Ruige rockmuzikant met voorliefde voor bombast

Jon Lord, een van de oprichters van rockband Deep Purple, wist zwierig orgelspel in hardrock te integreren. Het leverde klassieke riffs op.

Jon Lord in 2004. Foto AFP

Hardrock en orgel: zelden ging die combinatie goed samen. Maar als Jon Lord achter de toetsen zat, werkte het wel degelijk. De medeoprichter van de Britse hardrockband Deep Purple, die gisteren op 71-jarige leeftijd in Londen overleed aan alvleesklierkanker, wist als een van de weinigen hoe hij zijn instrument kon laten scheuren.

Maar behalve ruige rockmuzikant was hij tegelijkertijd ook klassiek componist. Vanaf zijn vijfde speelde hij piano. En hoewel hij als puber de blues en rock-’n-roll ontdekte, zou hij Bach en Beethoven altijd als belangrijke inspiratiebronnen blijven noemen. En hoe hard Deep Purple ook was, dankzij Lord maakte de band ook platen als Concerto for Group and Orchestra (1969), opgenomen met het Londense Royal Philharmonic Orchestra.

Aanvankelijk wilde Lord acteur worden. Als student aan de Londense Central School of Speech & Drama kluste hij bij als muzikant. Zo ontmoette hij gitarist Ritchie Blackmore met wie hij in 1968 Deep Purple oprichtte. Het nummer Hush, een cover van de Amerikaanse zanger Billy Joe Royal, werd hun eerste hit. Maar pas na enkele bezettingswisselingen werd Deep Purple de supergroep die zich kon meten met Black Sabbath en Led Zeppelin. De razendsnelle drums van Ian Paice, onnavolgbare solo’s van Blackmore en de ijselijke gillen van Ian Gillan zetten de standaard voor latere hardrock en heavy metal.

De doorbraak kwam in 1970 met de lp Deep Purple in Rock. Lords karakteristieke zwierige spel in combinatie met het ronkende geluid van zijn hammondorgel, aangesloten op een Leslie-buizenversterker waarmee de klanken letterlijk in het rond werden geslingerd, is het best te horen op hun grootste hit: Child in time. Het nummer staat al decennia lang in de hoogste regionen van alle top-honderds-aller-tijden.

Hoewel Lord een voorliefde voor bombast bleef houden, is hij ook medeverantwoordelijk voor een van de bekendste én eenvoudigste riffs uit de rockgeschiedenis: Smoke on the water van de plaat Machine Head (1972). Er is geen beginnend gitarist die het niet heeft gespeeld.

Deep Purple viel in 1976 uit elkaar. Een heroprichting in 1984 strandde toen Gillan en Blackmore een voor een weer vertrokken. Lord – die tussendoor had gespeeld in de Amerikaanse hardrockband Whitesnake, bekend van het nummer Here I go again – zou nog tot 2002 blijven.

Zijn muzikale carrière eindigde even grillig als ze begon: naast klassiek composities maakte hij blues met de band Hoochie Coochie Men en nam hij zelfs een plaat op met Abba-zangeres Anni-Frid Lyngstad.