Warmen bij de handdroger

Woensdag, Wouter en Sanne, Södertälje, Zuid-Zweden

Södertälje: kilometers verlaten fabrieksterrein, schoorstenen, rook, lawaai, en geen levende ziel te bekennen. Van ons voornemen om voor het donker een slaapplaats te regelen is niets terecht gekomen. De laatste drie korte ritjes kwamen voort uit goede bedoelingen van voorbijgangers, maar telkens leidden zij tot een nog slechtere uitgangspositie. De opkomende ruzie tussen ons is onvermijdelijk.

Na kilometers lopen komen we bij het enige hotel in de omgeving aan. Een troosteloze 24/7 met TL-verlichting. Zonder plan of doel besluiten we in de ijskoude lobby van het hotel te wachten tot de zon weer opkomt.

Wanneer Sanne zich in de wc aan het opwarmen is bij de handendroger, checkt een tweetal van rond de dertig in. We groeten elkaar vriendelijk. Met een laatste vleugje bezinning sprint ik achter hen aan en probeer ik nog één keer op mijn meest enthousiaste manier onze introductie te doen, gekenmerkt door de zeer gemeende slotzin „dus we zitten hier eigenlijk een beetje vast.” Of ze morgen toevallig naar het zuiden moeten, richting Malmö? „Eh, ja, we rijden morgenochtend naar het zuiden”, klinkt het met een vrolijk Frans accent. „Je kan met ons meerijden tot Parijs als je wilt”. Ik kan het niet geloven. Anthony en Benedicte rijden in opdracht van Scania een gloednieuwe 2013 touringcar naar een show in Frankrijk.

Ons aftellen tot de ochtend is begonnen. De zorgen over de uren die we moeten overbruggen zijn verdwenen. Vrolijk lopen we naar de overdekte containerafslag van het hotel. We rollen onze matjes uit, leggen er wat kartonnen dozen onder, wapperen onze slaapzakken uit en slapen vredig in.