Vierdaagsegekte

Vanmorgen heel vroeg – de fanatiekelingen starten om vier uur – begon de 96ste editie van de Nijmeegse Vierdaagse. Ik woonde zes jaar naast de Wedren, het parkeerterrein dat dienst doet als start- en finishplaats. Vanaf het balkon zagen we de wandelaars meerdere keren passeren. Waarom bind je roze vleugels op je rug als je

Vanmorgen heel vroeg – de fanatiekelingen starten om vier uur – begon de 96ste editie van de Nijmeegse Vierdaagse. Ik woonde zes jaar naast de Wedren, het parkeerterrein dat dienst doet als start- en finishplaats. Vanaf het balkon zagen we de wandelaars meerdere keren passeren.

Waarom bind je roze vleugels op je rug als je veertig kilometer gaat wandelen?

Ik vond dat altijd heel bijzonder, maar had ook vragen.

Waarom ga je vier dagen achter elkaar veertig kilometer wandelen als je daar lichamelijk en/of geestelijk niet toe in staat bent?

Waarom bind je roze vleugels op je rug of zet je een Mexicaanse hoed op je hoofd als je gaat wandelen?

En waarom zing je de hele dag ‘Zo gaat-ie goed, zo gaat-ie beter, weer een kilometer!’?

Op dat soort vragen kunnen wandelaars geen normaal antwoord geven.

We vonden in de tuin ooit een wandelaar die de schoenen had uitgetrokken vanwege blaren, een veel voorkomende kwaal.

Op de vraag ‘Heeft u last van de voeten?’ antwoordde hij: „Nee, maar wel van een loopneus!”

Bij SBS en Omroep Gelderland vinden ze dat soort antwoorden geweldig.

Die gaan weer uren televisie maken over het absolute niets, met een kakelende Harm Edens bij de finish.

„Het is fantastisch wandelweer, er hangen donkere wolken, maar er is nog geen druppeltje gevallen. Gelukkig niet. En als er een druppeltje valt, hoop ik dat het niet op de wandelaars valt.”

En verslaggevers die iedereen de hele dag dezelfde vragen stellen, waarvan de antwoorden voor niemand interessant zijn.

Waar komt u vandaan?

De hoeveelste keer is dit?

Hoe laat bent u gestart?

Heeft u veel geoefend?

Bent u moe?

Heeft u last van uw voeten?

Wat een sfeertje, hè?

Dit jaar doen er 41.472 mensen mee, en die krijgen allemaal een appel van Pauline Krikke, de burgemeester van Arnhem. Want de tocht komt door het dorp Elden (gemeente Arnhem) en dat mediamomentje laat ze zich niet afpakken.

„Alstublieft, een appel!”

– „Goh, wat lekker een appel!”

En daarna zal ze ook dit jaar weer het hoofd naar de camera draaien en zeggen dat ze het doet voor de blije gezichten, en dat je met iets kleins ook een groot gebaar kunt maken.

Waar het ook van barst: mensen die hun wandeltocht koppelen aan een goed doel, meestal een erge ziekte. Die lopen met gironummers op de borst en laten zich sponsoren door vrienden en familie. Als ze erover praten – en dat doen ze de hele dag – raken ze ontroerd van zichzelf.

Je kunt zoiets natuurlijk ook van de andere kant bekijken en denken ‘goh, wat bijzonder’, maar dan bent u bij mij aan het verkeerde adres, want na zes jaar in de buurt van die finish wonen denk je anders over die dingen. Dan kun je geen volwassen man met een ballonnetje aan de rugzak meer zien. Dan ga je niet meer klappen voor een kudde treinconducteurs die ‘kedeng-e-deng’ zingend een treintje nadoet, een mevrouw in een zelfgemaakte jurk van boerenzakdoeken of een bejaarde van negentig in een korte broek die struikelend je straat binnenvalt.

Vier dagen achter elkaar veertig kilometer wandelen: iedereen kan het, maar alleen gekken doen het.