Het PvdA-partijprogramma

„Het consumentenvertrouwen is nergens harder gedaald dan in Nederland. Nederland zit inmiddels ver onder het EU-gemiddelde”

Het cijfer voor het consumentenvertrouwen laat zien hoeveel vertrouwen Nederlanders hebben in de (toekomstige) staat van de economie en onze eigen financiële situatie. Hierover enquêteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandelijks 1.500 huishoudens.

Over welke tijdspanne de PvdA het in haar bewering heeft, is niet helemaal duidelijk. Het kan gaan over de recessie, waar in de zinnen daarvoor over wordt gesproken. Maar ook over de periode waarin het kabinet-Rutte regeert, waar het verkiezingsprogramma in zijn geheel vooral over gaat. De PvdA laat weten dat zij de bewering van het CBS heeft overgenomen uit een artikel dat gaat over maart 2011 tot maart 2012. Wij kijken hier voor de volledigheid naar al deze perioden.

Het vertrouwen is in korte tijd stevig afgenomen. In het webartikel van het CBS waar de PvdA de stelling uithaalde, staat: „In maart 2012 kwam het consumentenvertrouwen volgens de Europese definitie uit op -23,6. Een jaar eerder was dat nog 8,1. Nergens in Europa is het vertrouwen van consumenten zo sterk gedaald als in Nederland.” De cijfers van Europees statistisch bureau Eurostat zijn 0,6 lager, het verschil is in die berekening echter even groot. Maar ten tijde van de presentatie van het verkiezingsprogramma was het cijfer voor mei ook al bekend, dat was -21.8. Gerekend vanaf het begin van de recessie in juni 2011 tot mei 2012 was het verschil volgens Eurostatcijfers -22,1. Het consumentenvertrouwen is in deze periode inderdaad het hardst gedaald van alle Europese landen. Ook als we de periode waarin het kabinet-Rutte regeerde bekijken, klopt de stelling van de PvdA. In oktober 2010 trad Rutte aan, het consumentenvertrouwen stond toen op 0,6. Het verschil met mei 2012 is -23,2. Ook hier waren de Nederlanders de hardste dalers.

Wij zijn overigens niet de grootste pessimisten. In Griekenland zijn de mensen het minst positief, zij scoorden in mei -76. Ook de Portugezen (-52,2) en Hongaren (-50,4) zien het somber in. Nederland staat op de 14de plaats en het Europees gemiddelde lag op -18,7. Hier zit Nederland dus inderdaad onder, maar lang niet het verste.

De stelling van de PvdA klopt voor zowel de recessieperiode als de periode waarin het kabinet-Rutte regeerde en de periode die het CBS eerder beschreef. Verder ligt consumentenvertrouwen wel onder het Europees gemiddelde, maar niet heel ver. Desondanks beoordelen wij de stelling als waar.

„Er zijn steeds meer werkende armen”

Onder het kopje ‘knelpunten’ schrijft de PvdA dat „het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren” het sociaal isolement van veel mensen heeft verergerd. Daarop volgt de bewering over steeds meer werkende armen. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zijn dat mensen met een inkomen onder het ‘niet-veel-maar-toereikend-criterium’ die arbeid als belangrijkste inkomstenbron hebben (vaak geen voltijdsbaan). In 2010 lag de grens op 998 euro netto per maand voor een alleenstaande. Aangezien het beleid van het kabinet-Rutte in het PvdA-programma veelvuldig wordt bekritiseerd, gaan we er hier vanuit dat met „het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren” het beleid van Rutte wordt bedoeld. Zijn kabinet trad aan in oktober 2010. Maar het SCP heeft alleen cijfers over 2000 en 2010 paraat. Daaruit blijkt dat het aantal werkende armen inderdaad is toegenomen, van 287.000 in 2000 naar 317.000 in 2010. Het SCP wijt dit deels simpelweg aan de groei van de beroepsbevolking en deels aan de druk van uitkeringsinstanties op werklozen om aan de slag te gaan. Het lijkt er dus op dat er inderdaad steeds meer werkende armen zijn, maar wat de ontwikkeling tijdens het kabinet-Rutte was, is onbekend. Misschien dat de recessie die Nederland vorig jaar trof er wel toe leidde dat veel werkende armen werkloos werden. We weten het simpelweg niet. We beoordelen de bewering „er zijn steeds meer werkende armen” daarom als niet te checken.

