Oorverdovende stilte

Zondag, Kirsten en Michiel, Sunderbyn, Noord-Zweden

„Wens een visser nooit een goede vangst”, fluistert Jukka, terwijl we afscheid nemen van de twee Zweden op hun krukjes. „Moedig ze aan met ‘strakke lijnen’ of iets dergelijks.” We staan midden op de rivier de Tornealven, die Finland van Zweden scheidt. Het ijs is nog steeds 60 centimeter dik, en in de verte zien we de silhouetten van sneeuwscooters en langlaufers over de immense witte vlakte schuiven. De ferme slok cognac brandt nog na in mijn keel. Wanneer we met onze tijdelijke gastheer teruglopen naar de kant moeten we uitkijken dat we niet in een van de vele boorgaten stappen, waar vissers hun lijn doorheen laten zakken. „Vorige week deden er ruim tweeduizend mensen mee aan een viswedstrijd”, verklaart Jukka.

Dit is het poolcirkelgebied, en als het nu in het zonnetje al een paar graden vriest, wat zal de temperatuur ’s nachts dan zijn? Wat als we geen slaapplek weten te regelen? Tien kilometer verderop worden we door Jukka bij een kleine afslag afgezet. Na een uitgebreid afscheid staan we er weer alleen voor. Tot zover ons kleine beetje zekerheid.

Ruim drie uur later staan we nog steeds langs de kant van de weg. De stilte om ons heen is oorverdovend. Hier is niks. Wanneer de zon zich langzaam terugtrekt achter het tapijt van naaldbomen beginnen we ons serieus zorgen te maken over de avond die ons te wachten staat.

Op het moment dat Kirsten een extra laag kleding uit haar tas haalt, stopt er een grote fourwheeldrive. Nils en Kristina vragen of ze ons ergens mee kunnen helpen. Een half uur later hebben we ons genesteld in hun logeerkamer, waar de geuren van een heerlijke vleesschotel een geïmproviseerd feestmaal aankondigen. Onze aanwezigheid in het piepkleine dorpje Sunderbyn is de buurtgenoten niet ontgaan; de tafel wordt breed gedekt. Nils lijkt vanavond even geen boodschap te hebben aan de enorme accijnzen op alcohol. „We must drink wine.”