Gas terug nemen betekent het einde

Het begon twee jaar geleden als grap. Maar inmiddels is Manon Kools (18) een vedette in de wereld van tractor pulling.

Het is belangrijk om te weten wat er binnen in hem omgaat. Ze zegt het bloedserieus, alsof het een wild paard is waarvan je nooit weet welke streken het kan uithalen. Alleen: Manon Kools (18) heeft het niet over een beest dat moet worden getemd, maar over een machine. De Agrifac, haar tractor. En die is ongeveer even sterk als vierduizend paarden.

Je groeit er vanzelf in. Vanaf haar twaalfde zit ze al op trekkers. Haar vader heeft een agrarisch loonbedrijf, in het Zeeuws-Vlaamse Cadzand. Als er ergens bij een boer stro moest worden geladen, reed zij. Dan kon de rest strobalen tillen.

Tractor pulling begon als geintje. Over een baan van honderd meter moeten deelnemers een sleepwagen trekken. Bij de eerste run is die zo afgesteld dat ruim de helft het einde van de baan haalt: een full pull. In de tweede run wordt het gewicht veel zwaarder. Dan gaat het erom wie het verste komt. Ze ging altijd al mee naar de wedstrijden van haar vader. Toen ze veertien was, en hij zesde of zevende was geworden, zei ze voor de grap: dat kan ik veel beter. Daar hou ik je aan, antwoordde hij. Dus toen ze twee jaar later haar tractorrijbewijs had gehaald, zei hij: oké, nu rij jij. Toen moest ze wel.

Gas geven is gas geven, zei haar vader, en remmen is remmen. Simpel zat toch? Maar het is helemaal niet simpel. Ze doet mee met de Superstock-klasse. Die tractor weegt drieënhalve ton en is opgevoerd tot 3.800 pk. Hij rijdt op methanol en hoe gek het ook klinkt: die brandstof dient tegelijkertijd als koeling. Je moet dus altijd vol gas rijden. Gas terugnemen betekent de doodstraf. Dan smelten de zuigers weg en blaas je de motor op. Maar als je volle bak vertrekt, komen je voorwielen los van de grond. Dan kun je dus niet sturen. Althans, niet met je stuur. Dat kan alleen met de remmen, twee afzonderlijke pedalen, voor beide achterwielen.

Daar zat ze dan, zestien jaar oud, in de stampvolle IJsselhallen van Zwolle. Vooraf had haar vader gezegd: je let alleen op de trekker en op de baan, niet op die vierduizend man publiek. Haar moeder zag vanaf de tribune hoe de camera telkens op haar bloednerveuze gezicht inzoomde. Het wachten duurde eindeloos. Maar toen ging ze. En ze werd derde.

Dat was dat, dacht ze. Want het was niet de bedoeling dat ze nog vaker zou rijden. Maar toen kreeg hun team een wildcard voor de wedstrijd in Ahoy. Onder één voorwaarde: zij moest rijden. Hetzelfde jaar won ze de Puller of the Year-bokaal en werd ze Nederlands kampioen. Haar vader heeft sindsdien vaak genoeg klop van haar gekregen, zegt hij trots. En het oog wil ook wat, voegt hij er lachend aan toe, want met zijn ouwe kop trekt hij natuurlijk geen publiek.

Inderdaad: ze heeft fans. Af en toe is het niet normaal meer. In het Gelredome stond ze de hele dag posters en handtekeningen uit te delen. Soms leest ze dingen over zichzelf terug op fansites uit Denemarken! Haar moeder die meestal op de tribune zit, hoort ook wel eens schunnige opmerkingen. Je wil niet weten wat ze soms roepen, dat is niet geschikt voor in de krant.

De snelheid en de kracht, die maken het zó gaaf. De vaart waarmee je vertrekt, daar staat ze – ook na twee jaar – nog iedere keer van versteld. Je rijdt honderd meter in ongeveer tien seconden. Dat is echt hard. Veel bedenktijd heb je dus niet, zegt haar vader nog even voor de zekerheid. Als je één seconde twijfelt, vult haar moeder aan, dan ben je tien meter verder.

Bang is ze nooit. Er dat er zoveel kapot kan gaan, daar moet je niet aan denken. Oké, toen ze achteraf de beelden van de wedstrijd in Putten zag, schrok ze wel. De motor ontplofte, de vlammen vlogen tot boven de motorkap. Maar op het moment zelf gaat het zo snel. Je doet eerst wat je moet doen: ontsteking uitzetten, gordels los. Uiteindelijk duurde het ruim vijftien seconden voordat ze van de tractor was geklommen. Maar je zit helemaal ingepakt hoor, net als bij de Formule. Je draagt een helm en een brandwerend pak. Zelfs haar sokken kunnen tegen het vuur. En die methanol brandt weliswaar heel hard, maar dat heeft ook een voordeel: het is zo weg.

Achteraf was ze vooral blij dat het niet haar fout was dat de motor knalde. Wat dat krijg je soms wel als jonge, blonde meid in een mannenwereld. Dan gaan ze roepen dat het wel aan jou zal liggen. Nou, er stond gelukkig een onboard camera op het dashboard gericht zodat iedereen kon zien dat alle meters en lampjes goed stonden. Door de enorme kracht was er binnenin iets gebroken. Dat hoort er gewoon bij.

Kijk, daar staat-ie, zegt ze als ze met een Volvo-jack over haar nette kleren de schuur binnenloopt. Elke dinsdag- en donderdagavond sleutelt ze hier met de jongens, vandaar de pin-ups aan de muren. Er moet altijd wel iets gebeuren. Pas nog hadden ze enorme schade: de hele achterbrug was kapot en er kwam een drijfstang door het motorblok naar buiten. Als je goed wilt rijden, dan moet je ook weten hoe het van binnen werkt.

Het team bestaat uit zes man. Met twee tractoren in een grote trailer rijden ze door heel Europa: Engeland, Zweden, Frankrijk, Denemarken. Met prijzengeld kun je dat niet betalen. Daarom is het goed dat ze sponsors hebben. Agrifac natuurlijk, de Steenwijkse fabrikant van landbouwspuiten en bietenrooiers, maar ook de Tsjechische bandenproducent Mitas. Echt goede en betaalbare banden zijn dat, schrijf maar op.

Na de zomer wil ze rechten gaan studeren. Ze is eerst gaan kijken bij de universiteit van Leiden, maar dat leek haar nogal bekakt. Toen ze daar vertelde dat ze behalve van tractor pulling ook van paardrijden hield, antwoordde de rest meteen: wat ééénig, dan kun je met ons peulo spelen. Ze bedoelden: polo. Kortom: Leiden viel af, het wordt Nijmegen. En daarna? Dan wil ze graag jurist worden, of advocaat.

Wel jammer, vindt haar vader. Want een rijdende rechter, dat was pas echt mooi geweest.

Zaterdag 21 juli wordt er in Cadzand een Tractor Pulling georganiseerd. Aanvang 16.00 uur.