VS weten zich niet goed raad met omwenteling

De VS kiezen voor behoedzaamheid in de relatie met Egypte, nu er een machtsstrijd woedt tussen het leger en de nieuwe president, Moslimbroeder Morsi. Minister Clinton van Buitenlandse Zaken, deze week in Egypte en Israël, mijdt zorgvuldig de vraag hoe het verder moet.

Egyptenaren demonstreerden tijdens Clintons bezoek aan het consulaat van de VS in Alexandrië. Foto AFP

Hillary Clinton wilde een lezing geven in Alexandrië, na Kairo de grootste stad van Egypte. Het zou gaan over democratie, mensenrechten en de toekomst van de Amerikaans-Egyptische betrekkingen. Maar tijdens haar bezoek aan Egypte, de afgelopen dagen, besloot ze de speech te schrappen. Ieder woord zou verkeerd kunnen vallen in het Amerika vijandig gezinde Egypte.

En bovendien: wat valt er te zeggen? „We hebben geen idee meer wie we moeten steunen, wat goed is voor Egypte of voor ons”, zegt politicoloog Peter Mandaville, tot voor kort Clintons adviseur over Egypte.

De Amerikanen kiezen voor behoedzaamheid nu hun relatie met Egypte koel is, en de invloed volgens Mandaville „tot een nulpunt gedaald is”.

Clinton was vriendelijk maar op de vlakte tijdens haar driedaagse bezoek aan Egypte. Ze prees de democratische verkiezing van president Mohammed Morsi en riep het leger en Morsi’s Moslimbroederschap op gezamenlijk aan een democratische toekomst van Egypte te werken. Grote incidenten bleven uit, al demonstreerden honderden Egyptenaren voor haar hotel in Kairo, omdat ze samen zou hebben gespannen met de Moslimbroederschap.

Zorgvuldig werd de vraag gemeden die het meest leeft in Washington: hoe moet het verder nu de trouwe bondgenoot van weleer zich van Amerika afkeert? Die vraag is niettemin zeer relevant omdat het Egyptische vredesverdrag met Israël een van de fundamenten is van de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek. De Moslimbroederschap is geen vriend van Amerika’s beste bondgenoot Israël.

Het land is na het vertrek van president Mubarak een grillige bondgenoot geworden. De Verenigde Staten weten zich niet goed raad met de veranderingen in het land, zegt Mandaville, die tevens islamdeskundige is. „Als Clinton Morsi omarmt, kost hun dat allebei krediet in eigen land. Egyptenaren willen Morsi niet amicaal zien doen met een Amerikaan en Amerikanen zijn bang voor de Moslimbroeder Morsi. Houdt ze afstand, dan kan de relatie snel afkoelen. Geen van beide opties zijn goed.”

Mandaville zelf weet het ook niet. Toen de bevolking van Egypte in januari vorig jaar in opstand kwam, werd hij toegevoegd aan de kring van naaste adviseurs van Hillary Clinton. De politicoloog van George Mason University moest van de minister van Buitenlandse Zaken onderzoeken of de revolutie de Amerikaanse belangen zou schaden. „De sympathie onder de Egyptische bevolking voor Amerika ligt extreem laag. Dat was onder Mubarak niet anders, maar de bevolking is na de revolutie een factor van betekenis geworden.”

Morsi’s mandaat – hij is direct gekozen door het volk – maakt hem een ‘frenemy’, zoals dat in Amerika genoemd wordt: een gevaarlijke vriend. In de eerste toespraak na zijn inauguratie, vorige maand, riep Morsi op sjeik Omar Abdel Rahman vrij te laten. De Egyptenaar zit een levenslange gevangenisstraf uit in de Verenigde Staten wegens het plannen van aanslagen.

Peter Mandaville: „Die oproep is kansloos, en dat wist Morsi ook. Hij deed het om aan zijn achterban te laten zien dat de tijden veranderd zijn, en dat naar Amerika niet meer klakkeloos geluisterd wordt.”

