Niet elke lijstduwer is een André Hazes

Maarten van Rossem doet het. Jan Smeets ook. Waarom worden mensen lijstduwer? Veel zin heeft het niet. En ze kunnen hun partij in de problemen brengen, zoals Hazes dat deed.

Rotterdam. Ze staan op de kieslijst, maar willen de Kamer niet in. Iedere partij heeft wel een ‘lijstduwer’ in de gelederen. Het zijn bekende ondernemers, acteurs, wethouders en schrijvers die onderaan de kandidatenlijsten bungelen. De stemkanonnen voor de slag om de zwevende kiezer.

Wie zijn deze lijstduwers? Waarom doen ze het? En belangrijker: leveren ze überhaupt stemmen op?

De Partij voor de Dieren staat het meest bekend om haar lijstduwers. Bij vorige verkiezingen prijkte een heel rijtje prominenten op de lijst, onder wie Kees van Kooten, Jan Wolkers en Georgina Verbaan. Volgens partijvoorzitter Luuk Folkerts heeft het de Partij voor de Dieren veel naamsbekendheid opgeleverd. „Toen we nog niet in de Kamer zaten, kende niemand ons. Door al die bekende Nederlanders op de lijst stonden we opeens in de belangstelling.” Dit jaar is internetmiljonair Jan-Peter Cruiming de lijstduwer. Het is zijn taak om ondernemers naar de partij te trekken. „Die stemmen vaak klakkeloos VVD”, zegt Cruiming. „Als lijstduwer kan ik hun beeld van de Partij van de Dieren beïnvloeden.”

Bij het CDA doen ze niet aan BN’ers op de lijst. „Wij zetten onze toppers bovenaan de lijst”, zegt een partijwoordvoerder. Toch heeft het CDA enkele wethouders op haar kandidatenlijst staan die niet direct een Kamerzetel ambiëren. De populaire Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge bijvoorbeeld staat onderaan de lijst. „Hij is onze troef”, zegt de woordvoerder.

Historicus Maarten van Rossem is dat voor de PvdA. Zijn taak? „Er is maar één ding dat ik goed kan en dat is toespraken houden.” Wat hij daarin verkondigt, is aan hemzelf, zegt hij. „Het is bekend dat ik op sommige punten een andere mening heb dan de partij. Maar niemand heeft mij verteld dat ik mij aan de partijstandpunten moet houden.”

Ook vult de PvdA iedere kieslijst aan met vijf regionale prominenten. In Limburg kan gestemd worden op Pinkpopbaas Jan Smeets.

Bekende Nederlanders op de lijst – werkt het wel? „Hooguit een beetje”, zegt politicoloog Marcel Boogers van de Universiteit Tilburg. „De gemiddelde kiezer is verstandig genoeg om te weten dat die prominenten nooit van plan zijn om namens die partij in de Kamer te gaan zitten.” Wie de officiële stemuitslagen bekijkt, komt tot dezelfde conclusie: de meeste lijstduwers halen nauwelijks stemmen op.

Voormalig FNV-voorzitter Lodewijk de Waal kreeg 755 stemmen als PvdA-lijstduwer tijdens de landelijke verkiezingen in 2006. Cabaretier Vincent Bijlo bezorgde GroenLinks er 1.222. Op tien miljoen kiezers is het electorale voordeel verwaarloosbaar. Alleen bij de Partij voor de Dieren, die bijna twintig lijstduwers inzette in 2006, was er wat te merken: bijna 16.000 van hun stemmers, ofwel 8 procent, kozen voor een lijstduwer. Maar een zetel leverde het niet op.

De tactiek van het CDA om wethouders onderaan de kieslijst te plaatsen, lijkt al helemaal niet te werken. In 2010 werd Mona Keijzer, nu de nummer twee, als wethouder van Purmerend op de lijst gezet. Er werd 169 keer op haar gestemd.

Lijstduwers kunnen volgens de politicoloog wel een bijdrage leveren aan het imago van politieke partijen. „Als een bekende naam met gezag zich aan een partij bindt, gaat daar een krachtig signaal vanuit. Zo iemand wordt vaak bewonderd door de achterban van de partij. Het kan een voordeel zijn.”

„Met een lijstduwer neem je wel een risico”, zegt Boogers. Ze kunnen hun partij ernstig in de problemen brengen. Maarten ’t Hart deed dat toen hij in 2006 op de kieslijst van de Partij voor de Dieren stond. Fractievoorzitter Marianne Thieme bleek belijdend lid te zijn van de Zevendedagsadventisten. „Een religieuze sekte”, meende de lijstduwer. Hij eiste het vertrek van Thieme.

Ook zanger André Hazes bracht als lijstduwer van Ronde Venen Belang zijn partij in diskrediet. Hij werd gekozen in de gemeenteraad, maar kwam nooit bij vergaderingen opdagen. Na drie maanden stapte hij op.

SP-lijstduwer Huub Oosterhuis vergeleek de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) met „hoe de collaborerende politie in de Tweede Wereldoorlog omsprong met de Joden”. De IND deed aangifte van belediging tegen de oud-priester.

„Het zijn over het algemeen vrije vogels”, zegt politicoloog Boogers. „Mensen die zich weinig aantrekken van partijdiscipline. Dat is riskant. Op het moment dat een lijstduwer wat raars zegt, wordt het flink uitvergroot. Men gaat vragen wat de fractievoorzitter ervan vindt, en dat is het laatste waar je op zit te wachten als partij in campagnetijd.”

Hoe riskant ook: partijen die een goede lijstduwer willen, moeten vooral een Bekende Nederlander op de lijst zetten, luidt het advies van Boogers. „Het zal ze geen zetels opleveren, maar voor de naamsbekendheid van de partij kan het geen kwaad. Bovendien: de onderkant van je lijst moet ook worden gevuld.”