Alert blijven, straks komt de koperdief

Nacht na nacht observeert brigadier Jeroen baanvakken vanuit zijn onopvallende auto. Hij leidt een team van eliteagenten dat koperdieven op het spoor moet betrappen. „Geluk speelt een hoofdrol.”

Koperdiefstal op het spoor kwam in het eerste kwartaal van dit jaar 115 keer voor. Foto Hollandse Hoogte

Zijn rug is licht gekromd als hij een bruine boterham uit een plastic zakje haalt. Het plastic ritselt nauwelijks. Hij neemt een hap. Het is 03.43 uur. Een baanvak van het spoor, in de buurt van het Brabantse Helmond. Jeroen – zijn achternaam blijft om veiligheidsredenen geheim – is coördinator van de Unit Probleemgerichte Inzet (UPI), een gespecialiseerd team van de spoorwegpolitie. Hij staat in de schaduw van een grote heg, zijn personenauto onopvallend naast het spoor. Verderop ligt collega Daniël in donkere kleding het baanvak te observeren met een warmtekijker. Aan de andere kant van het spoor sluit agent Vahit de enige vluchtweg af.

De locatie in het mistige bos is niet toevallig gekozen. Hier, op dit baanvak van tweehonderd meter, zijn al vijf keer koperen leidingen gestolen. Het is een van de bij de politie bekende ‘hotspots’, waar een nieuwe diefstal wordt verwacht.

Koperdiefstal is een groot probleem op de Nederlandse spoorwegen. Dat komt door de lage pakkans en de hoge koperprijs – een ijzerboer geeft er zo’n 3 euro per kilo voor. Uit cijfers van ProRail blijkt dat er in de eerste drie maanden van dit jaar 115 keer koper op en rond het spoor werd gestolen, wat leidde tot 8.500 minuten vertraging – omgerekend bijna 142 uur. Uit analyses blijkt dat er bijna tweeduizend ‘bekende verdachten’ van koperdiefstal zijn, een schatting gebaseerd op bijvoorbeeld verdachte transacties bij opkopers van oude metalen. Er werden dit jaar dertien verdachten aangehouden. Bij minder dan één op de tien gevallen van koperdiefstal wordt een verdachte opgepakt.

Voor het eerst geeft de politie een inkijkje in de jacht op koperdieven en het werk van het UPI-team, dat doorgaans wordt afgeschermd van de pers.

De nacht van het team begint met een korte briefing op een kantoor van de spoorwegpolitie. Dan vertrekken twee teams, elk drie man: één team naar Limburg, het andere naar Helmond. Op weg naar twee hotspots voor koperdieven.

De mannen van UPI – getraind door legercommando’s – posten onzichtbaar. Dat is hun specialiteit. Brigadier Jeroen: „Als wij ergens weg zijn, weet niemand dat we er geweest zijn.” Hij stuurt zijn donkere auto een fietspad op, om via een verlaten weggetje naast het baanvak hier in Helmond te kunnen parkeren. Onzichtbaar in het lange gras.

UPI-teams staan een paar keer in de maand bij een hotspot te posten. Die hotspots wisselen ze regelmatig af. „Zelf zou ik het slimmer vinden om nacht-aan-nacht bij dezelfde hotspot te posten, totdat we iemand op heterdaad betrappen”, zegt Jeroen. „Nu moeten we het geluk hebben dat een koperdief precies het baanvak uitkiest waarop wij die avond posten. Geluk speelt hier de hoofdrol.”

Het enige licht in de auto is dat van het digitale klokje op het dasboard. Even op een telefoon kijken mag niet. Een boek lezen of radio luisteren ook niet. Te opvallend. Het is kijken naar een leeg baanvak, naar het koude bos, het lange gras rond de auto, de hoge heg, een viaduct in de verte. Kijken en wachten.

En wachten.

Totdat Jeroen ineens recht overeind gaat zitten, diep in de nacht. „Kijk, kijk”, fluistert hij. Het spoor, waar uren geleden de laatste treinen voorbij kwamen, is verlaten. Opnieuw gefluister: „Achter je.” En daar, door een klein hoekje van de achterruit, is een kleine zwarte kat te zien. Het dier loopt soepel de rails op, totdat het door het donker wordt opgeslokt. Onzichtbaar voor een leek. Jeroen: „Dit is ons werk. Elke beweging, hoe klein ook, registreren wij. Je moet de hele nacht alert blijven. We hebben wel eens een koperdief gehad die om zes uur ’s ochtends toesloeg.”

Ja, Jeroen verbaast zich er weleens over dat een perfect getraind team als UPI jaagt op een paar kruimeldieven. Dan bekruipt hem het gevoel dat het team ook bijvoorbeeld mensenhandel of mensensmokkel zou kunnen aanpakken. Daar hebben ze de capaciteiten voor. En het team wórdt ook wel ingezet voor andere opdrachten. Gevaarlijke transporten begeleiden op het spoor, of zakkenrollers pakken op stations, en ze hebben zich een tijd beziggehouden met diefstallen uit vrachtwagens langs de snelweg. Jeroen: „Dit is een politieke keuze. Daarom zitten wij hier aan het spoor.” Logisch vindt hij het „ergens” wel. „Vooral als je hoort hoeveel vertragingen er door koperdiefstal worden veroorzaakt. En dan heb ik het nog niet over het gevaar op ongelukken.”

Krakend komt de portofoon tot leven. Daniël meldt zich. Geen bijzonderheden in het bos, achter het baanvak. Ook geen opvallende bewegingen bij Vahit. Een hondengeleider, die pendelt tussen de teams in Limburg en Noord-Brabant, heeft even een Pools busje in de gaten gehouden dat langs het spoor reed. Het bleek loos alarm.

Zo observeren Jeroen en zijn teams een paar keer per maand een baanvak. Lange, eenzame nachten. Meestal gebeurt er niets.

Een tijdje geleden, aan een baanvak bij Zevenaar, had de politie succes. Uitgerekend bij Zevenaar. Precies op dat baanvak botste vorig jaar januari een goederentrein op een internationale hogesnelheidstrein, zeer vermoedelijk door de diefstal van driehonderd meter koperdraad op het spoor. Een keer werd na het ongeluk nog koper gestolen in Zevenaar, maar bij diefstal nummer drie stond UPI naast het spoor. Ze zagen een combobusje dat zo volgeladen was met koperdraad, dat het bijna door de vering zakte.

Zes uur ’s ochtends, het wordt licht. Kleuren worden zichtbaar. Goederentreinen stomen weer langs. Jeroen stapt uit zijn auto, strekt zijn spieren en roept zijn team op. Genoeg voor vandaag. Geen succes vannacht. Het deert hem niet zo. Geduld, dat is het, zegt Jeroen. „Wij moeten langer volhouden dan de koperdieven. Dan pakken we ze wel, uiteindelijk.”