Pr-strijd in gezondheidszorg

Marktwerking in de zorg: dat is de panacee waarmee de regering de kosten denkt te kunnen beheersen. Het huidige zorgstelsel, dat in 2006 vorm kreeg en een einde maakte aan het onderscheid tussen het collectieve ziekenfonds en particuliere verzekeringen, biedt ook de ruimte voor een markt waarin zorgverleners, verzekeraars en burgers kunnen gedijen. Maar dan moet wel worden voorkomen dat de markt wordt gedomineerd door hele of halve monopolies.

En dat laatste dreigt nu. Althans volgens de ziekenhuizen. Omdat er grosso modo maar vier verzekeringsconcerns (Achmea, CZ, Menzis en VGZ) zijn die, als erfenis van de oude ziekenfondstijd, bovendien ook nog eens vaak 60 procent van een regionale markt beheersen, zijn de zorgverleners en de patiënten geen serieuze partij op de zorgmarkt.

„De balans tussen rechten en plichten is volstrekt uit evenwicht”, aldus vijf ziekenhuisdirecteuren gisteren in deze krant. Het zorgstelsel heeft in hun ogen de macht in de zorg verplaatst van de ene almachtige regisseur (overheid) naar de andere (verzekeraars).

Dat de ziekenhuizen juist nu dit verwijt uiten, is het gevolg van het feit dat de verzekeraars geen voorschotten uitbetalen, zolang de contracten niet zijn getekend. Bovendien dachten de ziekenhuizen dat ook zij hun regierol, vooral jegens artsen, zouden kunnen versterken. Er is daarom een pr-strijd gaande.

Dat neemt niet weg dat de ziekenhuizen wel degelijk een kwestie aanstippen. De verzekeraars doen wat ze moeten doen: de zorgverleners financieel disciplineren door ze onder druk te zetten. Maar op de lange duur biedt die methode van budgetbeheersing onvoldoende soelaas.

Het grootste probleem in Nederland wordt namelijk niet gevormd door geneeskundige behandeling (‘cure’). Uit vergelijkende cijfers van de OESO blijkt dat de curatieve uitgaven in Nederland met krap 4 procent van het nationaal inkomen relatief laag zijn, zelfs lager dan in Spanje. De grootste kosten komen voor rekening van de niet-curatieve zorg (‘care’) in bijvoorbeeld verpleeghuizen. Aan ‘care’ geeft Nederland via vooral de AWBZ bijna twee keer meer uit als Spanje. En die tikken in de totale uitgaven zo aan dat alleen Zwitserland meer kwijt is aan zorg.

Als er niet wordt ingegrepen, gaat in 2040 ongeveer een kwart van het nationaal inkomen op aan collectieve zorguitgaven. De kostenexplosie moet dus niet primair in de ‘cure’ maar in de ‘care’ worden voorkomen.

De AWBZ zou hét verkiezingsitem van 2012 moeten zijn.