Ook linkerhelft vogelbrein taliger

Als een jonge zebravink de zang van zijn vader hoort, is vooral zijn linkerhersenhelft actief. Dat ontdekten neurobiologen van de Universiteit Utrecht. Zij publiceren hun werk vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. Ook de menselijke linkerhersenhelft is ‘taliger’.

Daarmee is alweer een overeenkomst ontdekt tussen menselijke spraak en de zang van zangvogels. Zebravinken leren hun lied van hun vader, en moeten daarvoor oefenen. Ook komen twee hersendelen van de vogels overeen met de menselijke gebieden van Wernicke en Broca. Eén gebiedje (de NCM bij zangvogels) is noodzakelijk voor het begrijpen van zang, het andere (HVC) voor zangproductie. Zo’n functionele indeling wordt ook voor Wernicke (taalbegrip) en Broca (taalproductie) gehanteerd, al is die in werkelijkheid lang niet zo strikt.

Bij de meeste mensen (rechts- én linkshandigen) zijn Wernicke en Broca actiever in de linker hersenhelft. Nu blijkt dat dat ook geldt voor de NCM en de HVC.

„Bij mensen weten we niet waarom de linkerhersenhelft actiever is bij taalverwerking”, zegt promovenda Sanne Moorman, eerste auteur van het artikel. „Dat het ook voor zangvogels geldt, is een aanwijzing dat die onderverdeling belangrijk is.” Biologen gaan ervan uit dat de menselijke spraak en de zang van zangvogels onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan – dat geldt dus ook voor de specialisatie in het brein.