„De uitgaven aan onderwijs zijn internationaal gezien gemiddeld, terwijl onze prestaties bovengemiddeld zijn”

De bewering is afkomstig uit de conclusie van het onderwijshoofdstuk van het rapport ‘Countries Compared on Public Performance’, van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Het SCP-rapport haalt vaak het ‘Programme for International Student Assessment (PISA) aan. Dit onderzoek test de kennis van 15-jarigen uit 65 landen op het gebied van leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen. Daarvan bespreekt het SCP-rapport 28 ontwikkelde landen. Voor Nederland doen zesduizend leerlingen verdeeld over tweehonderd scholen mee aan het PISA-onderzoek. Maar er is kritiek op de steekproef, hij zou niet representatief zijn omdat scholen meedoen op basis van vrijwilligheid.

Uit het PISA-onderzoek blijkt dat Nederland voor lezen op een tiende plaats staat op de lijst van de 65 deelnemende landen. Voor wiskunde en natuurwetenschappen staat Nederland elfde. Ook in andere onderzoeken doet Nederland het goed. In de laatste versie van de ‘Trends in International Mathematic and Science Study’ staat Nederland op plaats zeven van 36 landen. In het ‘Progress in International Reading Literacy Study’ staat Nederland negende van in totaal veertig landen. Maar op de laatste twee genoemde onderzoeken is ook kritiek, de opgaven in de verschillende landen zouden niet goed genoeg te vergelijken zijn. Deze onderzoeken zijn echter wel het beste wat er op dit gebied beschikbaar is.

Het SCP-rapport gebruikt hiernaast veel data van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), vooral over vervolgopleidingen en schoolverlaters. Uit het SCP-rapport blijkt dat Nederland op vrijwel alle onderdelen bovengemiddeld scoort. De mediterrane landen presteren flink lager dan Nederlandse leerlingen, maar ook de leerlingen in de buurlanden scoren iets lager.

Dan de kosten. Volgens de OESO geven de 28 landen die het SCP-rapport bespreekt gemiddeld 5,8 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) uit aan onderwijs. Nederland ligt met 5,6 procent tegen het gemiddelde aan.

Nederland komt in de grote ranglijsten bovengemiddeld uit de bus. En de uitgaven aan onderwijs zijn inderdaad bijna gemiddeld, zoals de PvdA stelt. Wij beoordelen deze stelling daarom als waar.

„Geweld tegen homo’s neemt de afgelopen jaren steeds meer toe”

De PvdA schrijft dat Nederland moet blijven strijden voor homo-emancipatie, onder andere omdat geweld tegen homo’s de afgelopen jaren „steeds meer” zou toenemen. We gaan ervan uit dat de partij wil beweren dat geweld tegen homo’s de afgelopen jaren toeneemt, in plaats van dat dat geweld ‘steeds meer’ zou toenemen.

Alles wijst op een toename, maar zekerheid daarover is niet te geven. Ten eerste omdat alleen de politie in Amsterdam (fysiek) geweld tegen homo’s apart registreert. In 2007 waren daar 79 meldingen van, in 2008 54, in 2009 82 en in 2010 182. De cijfers over 2011 zijn binnenkort pas bekend, maar een woordvoerder verklapt alvast dat er opnieuw sprake is van een toename. De politie in Amsterdam gaat ervan uit dat de toename in het aantal meldingen wordt veroorzaakt door een toename van het geweld, maar wijst er tegelijk op dat een grotere aangiftebereidheid ook van invloed kan zijn. De media-aandacht voor het onderwerp is de voorbije jaren groot geweest. Als het gaat om alle homogerelateerde incidenten in Amsterdam, dan is er ook sprake van een toename, van 234 in 2007 naar 487 in 2010.

Het Landelijk Expertise Centrum Diversiteit van de politie (LECD) houdt voor het hele land het aantal incidenten met een discriminatoir karakter bij. Het aantal incidenten dat als discriminatiegrond homoseksualiteit had, steeg fors: van 380 in 2008 tot 659 in 2010. De cijfers over 2011 zijn net naar het kabinet gestuurd, maar nog niet openbaar. Een uitsplitsing van homogerelateerd geweld ten opzichte van het totaal aantal geweldsdelicten maakt het LECD niet.

De toename in het aantal incidenten met als discriminatiegrond homoseksualiteit duidt op een toename van het geweld, maar specifiek daarover bestaan er dus geen landelijke cijfers. En de Amsterdamse cijfers over geweld tegen homo’s lijken een toename van dat geweld aan te tonen, maar of dit ook daadwerkelijk de reden is van het grotere aantal meldingen is onbekend. Daarom kunnen we niet anders dan de bewering dat geweld tegen homo’s de afgelopen jaren steeds meer toeneemt, beoordelen als niet te checken.