Column

Kies voor openheid, of de rechter leert u mores

Een omgevallen bank is heerlijk werkterrein voor gehaaide advocaten. Wat komt er uit de kelders en de kluizen kruipen en kan het daglicht niet velen?

Het faillissement van de DSB Bank in 2009 heeft al twee baanbrekende rechterlijk uitspraken opgeleverd. De eerste kwam vorig jaar van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Dat zei dat spaarders met een zogeheten achtergesteld deposito bij DSB wel recht hadden op uitbetaling van de eerste 100.000 euro uit de collectieve garantiekas waar ook gewone spaarders recht op hebben. Een achtergesteld deposito bood meer rente dan spaargeld omdat de geldgever bij faillissement achter in de rij schuldeisers staat. Vandaar het woord achtergesteld.

De uitspraak was een afgang voor De Nederlandsche Bank en de accountant van DSB die het achtergesteld deposito juist niet als spaargeld zagen, maar als deel van het garantievermogen

De tweede uitspraak, vorige week, deed de rechtbank in Amsterdam. De rechters vinden dat het bedrag van het achtergestelde deposito bóven 100.000 euro net zo behandeld moet worden als gewoon spaargeld boven dat bedrag. De kans op terugbetaling van zo’n achtergesteld deposito is opeens een stuk groter.

De rechters reppen van specifieke omstandigheden, die per geval bekeken worden. Maar hun motivering kan verstrekkende gevolgen hebben. Eerst DSB. De bank is met één woord tekort geschoten. Zij zei dat zij onder toezicht stond van De Nederlandsche Bank, maar had na 27 september 2007 moeten zeggen: onder verhoogd toezicht. Door te zwijgen waar zij had behoren te spreken gaf DSB een onjuist beeld van haar financiële positie. Zwijgen mag, maar biedt zulke deposito’s dan niet aan.

Gevolg van het vonnis: banken, beursgenoteerde bedrijven én toezichthouders zitten met een probleem. Hoeveel openheid moet een bedrijf geven tegenover de mensen van wie zij geld aanneemt, of dat nu spaarders zijn of aandeelhouders? En mag een bank of bedrijf zwijgen tegenover de ene groep maar een ander wel (vertrouwelijke) informatie geven?

Om met DSB Bank te beginnen. De bank zei niks tegen de spaarders, maar de kredietbeoordelaars konden wel op extra informatie rekenen. DSB had met de internationale ratingbureaus afgesproken dat zij geïnformeerd zouden worden als De Nederlandsche Bank haar onder stille curatele zou plaatsen. De benoeming van een stille curator is altijd geheim. Daarmee hoopt een toezichthouder bij een probleembank achter de schermen te redden wat te redden is. Maar als de ratingbureaus het te horen krijgen, ondermijnt een bank het wettelijk toezicht van De Nederlandsche Bank. Hoeveel banken en verzekeraars hebben nog steeds vergelijkbare afspraken met de ratingbureaus?

DSB is niet de enige die toezicht ondermijnde. In het miljardendebacle met complexe financiële producten bij woningcorporatie Vestia zag je hetzelfde. De banken die met Vestia zaken deden, konden hun geld opeisen als de minister van Binnenlandse Zaken zou ingrijpen. Het instrument van toezicht was in één keer bot. Vervolgens bleek dat „een aantal” corporaties vergelijkbare toezichtsbelemmerende clausules te hebben in zijn bankcontracten.

Met het Amsterdamse vonnis kunnen meer belanghebbenden openheid eisen. Bedrijven die onder intensief toezicht komen van hun banken moeten dat melden. Zo ook bank en verzekeraar SNS Reaal, dat uitverkoop bekijkt om te overleven. Wanneer is SNS Reaal onder verhoogd toezicht van De Nederlandsche Bank geplaatst?

Tijd voor openheid.