In Damascus wordt nu ook gevochten

Sinds twee dagen worden zware gevechten gemeld in de Syrische hoofdstad Damascus, op ongeveer twintig minuten rijden van de oude stad. In de verarmde voorsteden van Damascus is af en aan al sinds maanden sprake van gevechten tussen rebellen en het Syrische leger.

Zwarte rook was vanuit het centrum te zien boven de zuidelijke wijken Midan, Tadamon, Al-Lawan en Hajar al-Aswad. Rebellen claimen Midan en Tadamon te controleren, maar daarvan is geen onafhankelijke bevestiging. Volgens de rebellen is het leger niet in staat deze wijken binnen te komen omdat de straatjes te nauw zijn voor zijn materieel. In plaats daarvan worden helikopters ingezet. Het Vrije Syrische Leger van deserteurs en buurtbewoners is licht bewapend maar daardoor ook mobieler. Sommige activisten meenden dat het leger met zijn aanvallen op voorsteden de rebellen naar de hoofdstad had gedreven.

Oppositie-activisten verzekerden dat de gevechten in Damascus het begin van het einde van president Assads bewind vormen. „Wanneer er urenlang, dagenlang wordt gevochten in de hoofdstad en het leger er niet in slaagt de toestand onder controle te krijgen, dan onderstreept dat de zwakte van het regime”, zei Rami Abdel Rahman van het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, dat vanuit Londen opereert. Het staatspersbureau SANA meldde alleen dat het leger op een „gewapende terreurgroep” jaagt.

In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heerste gisteren een impasse in de onderhandelingen over verlenging van het mandaat van de 300 VN-waarnemers die in Syrië zijn in het kader van het vredesplan van internationaal bemiddelaar Kofi Annan. Hun mandaat loopt 20 juli af. Westerse landen willen, naar ze zeggen om Annan te steunen, dat de resolutie ook terugtrekking van de zware wapens van het Syrische leger uit de steden eist onder Hoofdstuk 7 van het VN-Handvest. Dat betekent dat een eis met diplomatieke tot en met militaire middelen kan worden afgedwongen.

Amerikaanse functionarissen zeggen dat zij hierbij aan sancties denken. Maar Rusland en China willen hiervan niet weten. Het Chinese partijorgaan, het Volksdagblad, onderstreepte vandaag dat „non-interventie in interne aangelegenheden een rode lijn is die niet mag worden overschreden”. Rusland beschuldigde het Westen gisteren van chantage omdat het zou weigeren het mandaat van de waarnemers te verlengen als de resolutie niet onder Hoofdstuk 7 wordt aangenomen. Rusland blokkeerde eveneens een zogeheten ‘verklaring van de voorzitter’ die het bloedbad van donderdag in Tremsheh veroordeelde waarbij meer dan honderd doden zouden zijn gevallen. Volgens Rusland „is niet duidelijk” wat er in Tremseh is gebeuerd. (AFP, Reuters, AP)