect dat de doorrekening van verkiezingsprogramma’s heeft op politici. Politici kunnen dankzij het CPB geen sprookjes verkopen, dat is fantastisch. Maar: „Zodra politieke partijen straks weer roepen dat zij 60.000 banen creëren, moet je je vingers in je oren stoppen”, zegt Canoy. „Die uitkomsten zijn nauwelijks relevant.” Daarvoor is de onzekerheid te groot. Van Wijnbergen: „Die marge is plus of min 300.000 banen. Dus wat betekent 60.000 banen dan nog?”

Van Wijnbergen is sowieso tegen het doorrekenen van verkiezingsprogramma’s. Het doodt alle visie, vindt hij. Politici dienen groslijsten in met honderden ingrepen omdat ze weten daarmee te kunnen scoren bij de doorrekening. „Dan krijg je de raarste dingen, zoals het verhogen van de BTW op sierteelt. Bedenk drie grote ingrepen en laat die doorrekenen.”

Het CPB reageert zoals gebruikelijk rustig op de kritiek. Er wordt gewerkt aan nieuwe modellen. En als Jacobs of een andere econoom vragen heeft, kunnen ze altijd bellen. De dialoog met wetenschappers zoekt het CPB wel degelijk, via seminars, congressen en visitatiecommissies, zegt de woordvoerder.