De vergelijking dringt zich op met Jonathan Pollard, die in de VS een levenslange celstraf uitzit wegens spionage voor Israël. Leiders uit Israël vragen bij staatsbezoeken al jaren vergeefs om zijn vrijlating, maar doen dat vooral om binnenlandspolitieke redenen.

Omdat het Egyptische leger de bevoegdheden van Morsi heeft ingeperkt, en het door de Moslimbroederschap gedomineerde parlement werd ontbonden, heeft de fundamentalistische partij steun van de bevolking nodig om politiek te overleven.

De machtstrijd tussen leger en Moslimbroeders bedreigt de Amerikaans-Egyptische betrekkingen des te meer, schrijft Steven Cook van The Council on Foreign Relations in The Cairo Review. „Morsi’s enige kracht is het vermogen om de straat aan te spreken en zo stemmen te winnen. Dat verklaart deels zijn retoriek over Omar Abdul Rahman.”

Cook verwacht geen breuk in de relatie met Amerika, maar wel een toenemende spanning. De VS zullen proberen hun positie te versterken door het leger te blijven steunen, waardoor het zich nog verder vervreemdt van de Egyptische bevolking. Morsi, op zijn beurt, moet zich afzetten tegen Amerika om populair te blijven en de strijd tegen het leger te winnen.

De Verenigde Staten steunden president Mubarak door dik en dun, en die steun is de bevolking niet vergeten. Het grootste Amerikaanse belang was de rust die Mubarak garandeerde in de relatie met Israël. De mensenrechtenschendingen onder zijn regime werden door de Amerikanen door de vingers gezien. Mubarak beloofde niet te tornen aan het vredesverdrag met Israël, en speelde een bemiddelende rol tussen Israël en de Palestijnen.

Jaarlijks krijgt Egypte een bedrag van 1,5 miljard dollar, vooral aan defensieorders. Volgens Peter Mandaville mag de Egyptische legertop „bladeren door Amerikaanse legercatalogi en bestellen wat het wil”. Het is onwaarschijnlijk, zegt hij, dat Egypte die steun op het spel zet. Ermee te koop lopen zullen ze alleen ook niet. Amerika zal de steun evenmin stopzetten, al heeft het Congres er de voorwaarde aan verbonden dat de mensenrechtensituatie moet verbeteren. Begin dit jaar zette het Egyptische leger de hulp op het spel, toen tientallen ngo-medewerkers (onder wie zestien Amerikanen) beschuldigd werden van spionage. De zaak werd grotendeels geseponeerd, al hangt enkele medewerkers nog een proces boven het hoofd.

De machtsstrijd in Egypte heeft ook de Amerikanen verdeeld, zegt Mandaville. Clintons ministerie is meer op de hand van de democratisch gekozen president, terwijl het ministerie van Defensie de Moslimbroeder wantrouwt en het seculiere leger wil steunen. Dat schisma is nationaal zichtbaar. Clinton stond de afgelopen dagen onder druk vanuit progressieve hoek om de mensenrechten aan te kaarten bij het leger, terwijl uit conservatieve hoek juist te horen was dat ze de Moslimbroederschap de les moest lezen over vrouwenrechten.

Clinton deed het allebei, een beetje. Ze riep legerleider Tantawi op zijn taak „te beperken tot nationale veiligheid”, zonder een onmiddellijk einde aan de politieke rol van het leger te eisen. Tegen Morsi zei ze dat hij aan „consensus” moest bouwen „in het hele politieke spectrum”.

Clinton was voorzichtig, zegt Peter Mandaville. „Het leek alsof ze zich realiseerde dat haar woorden minder waard zijn geworden. In Amerika denken sommigen nog dat we loyaliteit van Egypte kunnen eisen, maar in werkelijkheid is onze invloed in een jaar sterk gedaald. Niemand in de regering weet hoe die invloed teruggewonnen kan worden, dus beleid maken is nu zinloos. Het is een politiek van afwachten geworden. Dat verklaart Clintons voorzichtigheid.”